Mostly Other People Do The Killing :: Slippery Rock!

Ze gaan vermoedelijk nooit meer zo hard kunnen verrassen als toen we kennismakingsplaat This Is Our Moosic (2008) voor het eerst oplegden, maar wat een amusant zootje blijft dit kwartet toch, ook nu het voor zijn vijfde studioplaat in de wereld van de vermaledijde smooth jazz duikt en het duffe boeltje naar goede gewoonte weer compleet op z’n kop zet.

Slippery Rock! is, samen met de plaat uit 2008, waarschijnlijk ook de meest toegankelijke plaat van MOPDTK én de ideale kans om ze te ontdekken. Forty Fort (2010) was qua gehanteerde methodes al net zo creatief en radicaal, maar misschien net iets minder toegankelijk, terwijl de livedubbelaar The Coimbra Concert liet horen wat er gebeurt als het hek helemaal van de dam gaat: een eindeloos fascinerend Zottenfeest voor de fans, maar een taaie, of zelfs onverteerbare brok voor wie al snel genoeg heeft van die schizofrene waanzin.

Überraschung: voor het eerst in lange tijd is de (in dit geval wel erg smakeloze) hoes geen verwijzing naar een jazzklassieker, maar een hommage aan de foute jaren zeventig en tachtig, toen muzikanten wegraakten met fluogekleurde kostuums, al even ridicule poses en jazz na een voortdurende ontwikkeling voor het eerst stagneerde en binnen de mainstream soms uitgroeide tot zoutloze wanstaltigheid. De smooth jazz, vaak niet meer dan kleffe muzak met sax als cultureel vernis, waarvan gelukkig niet al te veel tot in Europa geraakte, was het summum van die trend en deze postmoderne jazzterroristen natuurlijk op het lijf geschreven.

Enkele constanten worden opnieuw bovengehaald: zo is dit al de vierde plaat op rij die van start gaat met een aanstekelijke bas/drum-groove, waarin het vooral stokkenman Kevin Shea is die redelijk snel ontspoort. In de wereld van MOPDTK is dan ook niets wat het lijkt, wordt alles voortdurend op losse schroeven gezet, duiken ideeën op in een context waarin ze normaal nooit tevoorschijn komen, lijken muzikanten elkaar soms compleet te negeren en wisselen verwijzingen naar klassiek, jazz en pop elkaar razendsnel af. Abrupte versnellingen, kromme vertragingen, compleet nutteloze, maar geinige franjes en uitweidingen wisselen elkaar af aan een manisch tempo. Happen en slikken. Repeat.

En wat ook opnieuw opvalt, dat is hoe hard die kerels kunnen spelen. Swingen kan je het bezwaarlijk noemen, met een drummer die geen vier tellen normaal kan doen, maar het gebeurt allemaal weer met zo’n vaart, schwung en technische volmaaktheid dat je er soms met opengevallen mond naar ligt te luisteren. Of het nu gaat om het net iets té bezopen klinkende “Can’t Tell Shipp From Shohola” of de lullige suikerpopmelodieën van “Sayre”: kunst en kitsch blijven verwikkeld in een hyperkinetisch, egalitair pingpongspel.

Soms worden de grenzen van de slechte smaak met een haast pervers gevoel voor humor afgetast. “President Polk”, dat vooral zou verwijzen naar de R&B van Prince en R. Kelly, wordt volgespeeld door piccolo trompet en sopranino sax, waardoor het register voortdurend zo hoog is dat je er zelfs als luisteraar met constipatiegrimas naar zit te luisteren, terwijl de show in het tenorheldeneerbetoon “Dexter, Wayne And Mobley” eigenlijk wordt gestolen door een onbevattelijke solo van de immer verbluffende Peter Evans.

En zo laat Slippery Rock! horen alle ingrediënten te hebben voor een zoveelste bandklassieker: biedt “Yo, Yeo, Yough” eigenlijk vooral een knappe dwarsdoorsnede van hun stijl en sound (bekijk zeker de geinige clip eens), dan pakt “Jersey Shore” uit met een om zich heen schoppende chaos en biedt “Is Granny Spry?” een platform aan Irabagon om compleet loos te gaan in Foxy-modus. Het is intussen al lang geen geheim meer dat hij tot de meest bejubelde en complete jazzsaxofonisten van zijn generatie behoort. Hier zit hij nog een eindje weg te kakelen (!), binnenkort staat hij als kersvers lid in een kwintet van Dave Douglas.

Kortom: MOPDTK is op Slippery Rock! in topvorm. Dit spul klinkt vast wat intimiderend voor wie zelf trompet, sax, bas of drums speelt, en wat irritant voor wie vindt dat jazz en humor uit elkaars buurt moeten blijven, maar voor wie het niet zot genoeg kan en toch wil horen hoe spannend muzikaal meesterschap kan klinken in de handen van vier virtuozen, is dit een gesuikerd Godgeschenk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =