Peter Evans Quintet :: Destination: Void

Een paar jaar geleden was Ghosts, het debuutalbum van Peter Evans’ kwintet, een van de meest indrukwekkende platen van dat jaar, en een album dat jazz resoluut de toekomst in katapulteerde met een even onbevreesde als avontuurlijke visit. Wie toen volledig mee was, die krijgt nu een nieuwe, nog veel taaiere uitdaging voorgeschoteld. Voor wie het toen al wat veel van het goede was, is de raad dat ze in een wijde boog rondom Destination: Void heen lopen. Dit laat immers geen spaander meer heel van het hele traditionele jazzconcept.

De band bestaat vooral uit bekende gezichten, want net als vorige keer zijn bassist Tom Blancarte (ook lid van het Quartet van Evans), elektronicaman Sam Pluta en drummer Jim Black weer van de partij. Pianist Carlos Homs werd dan weer vervangen door Ron Stabinsky, een andere jonge pianist. Met z’n vijven volgen de muzikanten een parcours dat tot ver buiten de grenzen van de jazz verkent, want er wordt resoluut in de minimale en moderne gecomponeerde muziek gedoken, net als in markante elektronica en sound design, waardoor dit steeds door en door hedendaags klinkt en soms als een transmissie uit de toekomst. Misschien niet zo toevallig, als je een titel deelt met een klassieke sci-fi-roman van Frank Herbert.

Veel heeft alleszins te maken met het onaflatende experimenteren van Sam Pluta, die met z’n live elektronica voortdurend in de weer is om de muziek te ontregelen. Het ene moment door klanken te creëren die genrevreemd aanvoelen, maar natuurlijk ook door de bouwstenen van de muziek voortdurend te onderwerpen aan een onderzoek. Dat niet door wat gemakzuchtig te rotzooien met loops, maar de muziek te demonteren en soms onherkenbaar gemanipuleerd terug in de groep te gooien. Soms is dat met een agressieve impact, maar net zo vaak via sluipwegen of met zo’n traag toenemende impact dat je er amper bij stilstaat.

Aan de start van opener “Twelve (For Evan Parker)”, gebeurt het zo allemaal erg ingetogen. Evans neemt een aanloop en drukt in de eerste seconden meteen al z’n stempel: de trompet had je immers net zo goed voor een klarinet kunnen aanzien. Daarna neemt de druk en energie gestaag toe, beland je in een vloeiend verkeer dat afgewisseld wordt met muzikale bokkensprongen en steeds ingrijpender elektronica-effecten die knisperen en knetteren. Evans vervalt in een repetitief motiefje en houdt dat minutenlang aan met minuscule variaties, terwijl ritmes stuiteren, lyriek ontmanteld wordt met mathematische ingrepen en een kolkende climax van autisme ontstaat. En dat is nog maar het begin.

“For Gary Rydstrom And Ben Burtt” doet de boel immers compleet doorslaan. Niet zo’n verrassing, als je er even bij stilstaat dat Rydstrom en Burtt enkele van de meest vooraanstaande sound designers van de moderne Amerikaanse cinema zijn. Vooral Burtt was een pionier en een van de verantwoordelijken van de geluidjes die je hoort in klassieke Amerikaanse science-fictionfilms zoals Star Wars, gaande van het gezoem van de lichtsabels tot de bliepend communicatie van R2-D2. Ook hier krijg je zo’n ruimtetaal van Pluta, terwijl het stuk gedomineerd wordt door onregelmatige staccato uithalen die na een tijdje gaan lijken op gekmakend gehamer. Halverwege lijkt de tegenwringende aanpak even te gaan liggen, maar die wordt dan weer herpakt voor een even ontbeende als theatrale finale. Bijna even irritant als hallucinant.

Je hebt dan al twee stukken van elf minuten achter de kiezen, en dan krijg je nog eens kleppers van respectievelijk 19 en 27 minuten op je bord. “Make It So” doet het even meer ingetogen, met delicate, haast impressionistische droommuziek vol drone-achtige uithalen, onheilszwangere filmmuziek en uitgebeende avant-garde. Het lijkt wel alsof het werk van Okkyung Lee, The Necks en Morton Feldman tot een vredespact lijken te komen. Het resultaat is traag ontwikkelende en obsessief uitgevoerde muziek die de luisteraar relatief veel ademruimte geeft. Dat is wel anders in het slotstuk van de plaat.

“Tresillo” is immers een huzarenstuk dat complexiteit en densiteit meteen weer uit zo’n voegen doet barsten. Meteen met een nerveuze opgang met daarin een hoofdrol voor Stabinsky en, zodra Evans zich ermee gaat moeien, al helemaal een arbeidsintensieve bedoening. Hier speelt de band het dichtst tegen jazzregionen, wordt voortdurend heen en weer gekaatst tussen gecomponeerde passages (met soms zelfs unisono uitgevoerde stukken) en vrije invullingen, met duizelingwekkend stuntwerk van Pluta en soms ronduit heroïsche escapades die suggereren dat het stuk elk moment uit z’n voegen kan barsten. Het laatste kwart, met uitgebreide solos van Evans en Blancarte (met strijkstok), suggeert kalmte voor een laatste storm van geluid.

Destination: Void is het werk van een stel hypergetalenteerde muzikanten die zowel qua stijl als qua vorm volledig over de rooie gaan. Het is bijzonder indrukwekkend om te horen, zelfs in de talloze passages dat je er vermoedelijk geen benul van hebt hoe ze dat precies klaarspelen. Het voelt dan ook vooral aan als een album dat de grenzen van de mogelijkheden aftast, met zeer cerebrale resultaten die de volle concentratie vereisen. Dikwijls terugkeren naar de plaat zal moeilijk zijn (wie heeft daar dezer dagen trouwens nog de tijd en concentratie voor?), en ervan houden ook. Niettemin is het een hoorspel dat ondanks die potentieel afschrikwekkende ondoordringbaarheid de aandacht verdient van een publiek met open oren. Evans blijft immers hors catégorie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 5 =