Mr. Nobody




De Belgische cineast Jaco van Dormael schreef zeven jaar lang aan
het scenario van ‘Mister Nobody’, de financiering duurde een
eeuwigheid en de montage nam nog eens een vol jaar in beslag. Maar
voor je ultieme film heb je alles over, die is het bloed, zweet en
de centjes allemaal waard tot op de laatste rooie duit. En zijn
ultieme film is het geworden, dat zie je. Dit is de film waarvoor
de maker van ‘Toto Le héros’ en ‘Le Huitième jour’ wellicht
regisseur geworden is. Dit is het verhaal waarmee hij jarenlang
opstond en ging slapen, waarin hij al zijn eieren tegelijk kwijt
kon. Dit is zijn ultieme geschenk aan de wereld, zijn timecapsule
voor het nageslacht. Van Dormael heeft voor zijn ultieme film geen
compromissen gesloten en dat verdient respect, al zou zijn film wel
eens iets té ambitieus en persoonlijk kunnen zijn om alle
filmminnende zieltjes voor zich te winnen.

Als ik zeg ambitieus, dan bedoel ik ook echt ambitieus. ‘Mister
Nobody’ is véél tegelijk: een puzzel van halve herinneringen en
verknipte dromen, een existentiële nostalgietrip doorheen gevoelens
en keuzes, een ode aan de chaostheorie en een pak andere wetten die
de wereld doen ronddraaien, een virtueel kruispunt tussen fantasie
en werkelijkheid…. De film laat zich niet in één zin omschrijven,
laat staan in een genre vatten. Een hoofdthema valt in het
chaotische kluwen gelukkig wel te ontwarren: de film gaat over
keuzes maken. Hartverscheurende keuzes als kiezen tussen je ouders
bij een scheiding. De jonge Nemo weet niet wat hij moet doen: zijn
moeder vertrekt met de trein op weg naar een nieuw leven. Moet hij
haar volgen of moet hij bij zijn vader blijven? Hoe zal zijn leven
er dan uitzien? Wat als hij nu eens geen keuze maakt en beide
levens een kans geeft? En wat als hij in die levens ook nog eens
voor belangrijke keuzes komt te staan?

Thematisch borduurt ‘Mister Nobody’ duidelijk voort op ‘Toto le
héros’, van Dormaels sprankelend debuut uit 1991 dat ons fleurig
dansend op de tonen van ‘Boum’ van Charles Trenet wist te verleiden
tot een traantje. In die film kijkt een oude man vol wroeging terug
op zijn leven en vraagt hij zich af hoe het anders had kunnen
lopen. Wat als dit of dat nu niet gebeurd was? Wat als hij andere
keuzes had gemaakt? Met ‘Mister Nobody’ diept van Dormael deze
oorzaak- en gevolgkwestie dieper uit, tot in het oneindige zeg
maar. ‘As long as you don’t choose, everything remains
possible
‘, zegt Nemo over zijn leven. Van Dormael gunt ons een
blik op wat had kunnen zijn in een montage van flarden en stukjes
van levens die Nemo had kunnen leiden. Wat als hij niet met zijn
moeder was meegegaan, als hij dat meisje nu toch had gekust, als
hij voor het leven had gekozen? Elke keuze die Nemo maakt is een
nieuwe mogelijkheid. Elke keuze is de aanleiding tot de afsplitsing
naar een nieuwe leven.

‘Mister Nobody’ vertrekt vanuit dit potentieel prachtig
uitgangspunt, dat helaas door de complexe vormelijkheid, structuur
en repetitieve symboliek (het inzoomen op het oog, het
bijna-verdrinken) helaas het hart niet in de fik weet te steken. De
ideeën die van Dormael in zijn film verwerkt zijn onwezenlijk
boeiend, maar gewoon te veel voor één film. Hij strooit op het
deinende deuntje van ‘Mister Sandman’ prachtig gestileerde dromen,
geestverruimende tableaus (de zwevende fietsen!) en bloedmooie
details (armhaar dat rechtkomt) in onze ogen. Hij trakteert ons op
een trip door de menselijke fantasie die we wellicht nooit meer
zullen maken, maar de puzzelstructuur is te verknipt om te willen
ontwarren, de les te theoretisch om iets bij te voelen. Als dan
uiteindelijk na twee uur en half alles min of meer in elkaar klikt,
het globaal beeld scherp wordt gesteld, dan worden we verward
wakker en vergeten we vrij snel wat we net allemaal beleefd hebben.
Zo gaat dat bij dromen nu eenmaal.

De film is op dat vlak verwant aan het eveneens epische en
omslachtige ‘The
Curious Case of Benjamin Button’
, dat met zijn korte inhoud ook
een zaadje van verwachtingen plantte in onze gedachten, maar ook
niet echt open wist open te bloeien. Met dit verschil dat Brad Pitt
als leading man een film duidelijk beter kan dragen dan
een Jared Leto. Hij maakt van Nemo een wel erg vlak personage. Op
de rest van de cast valt dan weer niets aan de merken. De vrouwen
(Diana Kruger en Sarah Polley) zijn in vorm en de tienercast doet
het uitstekend. Vooral in de romance tussen de 15-jarige Nemo en
zijn grote liefde Anna krijgen de acteurs eindelijk meer kans en
tijd om ons op te warmen aan de warme adem van hun samenspel.

Werd ‘Mister Nobody’ niet geselecteerd omdat ze het in Cannes niet
hoog op hebben met ‘Franse’ films die in het Engels opgenomen zijn
(voor zover ik weet is België nog steeds onafhankelijk, maar kom)
of vonden ze hem écht niet goed genoeg? We zullen het wellicht
nooit weten. Feit is dat de ambitieuze mindfuck van van
Dormael om bewondering vraagt. Het is een ongelooflijke film. Onze
Belg heeft het lef gehad om zijn eigen hart te volgen, zijn
creativiteit in ons gezicht te laten ontploffen, het zand van zijn
eigen dromen en levensvragen in onze ogen te strooien en ons een
blik te gunnen op wat cinema ook kan zijn: een geflipte
rollercoaster, een verbluffende trip die tijd en ruimte relatief
maakt.

Al vraag ik me stiekem toch ook af hoe dezelfde film er met een
luchtigere ‘Toto le héros’-aanpak uitgezien zou hebben. Een
soberder structuur, wat minder neurotisch geknip in de montage,
meer plaats en ruimte voor de uitwerking van Nemo’s
persoonlijkheid, een paar druppels extra zelfrelativerende humor,
misschien zelfs het sciencefiction gedeelte helemaal weg… en ik kan
niet anders dan besluiten dat de film met minder tralala
waarschijnlijker veel grootser had kunnen zijn. En een grotere plek
in ons hart had kunnen veroveren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 13 =