Monsters of Folk :: Monsters of Folk

Grote Helden, Geniale Albums, het zijn grote termen en – ook wij
pleiten schuldig – ze worden maar al te vaak iets te enthousiast in
het rond gestrooid. Maar laten we een kat een kat noemen: de vier
die zich onder licht ironische nom de plume ‘Monsters of Folk’
verzamelden hebben met hun respectievelijke bands of solowerk ons
decennium weten te kleuren. Voor all things folk / country /
americana van onze tijd kunnen we ons dan ook nauwelijks grotere
artiesten voorstellen dan Oberst, James, Mogis & Ward. Geen
wonder dus dat we na jaren van geruchten over een ‘mogelijke
samenwerking’ in een bescheiden vreugdedansje uitbarstten toen die
eerste cd eindelijk werd aangekondigd. Over hooggespannen
verwachtingen gesproken … ze worden allemaal ingelost.

Neen, echt, op deze plaat bieden ze ons een uiterst rijke waaier
aan van alles waar ze alle Vier voor staan – gezamenlijk en apart.
Een bloemlezing uit al het moois waar we de voorbije jaren al op
getrakteerd werden. En ook al is de hand van elke artiest
afzonderlijk zeer gemakkelijk te onderscheiden, het zijn die
snuifjes peper en zout die de anderen eraan toevoegen, die het
helemaal afmaken.

‘Dear God’ en ‘Say Please’ kunnen we wel nog als collectieve
prestaties bestempelen – twee werkstukjes waar het spelplezier van
bij de eerste noten uit je boxen spat en waarbij de vocals netjes
onder elkaar verdeeld werden. Maar ‘Whole Lotta Losin” is dan weer
een typisch M.Ward-nummertje dat een tijdje met eentje van Conor
Oberst in bed heeft gelegen. Fris, levendig, sterk.

Favoriet op deze plaat is misschien wel ‘Temazcal’: Conor zoals we
hem niet meer hebben mogen horen sinds ‘Cassadaga’ en zelfs nog een
aantal trapjes hoger. Waar hij met zijn Mystic Valley Band al twee
albums lang niet in slaagt – degelijke nummers opnemen, that is –
lukt hem met behulp van zijn vrienden haast moeiteloos. Lyrics die
het niveau van de spielerei eindelijk weer ruimschoots overstijgen;
de spookachtige koortjes en vocale bijstand van zijn even
getalenteerde compagnons maken duidelijk het verschil. Exact
hetzelfde kunnen we zeggen over ‘Ahead of The Curve’ – misschien
wel onze favoriet op deze plaat. Of hadden we dat al eens
gezegd?

En dan is er nog ‘Losin Yo’ Head’ – een van die dampende
rootsrocknummertjes waar My Morning Jacket een patent op lijkt te
hebben. Ook hier geldt echter dat James, die op ‘Evil Urges’ dit
trucje een keertje te veel én te zwak opvoerde, zichzelf weer lijkt
gevonden te hebben. Met dank aan de medemonstertjes dan. Een genot
om naar te luisteren, deze plaat, die vrolijk uitwaaiert van het
ene genre naar het andere en van invloed naar invloed (wij
noteerden CSNY, The Band en – het is onvermijdelijk – Travelling
Wilburys).

Wat nog het meeste opvalt is de coherentie, het gevoel dat dit alle
ego’s niet te na genomen een échte groepsplaat is. We vermoeden dat
onze complimenten hiervoor integraal naar Mogis,
multi-instrumentalist én producer, mogen gaan, die het zootje bij
elkaar houdt in één strakke sound. Waarom hier dan geen sterretje
meer staat te prijken? Slechte songs hebben we niet gevonden op de
cd, maar pakweg ‘Magic Marker’ of ‘Man Named Truth’ zijn toch al
een eindje vrijblijvender. En één ster noemen wij een mooie
groeimarge voor een eventueel tweede album.

We begonnen er een beetje voor te vrezen na de Mystic
Valley-misbaksels van en het slappe ‘Evil Urges’, maar Oberst en
James kunnen het duidelijk nog steeds. Het doet alvast deugd om te
horen dat de vier elkander scherp, gefocust en fris weten te houden
en het beste in elkaar naar boven halen. Supergroep!

http://monstersoffolk.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − zes =