Wat we zelf doen, moeten we beter doen, sprak Gaston Geens, en zo ging het ook. Engeland mocht Gang Of Four hebben, een bandje of vijf zes meer, wij hadden TC Matic. En dat, dat was nog eens andere postpunkkoek. In de laatste aflevering van het eerste seizoen van Trans-Europe Express blikken we samen met gast Johannes Verschaeve terug op het genie van messieurs Aerts, Hintjens, et les autres.
Toen Arno eind jaren zeventig naar de Verenigde Staten reisde, en in de legendarische New Yorkse club CBGB’s zijn eigen single “Gimme What I Need” hoorde, viel zijn frank. Hij, de mondharmonicaspeler en daarna ook rockzanger, zou nooit een echte Amerikaanse bluesman zijn. Hij was een Europeaan, en daar kon hij zich maar beter naar gedragen. Nauwelijks hadden de landingswielen de baan geraakt in Zaventem, of hij had TC Matic opgericht.
Het duurde geen maanden of Paul Couter, die andere helft van Tjens Couter, zag dat de nieuwe richting niets voor hem was. Hij vertelt Arno over een andere Zeebrugse gitarist: Jean-Marie Aerts, die in het orkest van Johan Verminnen speelt. In zaal Lux in Herenthout ontmoeten ze elkaar voor het eerst. “Speel eens iets”, vraagt Arno backstage. En hij wist genoeg.
De rest, is Belpopgeschiedenis, en daar duiken we voor deze achtste en voorlopig laatste aflevering van Trans-Europe Express in met gast Johannes Verschaeve (The Van Jets, Johannes Is Zijn Naam)



