De minder bekende vaders van de thrash – deel 1




enola-special: Vijfsterrenthrash die je nog niet
kent!

(Gelieve zich te onthouden indien onverdraagzaam ten overstaan van
“riffs”)

In 2009 zetten de retro thrashbands hun opmars voort in de
metalwereld. Steeds meer jongelui voelen zich geroepen om die stijl
uit de jaren ’80 te doen herleven, in die mate zelfs dat het niet
onlogisch zou zijn als in 2010 de hype helemaal over is. De huidige
generatie bands weet waar ze de mosterd heeft gehaald en steekt
haar respect voor de voorlopers niet onder stoelen of banken.
Sommigen van die voorbeelden bestaan nog steeds en nemen hun
jongere tegenpolen mee op tour, anderen achten de tijd rijp om zelf
weer de gitaar te omgorden.

Over de meest geciteerde Grote Voorbeelden ga je hier niet veel
lezen. Dit artikel gaat over originele thrashplaten die dreigen
vergeten te worden wanneer deze tweede golf gebroken is door de wil
van de consument en de macht van de bizz. We bespreken hier 10
albums die in hun tijd zeker niet onder de radar gingen, maar nu
toch – ten onrechte – vergeten dreigen te worden:

  • I. Sabbat – Dreamweaver
  • II. Celtic Frost – Morbid Tales / Emperor’s Return
  • III. Carnivore – Retaliation
  • IV Voivod – Killing Technology
  • V Dark Angel – Darkness Descends
  • VI Infernäl Mäjesty – None Shall Defy
  • VII D.R.I. – Dealing With It
  • VIII Sepultura – Beneath The Remains
  • IX Vio-Lence – Eternal Nightmare
  • X Prong -Force Fed

I. Sabbat – Dreamweaver
Noise, 1989

Voor iedereen die zich ooit afvroeg of je literair proza kan
combineren met messcherpe thrash metal en of dark horses dream
of nightmares
, biedt deze plaat de antwoorden. Alle teksten op
dit album zijn gebaseerd op de heidense roman ‘The Way of Wyrd’ van
Brian Bates en gaan nogal diep, en breed en lang. Het tekstvel dat
bij de plaat zit beslaat drie kantjes ter grootte van een
elpeehoes. Het mag meteen duidelijk zijn dat Martin Walkyier een
zanger is die graag inhoud geeft aan zijn bijdrages.

De man valt niet alleen op door zijn schrijverstalent, ook als
zanger staat hij er. Door zijn raspende en ruwe strot vuurt hij aan
een razend tempo verhalen over roem, ondergang en twijfel op ons
af. Zij woordensalvo’s zijn onnavolgbaar en perfect getimed. Indien
de muziek achter hem niet van eenzelfde hoog niveau zijn, dan was
dit gewoon niet uit te houden. De zes lange nummers zijn overwegend
snel en agressief, maar hoe prozaïsch ook, het blijft thrash. Er
wordt gebruik gemaakt van strofes en refreinen, maar toch zijn de
nummers alles behalve voorspelbaar.

Na een intro volgt eerst het ongebreideld snelle ‘The Clerical
Conspiracy’. Grijnzend van oor tot oor staat de headbanger na te
genieten, wanneer er plotseling een akoestisch tafereeltje uit de
boksen weerklinkt. Tja, dat konden ze dan blijkbaar toch niet
laten. ‘Advent of Insanity’ is een folky interludium. Daarna gaat
het echter in volle vaart door tot het einde, te beginnen met ‘Do
Dark Horses Dream of Nightmares?’, nog een fel maar afwisselend
nummer dat halfweg weer even de akoestische kant opgaat, waarna een
reeks duikbomsolo’s je trommelvliezen treffen.

Kant A wordt afgesloten met ‘The Best of Enemies’, een lang
thrashepos dat gebruikt maakt van marsritmes en verschillende
tempowisselingen om de spanning voldoende op te bouwen voor weer
een verscheurende reeks solo’s. Op ‘Wildfire’ wordt het toerental
niet helemaal tot het maximum opgedreven en sluimert er iets als
een groove onder het gemitrailleer van stem en gitaar. Hier en daar
hoor je listig geplaatste sampletjes. ‘How the Mighty Have Fallen’
begint bijvoorbeeld met het gezoem van strontvliegen, alvorens los
te barsten. De gortdroge gitaarriffs fileren je luisprekers en de
dissonante passages verstoren de circuits van je versterker, maar
halverwege heeft het nummer een korte breakdown die de zanger
echter niet belemmert door te gaan met zijn sermoen.

Moest het nog niet duidelijk zijn, ‘Dreamweaver’ is uitzonderlijk
straf metalalbum. Gitarist Andy Sneap, die verantwoordelijk is voor
het kraakheldere geluid en al die vileine riffs, heeft zich met
deze prestatie onsterfelijk gemaakt. Later is hij zich gaan toe
leggen op producerswerk, misschien wel omdat wat hij hier muzikaal
deed niet te overtreffen valt. Waar hele goede thrashbands
gewoonlijk een stuk of drie killer riffs in een nummer stoppen
steekt Sabbat er genoeg in één nummer om een retrobandje te
voorzien van een half album.

En dan hebben we het nog niet over die hooks, de
vingervlugge solo’s, de abrupte tempodalingen of -versnellingen. Al
die fragmenten zijn echter zo perfect gestructureerd dat de
luisteraar geen enkel keer de draad verliest. Binnen het genre is
dit zeker een iets gewaagdere plaat, maar je kan de band zeker niet
beschuldigen van ongefundeerd pretentie of zielloze egotripperij,
alles klopt gewoon. Het headbangen zal je goed vergaan, zij het wel
met een gespleten gezicht: een helft in een debiele
verstand-op-nul-en-gaan-grijns, de andere kant met een mond open
van verbazing.

U kent hen ook van: Skyclad (zanger Martin) of als
producer van tonnen metalalbums (gitarist Andy Sneap). Frazer
Craske (bas) speelt met Big Ben van Orange Goblin in Ravens
Creed
Reüniekans: sinds 2006 spelen ze terug geregeld
een optreden. Zo was er o.a. een tournee als voorprogramma van
Cradle of Filth.
Vijf sterren: want het zijn doordachte nummers die
het genre verrijken door al het mogelijke eruit te halen, en dat
zonder er echt wilde dingen mee te doen.
Dit is trash: wegens te veel brains en te
weinig mosh: wanneer houdt die gast zijn mond nou eens?

II. Celtic Frost – Morbid Tales / Emperor’s
Return

Noise records, 1984 en 1985

We bespreken hier in feite de eerste twee mini-albums van de
Zwitserse kliek rond Tom G. Warrior, zoals hij zich toen liet
noemen. De twee schijfjes zijn ondertussen al verschillende keren
samen uitgebracht op cd, met telkens een wisselende tracklist en
een myriade van collectorsedities voor gevolg waarin een kat haar
jongen niet meer in terugvindt. Dat gehannes en warrig gedoe is
eigen aan de band van in de begindagen, zoals alles aan deze band
rommelig en dubbelzinnig is, van bij het ontstaan tot het nu toch
wel definitieve einde.

Alles behalve de muziek dan, want die is strak, donker, heavy en
zeker later erg inventief. De schurken in de muziekbizz kleefden
het monstrueuze label avant-garde metal op de band. Op zich niet
helemaal onterecht, want hier hoor je ook al een bevreemdend
uitstapje naar het theatrale doch primitieve hoorspel van ‘Danse
Macabre’. De bulk van de nummers op ‘Morbid Tales / Emperor’s
Return’ is echter tegendraadse midtempo thrashmetal.

De band is een van de meest genoemde als het gaat over invloeden op
death, black en doom metalbands. Onder andere onze eigen
Serpentcult doet niet moeilijk wanneer het gaat over hun adoratie
voor C.F., maar ook het grote Opeth nam ooit een cover op van
Circle of the Tyrants, net zoals de deathmetaliconen
Obituary.

Waarom dan toch? Om te beginnen omdat Thomas Gabriel Fischer (zoals
hij nu wil heten) één van de allerruigste gitaartonen heeft in het
hele metallandschap. Op het moment dat de riff van ‘Into the Crypts
of Rays’ in je gehoorgang huishoudt, start de afdaling naar de
binnenste cirkel van de Hel. Maar er is ook het donderende
basgeluid van Martin Eric Ain (of Stricker of hoe hij ook heet
tegenwoordig) en die verwoeste breakdown na twee minuten, met
daarna een flitsende semi-dissonante semi-melodieuze gitaarsolo.
Het komt zo griezelig dicht bij de perfectie van een
metalsong.

De zang kan een afknapper zijn voor sommigen, maar voor anderen is
zijn schuimbekkende priestervertoning nog opzwepender door het
ongeremde gebruik van interjecties, gillen en gruntjes. Op ‘Visions
of Mortality’ laat de band aanvankelijk horen waarom ze ook op de
doomscene zo’n indruk maakte, maar over halfweg – als de drummer
ook zijn tweede basketel begint te bewerken – gaat het tempo fel de
hoogte in en beveelt Thomas ons: “Thrash!”

De traagste nummers zijn ‘Dethroned Emperor’ en ‘Procreation (of
the Wicked)’ waarbij vooral dat laatste als een machtige
Alpengletsjer over de luisteraar heen schuurt. Vol haat spuwt
Thomas zijn teksten de wereld in, een verontrustend nummertje is
dat. De andere nummers gaan echter van middelmatig snel (b.v.
‘Circle of the Tyrants’, ‘Return to the Eve) tot behoorlijk snel
(b.v. ‘Suicidal Winds’). Al die nummers hebben behalve een donkere
atmosfeer ook steeds een behoorlijk catchy riff, en wanneer ze
uitnodigend stellen “Here we go again!” in ‘Visual
Aggression’, dan kan je niet anders dan je nekwervels kraken.

In ‘Morbid Tales’ stelt Warrior / Fischer de vraag “Are you
morbid?” En dat is het: durf je genoeg loskomen uit je comfortabele
en geruststellende middenklasseleventje om je te laten meeslepen in
de nevelenwereld van Celtic Frost? Het is duidelijk geen kwestie
van kunnen of willen, de songs van ‘Morbid Tales’ en ‘Emperor’s
Return’ zijn krachtiger dan je wil.

U kent hen ook van: Hellhammer. Alle andere
extreme metalbands die zijn ontstaan na ’85 en hen noemen als
invloed, hun T-shirts dragen op hoesfoto’s of hun nummers coveren.
Je zou C.F. ook kunnen kennen van de uitdrukking ‘Een Cold Lakeske
doen’
Reüniekans: nihil. CF is in de jaren tachtig al
een keer uit de as herrezen. Ook in 2003 keerden ze terug, wat
zelfs leidde tot een nieuw album in 2005. In 2008 was Tom G zijn
geesteskind definitief beu.
Vijf sterren: omwille van de unieke sfeer en het
dito gitaargeluid. Er staan enkel(e) tijdloze thrashklassiekers
op.
Dit is trash want: er zijn te veel trage
no-bang stukken en pretentieuze ‘King of pop’-aspiraties
in de vocals.

III. Carnivore – Retaliation
Roadrunner, 1987

Thrashmetal kende in de US of A twee grote groeipolen; een
westelijke rond San Fransisco en een oostelijke in New York. De
verschillende klimaten en sferen hoor je terug in de muziek van de
bands uit de respectieve regio’s. Net als Prong (elders in dit
stuk) neemt Carnivore veel mee van de troosteloze en agressieve
sfeer die in de eighties (sommige wijken van) de Big Apple
domineerde. Waar Tommy Victor en de zijnen vooral het beklemmende
en beangstigende probeerden weer te geven, neigen die van Carnivore
eerder naar een escapistische egotrip, met een dikke middelvinger
voor iedereen die hen probeert af te remmen in de race naar een
zelfgekozen ondergang.

‘Retaliation’ was de tweede en – voorlopig toch – laatste
langspeler van de band. Na de split vormde Peter Steele het veel
beroemdere en bijna even beruchte Type O Negative met zijn maatje
Josh Silver. Toen thrash echter weer populair werd, ging Type O de
ijskast in ten voordele van Carnivore. Je bent een koude cynicus of
je bent het niet.

Muzikaal gezien komt dit album een eindje boven de middelmaat uit,
het zijn integendeel de hilarische en compromisloze teksten die er
een bijzonder werkstuk van maken. Pareltjes als ‘Suck My Dick’,
‘Sex & Violence’ (met de legendarische uitspraak: “if you can’t
eat it or fuck it, then kill it”) of ‘Jesus Hitler’ kunnen vast
niet door de beugel voor de goegemeente. Veel metalheads weten
trouwens ook nog steeds niet of ‘Race War’ en ‘USA for Usa’ nu
serieus te nemen zijn of niet, zodat beschuldigingen van
nazi-sympathieën na meer dan 20 jaar nog altijd aan brede Pete
kleven. Ook al was hij daarover op Type O’s ‘Bloody Kisses’ vrij
expliciet: ‘We hate everyone’ zong hij in 1993. In 1987 klonkt het
eigenlijk al even genuanceerd: “this is the united states of
America and you have the right to hate whoever you want so let’s
start busting heads
“.

Mensen die zich nog iets kunnen voorstellen bij die snellere
nummers van Type O moeten gewoon even abstractie maken van de
keyboards, en het zich allemaal een tikje rommeliger voorstellen om
een accuraat beeld te krijgen van Carnivore. Het krachtige, volle
basgeluid domineert de meeste nummers. Zeker in de talrijke doomy
stukken laat Pete zijn instrument zinderen. De albumintro
demonstreert wat een zware combinatie van pizza en Jack Daniels met
een mens kan doen, maar op vele andere nummers hoor je ook de
invloed van een forse cannabisconsumptie.

De band speelt nogal losjes uit de pols en klikt geregeld vast in
het soort groove dat men later stonerrock is gaan noemen. Dit valt
het meest op in het instrumentale ‘Five Billion Dead’ en de
geslaagde Jimi Hendrix-cover ‘Manic Depression’. Soms wordt het
echt wel smerig en lijken de riffs geboetseerd uit het
slibbezinksel van de New Yorkse getto’s. In de eerste plaats is het
toch een punky thrashalbum waarop de snelle tempo’s
domineren.

‘Technophobia’, met een stukje Chopin erin gesmokkeld, en ‘Ground
Zero Brooklyn’ (geen commentaar) zijn dynamische en oerdegelijke
thrashmetalhymnes. Opener ‘Angry Neurotic Catholics’ nodigt vanaf
het eerste akkoord uit tot het flexen van de nekspieren, en je
hoort er ook al de woestelingen die op de achtergrond geregeld
meebrullen. De leadvocals zijn trouwens ook overwegend ruw, maar
wel afwisselend en af en toe opvallend melodieus.

Samenvattend kan je stellen dat Peter Steeles eerste band een
charmant, afwisselend maar niet overdreven strak thrashalbum
afleverde, met duidelijke invloeden van doom en hardcore. Niet echt
iets voor de fans van Anthrax dus, maar nu de sfeer in de wereld
weer wat apocalyptischer wordt zullen er nog wel wat jongelui te
vinden zijn voor deze ongein.

U kent hen ook van: Type O Negative, Crumbsuckers,
Life of Agony (niet op dit album, maar Sal Abruscato drummer van
LOA is gelieerd met Carnivore).
Reüniekans: ze hebben net een geflopte
reünietournee achter de rug.
Vijf sterren: voor het sarcasme en de uitzinnige
slempartijen. Er staan ook genoeg vettige riffs van gitaar en bas
op om een partij moddercatch te organiseren.
Dit is trash want: het klinkt slordig, en
ook humor, de productie en de punk zijn fout. Bovendien is er maar
één thrashband in NY en dat is Anthrax.

IV. Voivod – Killing Technology
Noise, 1987

Voivod hoorde niet vanaf hun eerste noot bij de avant garde, maar
tijdens de repetities voor ‘Killing Technology’ was er toch die
drang om zich te manifesteren op manieren die ongekend zijn in
metal. Voortgestuwd door de krachtige, maar onvoorspelbare en soms
bijna jazzy drums van Away en het volstrekt onvergelijkbare
gitaarspel van Piggy (RIP), kozen de Canadezen definitief koers
naar de kosmos. De vocals van Piggy wijken ook behoorlijk af van
het thrashpatroon, en al die aspecten zorgen voor een avontuurlijke
metalsensatie.

Voivod ontstond, zoals vele bandjes, toen vier jonge kerels die
eigenlijk geen instrument konden spelen elkaar vonden rond een
muzikaal en artistiek concept. Het speciale van deze band is dat ze
ten eerste hun instrumenten leerden beheersen in een, zeker wat
gitarist Piggy betreft, volstrekt unieke stijl. Ten tweede zijn ze
tijdens de evolutie van de band en de muziek wel steeds trouw
gebleven het artistieke concept. Wat in de begindagen klonk als
rommelige motörpünk evolueerde via sci-fi thrash naar een soort
heavy rock onder merkbare Rush- en Floyd-invloed.

‘Killing technology’ is de derde plaat en het begin van die
middenperiode. Samen met opvolger ‘Dimension Hatröss’ vormt het een
duootje dat aanspraak maakt op de kroon van beste thrash voor
brainiacs. De meanderende gitaar die eigenlijk constant het midden
houdt tussen riffs en leads, voert je mee naar een toekomst die
weinig vergelijkbaar is met de vertrouwde thuissituatie. De wereld
wordt geregeerd door machines en is merkelijk slechter af.

Het album start met de titeltrack en dat is meteen de enige met een
herkenbaar strofe/refrein/brugje-structuur. De gepaste inleiding
met andere woorden, want een geleidelijke overgang naar de
kosmische stralingswervelwinden van ‘Overreaction’ en ‘Tornado’ kan
je wel gebruiken. Het zijn nummers waarin niets is wat het lijkt,
een rechtoe-rechtaan headbangstukje is bij nadere beschouwing vaak
een semionmogelijk jazzdrumpatroon, aangedikt met gitaarakkoorden
die je in geen enkel instructieboek terug kan vinden. Als ze dan
echt loos gaan dreig je gewoon je hoofd te verliezen. De opvallend
heldere en scherpe gitaartoon is net als de rest erg atypisch voor
metal, de pulserende baslijnen houden alles gelukkig geworteld in
de aarde.

Kant B begint met het koortsige en bezeten ruimte-epos ‘Forgotten
in Space’. Het leven is te kort om te proberen deze song in woorden
uit te leggen, je moet er gewoon naar luisteren. Ook slottrack
‘This Is Not An Exercise’ is nog een bijzondere vermelding waard,
waarmee ik niet wil zeggen dat de twee tussenliggende songs zo maar
genegeerd mogen worden.

Voivod moest er in, om persoonlijke redenen, zoals de lezer
misschien al kon vermoeden. Eén album kiezen wordt daardoor niet
gemakkelijk. ‘Killing Technology’ is de plaat die muzikaal het
dichtste bij de thrashmetal aanleunt, maar dan nog volgens de
ruimere definitie van het genre. Het komt er op neer dat iedereen
die van zichzelf vindt dat hij een breeddenkend metal- of
rockliefhebber is deze Quebecqois zou moeten kunnen
appreciëren.

U kent hen ook van: het instrumentale
spacerockcombo, het hobbyproject van drummer Kosmos. Huidig
tourgitarist Daniel kent u vast van de hypertechnische
Deathmetalgroep Martyr en ex-interim bassist/zanger Eric Forrest
houdt de sci-fi thrash vlam brandende in E-force.
Reüniekans: in feite is de band nog niet gesplit,
ondanks wat line-up wisselingen. Het definitieve einde is
vermoedlijk voor 2010, zeker sinds de dood van gitarist Piggy in
2005 is het een aflopende zaak..
Vijf sterren want: het is inventief en flirt met
de avant-garde, terwijl er toch nog gefocust wordt op tempo en
kracht.
Dit is trash want: geef ons nu toch eens
een normale riff, man!

V. Dark Angel – Darkness Descends
Combat Records, 1986

Dit is een album van extremen. Een deel van de thrash aanhangers is
hiervoor gevallen omwille van de agressieve snelheid en de
grimmigheid van de plaat. Tegenstanders vinden de laaggestemde
kettingzaaggitaren en de repetitieve riffs daarentegen echt niet te
pruimen. Zeker als je vergelijkt met de grotere namen uit die
periode is Dark Angel “zwaarder”. Als je net als wij ondertussen de
hele death & black metal hausse achter je hebt, is ‘Darkness
Descends’ nu ook weer niet zo extreem. Bovendien zit het tjokvol
met van die vocale uithalen en laag vliegende gitaarsolo’s die je
enkel in dit genre aantreft.

Of je er nu fan van bent of niet, het is een beest van een cd.
Aangepord, wat zeg ik, voortgestuwd door cyborgdrummer Gene Hoglan is dit waarschijnlijk een van de snelste metalplaten uit de eighties. Snelheid alleen is niet alles, er moet ook op niveau gemusiceerd worden en ook afwisseling en ademruimte zijn noodzakelijk. Die zijn er, maar beperkt tot het strikte minimum.

Openers ‘Darkness Descends’ en ‘The Burning of Sodom’ zijn supersonische thrashers met enkel in dat tweede nummer een kort moment waarin er niet gesloophamerd wordt. ‘Hunger of the Undead’ en opener van kant B ‘Death is Certain’ laten hier en daar wat meer ruimte voor een groove, en je hoort dat niet alleen de drummer en de gitaristen beulen zijn maar ook dat de basgitarist een krachtpatser is. Zijn gortdroge geluid domineert verschillende passages in deze nummers en geeft een extra dimensie aan de muziek, ook in de rest van de tracks.

‘Merciless Death’ begint met een donkere hypnotische baslijn die je volledig op het verkeerde been zet, want wanneer de gitaren op je nek vallen als een vlaag uitgehongerde sprinkhanen blijkt dit toch ook weer een verwoestend nummer. De intro van ‘Black Prophecies’ is langer en dramatischer, het hele nummer duurt ruim acht minuten en bouwt de spanningsboog steeds verder op, zonder evenwel volledig uit te barsten. Het nummer is een kolkend vat vol ingehouden woede. De uitbarsting volgt in de slottrack, de razende vuurstorm ‘Perish in Flames’.

Daarna zet ik de plaat gewoon opnieuw op. Het valt niet goed onder woorden te brengen, maar er is iets onverklaarbaars met deze schijf die zorgt dat ik er nooit genoeg van krijg, hoewel het eigenlijk 35 minuten hysterisch geraas is.

‘Darkness Descends’ is een supersonische trip door de vijandige wereld die Slayer schiep. ‘Dark Angel’ speelt echter nog strakker en compromislozer. De kritiek dat het album repetitief is, is niet geheel onterecht, maar van deze heb ik desondanks naast de LP ook de cd-versie, om op repeat te kunnen zetten.

U kent hen ook van: de tientallen projecten van drummer Gene Hoglan (in veel gevallen samen met Devin Townsend), maar ook van Testament en recente thrash supergroep Tenet.
Reüniekans: klein. Begin jaren ’00 was er een korte reunie, maar die viel op zijn gat toen de zanger een ernstig ongeval had.
Vijf sterren want: de retestrakke supersnelle riffs rollen over elkaar heen om alles weg te maaien.
Dit is trash want: te repetitief en te veel rip off van Slayer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − vijftien =