‘You’ll be a part of the world of make believe, flying high like a man on a trapeze.” Toen een veertienjarige Michael Jackson deze zin zong voor het liedje The Greatest Show on Earth uit het album Ben uit 1972, kon zelfs hij nauwelijks bevroeden hoe sterk zijn eigen leven zou samenvallen met de titel van dat nummer. Antoine Fuqua’s Michael onderneemt niets om de kijker van het tegendeel te overtuigen. In een razend tempo vliegt de cineast van momentopname naar momentopname waarin de ‘razzle dazzle’ de boventoon voert en de kritische nuance op de achtergrond blijft. Welkom in de wonderjaren van “The Gloved One.”
Niet sinds Wylie Draper in de verdienstelijke HBO-televisiefilm The Jacksons: An American Dream is er een acteur opgestaan die zo goed de stemverbuigingen, tics en danspasjes van The King of Pop evenaarde. Jaafar Jackson, neef van Michael Jackson, komt zo dicht in de buurt van zijn oom dat het zelfs een tikkeltje akelig wordt en je even met je ogen moet knipperen om je ervan te vergewissen dat de popster niet echt uit de dood is herrezen. Jaafars prestatie en de straffe gereconstrueerde concertfragmenten uit de Victory- en Bad tour zijn zowat het allerbeste dat de film te bieden heeft. De andere aspecten van de rolprent doen eerder de wenkbrauwen fronsen.
Ja, Michael Jackson had een aapje dat Bubbles heette en hij wandelde al eens met zijn lama door de buurt onder de verwonderde blikken van zijn buren. Maar zijn dat niet gewoon de onschuldige excentriciteiten van een wereldvreemde kindman/popster ter compensatie van een jeugd vol hard labeur en de occasionele riem van zijn vader om hem in de pas te late
n lopen? Deze boude stellingen die worden geponeerd om te verklaren waarom Michael deed wat hij deed, snijden wellicht niet allemaal hout. Dat Jackson ook doelbewust zijn eigen mythe creëerde door strak georkestreerde marketingstunts, zoals het poseren in een zuurstoftent of het bieden op de botten van The Elephant Man, daar wordt in deze film geen aandacht aan besteed. En we zwijgen dan nog over zijn aankoop van de Beatles-catalogus. Daardoor kwam de popster plots uit de kast als een sluwe zakenman. Het weglaten van dergelijke aspecten van zijn leven verhindert een meer gelaagd portret dat één en ander in perspectief had kunnen plaatsen. Wat nu overblijft, is een vrij eenzijdige lezing van een geniale, maar getroebleerde man.
Wie producent Graham King zegt, denkt onmiddellijk aan het eveneens door hem geproduceerde Bohemian Rhapsody. De sterkste en zwakste punten van die film komen vrij goed overeen met die van Michael. Beide gaan over ‘trailblazers’ die buiten de normen en waarden van de toenmalige muziekindustrie stonden en die door hun inspanningen het huidige muzieklandschap diepgaand hebben beïnvloed. Ze excelleren ook in het op de voorgrond zetten van de muziek ten koste van de psychologische portrettering van de artiesten. Waarom zou je immers de moeite doen om die mensen te doorgronden als de kassa al rinkelt bij het tonen van indrukwekkend geënsceneerde concertfragmenten?
Er is al veel inkt gevloeid over het feit dat de beschuldigingen over kindermisbruik op het laatste nippertje uit de fil
m werden verwijderd ten voordele van scènes die de King of Pop ‘positiever’ voorstellen. Onvermijdelijk rijst de vraag wat de verantwoordelijkheid van de cineast hierin is. In principe moet een biografische film aan geen enkele claim van volledigheid beantwoorden. Film is een artistiek medium en op grond daarvan kan een regisseur doen wat hij wil. Reshoots na de productie van een film en een heroverweging van de visie die je wil overbrengen aan het publiek tijdens de montagefase zijn al zo oud als het medium zelf. In het geval van Michael kijkt het publiek echter met een zekere voorkennis naar de gebeurtenissen en kan het weglaten van sommige ervan als ‘onjuist’ of als een ‘verdraaiing van de feiten’ worden beschouwd. Hoe controversiëler het onderwerp, hoe vaker dergelijke commentaren opduiken. Dat heeft echter meer te maken met emoties en het morele gewicht dat eraan vasthangt dan met het filmproces an sich. Dat de makers de film willen beëindigen op een moment dat alles nog peis en vree is, is hun goed recht.
Michael is een entertainende, maar tegelijk ook erg gepolijste blik op leven en werk van Michael Jackson. Als het advocaat John Branca en de mede-uitvoerders van het testament van de popster erom te doen was om geen fans te verliezen met deze biopic, dan zijn ze meer dan geslaagd in hun missie. Michael Jackson wordt neergezet als het muziekfenomeen dat hij ook was in de jaren tachtig. Een ongemakkelijke waarheid die steeds meer mensen tegen de borst stuit.



