Apse :: Climb Up

Hoe raak je uit de duisternis van het onpeilbaar zwarte Spirit? Apse vond het antwoord: door te klimmen naar het licht. Climb Up is een heel wat luchtigere plaat dan de voorganger, maar slaat daardoor de bal volledig mis.

Pikdonker was Spirit. Een jachtige, paranoïde trip zoals we er slechts weinig kennen. Een mokerslag van een album dat drie jaar na zijn verschijnen nog niets van zijn horroreffect heeft verloren. Maar het was ook iets dat je maar één keer kunt doen, zonder in herhaling te vallen. En dus had Apse zich ook in een hoek vastgezet. “We hebben het gehad met die duisternis, het kan nu opnieuw alle kanten uit”, klonk het toen al waarschuwend.

Er is minder veranderd op Climb Up dan dat citaat deed vermoeden. Opener “Blown Doors” bespeelt hetzelfde register als Spirit: ijle zang, overheersende percussie en monotone baslijnen die de songs van een duistere onderbuik voorzien. Toch is het verstikkende verdwenen. Nog steeds is de zang van Robert M. Toher verwant aan die van Zuid-Amerikaanse inboorlingenstammen, maar het klinkt minder bezwerend, al was het maar door een upbeat piano die de song op zijn eentje optilt uit de duisternis.

Zonder onherkenbaar te zijn veranderd, is het zwaartepunt bij Apse toch verschoven. Toher’s vocalen zijn plots verstaanbaar, de percussie staat iets minder op de voorgrond. De band heeft de song als begrip geherwaardeerd en maakt niet langer stuwende sfeerstukken die ontregelend losbarsten. In de chaos is structuur gebracht. Helaas klinkt alles daardoor ook een stuk vrijblijvender.

“3.1.” begint nog wel als één van de beste Joy Division-nummers die we de laatste tien jaar hoorden, maar al snel slaat de groep op drift om daarna stuurloos te blijven ronddobberen. Ook in “All Mine” is geen redding aan de horizon te bespeuren. Nauwelijks drie nummers ver in Climb Up is Apse al vervelend aan het worden.

Climb Up kabbelt, waar Spirit stuwde, kolkte en je voortdurend over je schouder deed blikken. De woeligheid is er nog steeds, maar ze klinkt bedaard, veeleer gemoedelijk dan dat je er onrustig van wordt. Goed begonnen, is de plaat tegen “Gold”, nummer vijf op de tracklist, al naar de achtergrond weggedeemsterd. Er gebeurt niets dat onze aandacht grijpt, tot “The Whip” plots even aan de boom schudt.

Geen wereldschokkend nummer daarom, maar: Climb Up leeft opnieuw wat. Een uptempo baslijn nodigt tot dansen uit, Toher spuwt bezwerend uit “Did you get the message?/Did you break the code?” en de band weet opnieuw een unheimlich sfeertje op te wekken. Even lijkt het nog goed te komen, maar het is vals alarm: hierna sloft Climb Up min of meer naar het einde.

Met Spirit leek Apse even de sleutel tot onontgonnen terrein in handen te hebben, maar deze plaat toont dat de groep de moed niet had om die ook effectief om te draaien. Climb Up is het geluid van een groep die in de afgrond heeft gekeken en is teruggedeinsd, om te vluchten in gemakkelijke muzak. Erg jammer.

Apse speelt op 15 december in STUK in Leuven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =