The Ninth Gate





Met : Johnny Depp, Frank Langella, Emmanuelle Seigner, Lena Olin
e.a.

Toen ‘The Ninth Gate’ uitkwam in 1999, beschreef een venijnige
journalist Roman Polanski als een regisseur “die al twintig jaar
lang niets relevants meer heeft gemaakt” – een opmerking die maar
zelden zo onsubtiel geformuleerd werd door anderen, maar die toch
pijnlijk weerspiegelt wat maar al te veel mensen over hem dachten.
Sinds hij Amerika ontvluchtte eind jaren zeventig, kende zijn
carrière een oneven parcours, met een aantal films die bij hun
release gruwelijk onderschat werden (‘Bitter Moon’, ‘Death and the
Maiden’), een paar stinkers die gewoon stinkers gebleven zijn
(‘Pirates’) en dan nog enkele projecten die daar tussenin vallen
(‘Frantic’). Maar wat hij ook deed, hij kon per definitie niet meer
rekenen op de kritische bijval die hij vroeger had gehad. Polanski
was resoluut van het voetstuk gevallen waar hij in de
seventies op had gestaan, en het zou nog duren tot ‘The
Pianist’ vooraleer hij iets zou maken dat op algemene lof kon
rekenen. Naar ‘The Ninth Gate’ werd aanvankelijk halsreikend
uitgekeken – voor het eerst sinds ‘Rosemary’s Baby’ dertig jaar
eerder, waagde Polanski zich weer aan een bovennatuurlijke
thriller, en de regisseur kon nog honderd keer zeggen dat deze
nieuwe film niets met zijn klassieker te maken had, pers en publiek
labelden hem toch als een informele opvolger. De teleurstelling was
dan ook groot toen ‘The Ninth Gate’ uitkwam, en bleek dat Polanski
niet had gelogen: het was inderdaad geen ‘Rosemary’s Baby 2’, maar
een ironische thriller-komedie, die twee uur lang spot met de
conventies van het genre. Gevolg: zeer lauwe recensies en een
middelmatige box office. Bekeken met tien jaar afstand,
blijft ‘The Ninth Gate’ een prent met duidelijke gebreken, maar
toch is het een geinige en sfeervolle metafilm, die veel grappiger
is dan de meeste van Polanski’s komedies.

Johnny Depp speelt Dean Corso, een louche handelaar in antieke
boeken die regelmatig zaken doet met de excentrieke miljonair Boris
Balkan (Frank Langella). Balkan heeft één van de drie overlevende
exemplaren van het boek ‘De Negen Poorten van het Koninkrijk der
Schaduwen’ in handen gekregen, een boek dat geschreven zou zijn in
samenwerking met Satan himself. Met de juiste rituelen zou
je via het boek Zijne Gehoefdheid moeten kunnen oproepen. Balkan
vraagt Corso om zijn kopie te vergelijken met de twee andere, om zo
de authenticiteit ervan vast te kunnen stellen. Corso vertrekt
richting Portugal en Frankrijk om dat te doen, maar al gauw
beginnen er natuurlijk vreemde dingen te gebeuren: stellingen
stuiken bijna op zijn kop in elkaar, er ontstaan mysterieuze
branden en er vallen zelfs doden op zijn pad. Ondertussen wordt
Corso ook nog eens op de voet gevolgd door een naamloze vrouw
(Emmanuelle Seigner), wiens identiteit en functie de hele film lang
nogal vaag blijft, maar die wel kan vliegen, wat meestal wilt
zeggen dat er iets bizars aan de gang is.

Als personage lijkt Corso een hommage aan de antihelden van de
film noir: hij heeft een bedenkelijke ethiek, een wrang
gevoel voor humor, staat sceptisch tegenover alle praat die hij
hoort over de duivel en wordt aan het begin van de film omschreven
als “een man die maar weinig vrienden heeft”. Maar hij is ook een
obsessieve “boekendetective”, die volgens een onwrikbare logica
zijn onderzoek stap na stap verder zet – als ‘The Ninth Gate’ in de
jaren veertig was gemaakt, was dit waarschijnlijk een rol geweest
voor Humphrey Bogart. Zoals het is, speelt Depp de rol met een
understated gevoel voor realisme: in een film die
gemakkelijk over de top zou kunnen gaan met z’n satanische plotlijn
(inclusief een geheim genootschap dat zich kleedt in zwarte gewaden
om Latijnse teksten te prevelen en daarna een orgie op touw te
zetten in naam van Hij Met De Bokkepoten), fungeert Depp als anker.
Hij heeft hier geen excentrieke trekjes om mee te spelen, maar is
een geloofwaardige straight man. Hoewel het scenario niet
echt een overtuigende boekenexpert van hem maakt: de hele film
langt loopt hij rond met een boek uit 1666 waarvan gezegd wordt dat
het “makkelijk een miljoen waard is”. In het echte leven zou je
zo’n boek niet eens met je blote handen aanraken, maar Depp mag er
rustig mee door de regen lopen, het openvouwen als was het een
goedkope paperback en er zelfs ongestoord sigarettenrook op blazen.
Ergens moet er een antiquair heel hard gelachen hebben toen hij
‘The Ninth Gate’ zag.

Aan de oppervlakte krijgen we dus een vrij routineuze
mystery-thriller met bovennatuurlijke elementen. Personages worden
aan één been ondersteboven opgehangen, een oudere dame wordt eerst
gewurgd en kart vervolgens met haar rolstoel een brandende kamer in
en Emmanuelle Seigners ogen veranderen af en toe van kleur (nog los
van het feit dat ze kan vliegen). Business as usual. Niets
van dat alles is echt opzienbarend en je krijgt de indruk dat ook
Polanski heel dat duivelsgedoe geen seconde serieus neemt. Wie ‘The
Ninth Gate’ enkel bekijkt als een thriller, zal dan ook
teleurgesteld zijn – en zo kom je uit bij de kritieken die de film
in 1999 kreeg: de regisseur z’n hart zit er niet in, en al bij al
is het niet erg spannend, laat staan griezelig. Een genreoefening,
goed gemaakt op een technisch niveau, maar futloos. Dat zijn
kritieken die kloppen als je de film ernstig probeert te nemen en
er van uitgaat dat Polanski sowieso al een spannende griezelfilm
wilde maken in the first place.

Maar dat was niet zo – vanaf het begin ondergraaft Polanski het
sérieux van zijn eigen film met een diabolisch (o, de
woordspeling!) gevoel voor humor, waarmee hij continu aangeeft dat
we alles niet te ernstig moeten nemen. Zo lijkt Corso wel erg
weinig moeite te hebben met de lijken die hij tijdens zijn
zoektocht tegenkomt (het idee om de politie te bellen komt zelfs
niet bij hem op) en heeft hij er bijzonder weinig last mee om een
vrouw te vertrouwen die op miraculeuze wijze komt en gaat, en die
alles van hem en zijn situatie lijkt af te weten, zonder dat hij
zelfs haar naam kent. Ook de moord op de vrouw in de rolstoel en de
samenkomst van de in gewaden geklede Satanisten wordt eerder
uitgespeeld voor z’n humoristische waarde dan wat anders. Je kunt
het serieus nemen als kijker, maar Polanski doet dat duidelijk niet
– hij zit achter z’n camera stilletjes te grinniken om de manier
waarop hij het genre in z’n hemd zet. Het feit dat veel mensen de
ironie van de film niet snapten, zou je zelfs kunnen zien als een
bewijs van hoe goed hij die humor aanpakte.

Met dat al blijft het wel een feit dat ‘The Ninth Gate’ twee uur
lang perfect werkt op een onderliggend niveau, maar als thriller
toch maar een mager beestje blijft. Oké, je kunt je bewust zijn dat
het allemaal maar om te lachen is, maar ondertussen ligt er bovenop
die humor wel een griezelfilm die niet griezelig is, en dat stoort.
Vooral het bruuske einde is problematisch: ‘The Ninth Gate’ eindigt
niet echt, maar stopt gewoon. Van een climax is maar weinig
sprake.

Achter de camera’s had Polanski niets dan goed volk verzameld:
Darius Khondji geeft zoals gebruikelijk een schitterende visuele
flair mee aan de prent, met opvallend warme kleuren en scherpe
contrasten (terwijl in horrorfilms natuurlijk meestal voor koude,
blauwe en donkere kleuren gekozen wordt). De score van Wojchiech
Kilar (die ook de muziek voor ‘Bram Stoker’s Dracula’ schreef)
suggereert mooi de dubbele laag van de film en productiedesigner
Dean Tavoularis (een vaste medewerker van Francis Ford Coppola)
geeft de decors een authentieke, lived-in look. Op
technisch niveau is dit één van Polanski’s betere films.

Geen onverdeeld succes dus, deze ‘Ninth Gate’, maar wel een
onderschatte, verkeerd begrepen film die meer krediet verdient voor
de dingen die hij goed doet. “Al twintig jaar niets relevants
meer”? Ik dacht het niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + zestien =