The Fearless Vampire Killers




Eén van de kenmerkende eigenschappen van het werk van Roman
Polanski, is de vaak bizarre manier waarop humor zijn weg vindt in
zijn films, zelfs – en vooral – wanneer het daar eigenlijk niet
thuishoort. Dat werd voor het eerst duidelijk in ‘Cul-de-Sac’, een
thriller-drama dat gaandeweg de allures kreeg van een bijzonder
wrange komedie vol vernederingen. Maar ook thrillers als
‘Rosemary’s Baby’ en (schijnbare) psychologische drama’s als
‘Bitter Moon’ waren vaak extreem grappig – als je tenminste het
juiste gevoel voor humor had om dat op te merken. Met al dat heeft
Polanski maar drie echte komedies gemaakt, die alle drie zeker niet
tot zijn beste werk behoren. Het rommelige piratenepos ‘Pirates’
wordt algemeen beschouwd als een misser van monumentale proporties
en ‘Che?’ was nog erger, terwijl deze ‘Fearless Vampire Killers’
(ook wel bekend als ‘Dance of the Vampires’) een zeer gemengde
reputatie heeft opgebouwd. De prent is zeker en vast een
cultklassieker geworden met een schare trouwe fans die ‘m ophemelen
als een meesterwerk. Maar net zo goed heb je een groot aantal
mensen die ‘m flauw en langdradig vinden. Wat je er ook van vindt,
‘Fearless Vampire Killers’ was sowieso de eerste keer dat de
regisseur binnen de beperkingen van een gevestigd genre werkte, en
bijgevolg een groter publiek kon aanspreken. We zien Polanski hier
als het ware op de deur van Hollywood kloppen, door eindelijk iets
te maken dat makkelijker te plaatsen was dan ‘Repulsion’ of
‘Cul-de-Sac’. En met succes: een jaar nadien maakte hij ‘Rosemary’s
Baby’ en werd hij een Household name.

In deze parodie op de beruchte Hammer-horrorfilms uit de jaren
zestig, speelt Jack MacGowran professor Abronsius, een academicus
die al jarenlang onderzoek voert naar vampiers en bijgevolg op zijn
universiteit de bijnaam ‘The Nut’ heeft gekregen. Samen met zijn
assistent Alfred (Polanski zelf) belandt Abronsius echter in een
onooglijk dorp in Transylvanië, waar zijn zoektocht eindelijk
vruchten afwerpt: de dorpsbewoners hangen overal waar ze maar
kunnen knoflook en crucifixen, en willen vooral niks horen over het
kasteel in de buurt, waar de eigenaardige graaf Von Krolock (Ferdy
Mayne) woont. Alfred valt al gauw voor de aanzienlijke charmes van
herbergierdochter Sarah (Sharon Tate). Wanneer zij door de graaf
wordt gebeten en ontvoerd, trekken de twee angst- en hersenloze
vampierjagers dan ook naar zijn kasteel om haar te redden.

In de jaren zestig en zeventig waren de griezelfilms van de
Hammer Studios in Groot Brittannië een begrip op zichzelf geworden
– elk jaar kwamen ze met een aantal goedkoop geproduceerde prenten
aanzetten, meestal rond klassieke monsters zoals Frankenstein,
Dracula of The Mummy. Ze gaven een (voor die tijd) nieuwe draai aan
de oude Amerikaanse monsterfilms uit de jaren dertig, en ze
verdienden er nog behoorlijk wat geld mee ook. Acteurs als
Christopher Lee werden wereldberoemd door statig over het scherm te
schrijden en dingen te zeggen als “I will drink your
blood!”
‘The Fearless Vampire Killers’ is één van de zeldzame
parodieën die kan zeggen dat hij rechtstreeks heeft bijgedragen aan
het genre dat hij bespotte. Na het uitkomen van de film, bedoeld
als een liefdevolle spoof, zag je immers bepaalde trucs
die Polanski hier gebruikte terugkomen in de latere Hammer horrors.
En waarom ook niet? Aan de oppervlakte blijft Polanski immers
hondstrouw aan de structuur en spanningsopbouw van een echte
griezelfilm. We krijgen een eerste akte in een herberg, waar alle
bewoners van het dorp ‘s avonds samenkomen. Zoals dat hoort in dit
soort films, valt er een onheilspellende stilte wanneer het kasteel
van graaf Krolock ter sprake komt. Rondborstige meisjes (Sarah en
een dienster in de herberg) worden opgevoerd als uitgelezen
slachtoffers voor de vampiers. En tijdens de tweede en derde akte
verplaatst de actie zich naar het kasteel, waar we alle welbekende
clichés krijgen: de graaf die Abronsius en Alfred gastvrij
verwelkomt (ik zat te wachten op het citaat “I never drink…
wine”,
maar die kwam er nog net niet), de zoektocht naar de
lijkkisten waarin de vampiers overdag slapen, en uiteraard een
lange scène waarin één van de hoofdpersonages bijna verleid wordt
door één van de bloedzuigers. Dat zijn allemaal dingen die perfect
passen binnen de opzet van een gewone griezelfilm – je hoeft aan
‘The Fearless Vampire Killers’ helemaal niet zoveel te veranderen
om de parodie te elimineren en gewoon over te blijven met een echte
horrorfilm.

Waar zit dan de humor? In de slapstick die Polanski en zijn
vaste coscenarist Gerard Brach er aan toevoegen. Professor
Abronsius wordt opgevoerd als een karikatuur van een geflipte
wetenschapper, met wit haar dat meestal recht overeind staat. Hij
struikelt over zijn eigen tas, komt vast te zitten in een raam waar
hij doorheen wilt kruipen en zakt tot aan zijn oren weg in de
sneeuw wanneer hij Alfred helpt om over een muur te klimmen. Alfred
zelf is dan weer een typische geile jongeman, die continu loert
naar de indrukwekkende decolleté van Sharon Tate en tot zijn
gigantische afgrijzen af te rekenen krijgt met de avances van een
homoseksuele vampier (Iain Quarrier). Polanski maakt in ‘The
Fearless Vampire Killers’ een eigenaardige splitsing tussen
enerzijds de plot, de situaties en zelfs het merendeel van de
dialogen, die je net zo goed ernstig had kunnen gebruiken, en
anderzijds de fysieke humor die hij er aan toe voegt. Stel dat je
een blinde zou laten luisteren naar de film, dan zou die
waarschijnlijk niet doorhebben dat hij komisch bedoeld was.
Polanski refereert daarbij regelmatig naar de dagen van de stomme
film – niet alleen laat hij zijn personages regelmatig op hun bek
gaan, maar in sommige scènes geeft hij de actie zelfs versneld
weer, allicht in een poging om het grappiger te maken.

Dat is wàt de regisseur doet. Of het ook werkt, is uiteraard een
kwestie van smaak, en dan nog een vrij polariserende kwestie. Ik
ken mensen die beweren dat ze van begin tot eind kromliggen van het
lachen bij deze film, en dan heb je ook heel wat lui die er de lol
niet van in zien. Persoonlijk ben ik eerder geneigd tot het
laatste. Als filmliefhebber kun je niet anders dan waardering
hebben voor de vindingrijke manier waarop Polanski omspringt met de
conventies van het genre, maar ik schiet simpelweg niet spontaan in
de lach bij de pratfalls van MacGowran en Polanski. Het is
niet veel mensen gegeven om oprecht grappig te zijn met fysieke
humor – de Charlie Chaplins van deze wereld zijn nu eenmaal
zeldzaam – en de acteurs van ‘The Fearless Vampire Killers’ zijn
daar geen uitzondering op. Bovendien heeft de film te lijden aan
een veel te lang eerste deel – de prent komt pas echt op tempo
nadat Abronsius en Alfred naar het kasteel van graaf Von Krolock
gaan (de naam is overigens een variant op graaf Orlock, de
Draculafiguur uit ‘Nosferatu’). Maar dat gebeurt pas na een lauw
eerste half uur, waarin we te veel romantische onnozelheden te
slikken krijgen (de herbergier sluipt ‘s nachts zijn bed uit om
zijn serveerster te gaan opvrijen, nounou) die maar weinig aan het
verhaal bijdragen.

De cast maakt wel het één en ander goed. Jack MacGowran smijt
zich met een aanstekelijke take no prisoners-mentaliteit
in zijn rol, terwijl Polanski trouw aan zichzelf blijft als kleine
seksmaniak. Het was uiteraard tijdens het draaien van deze film dat
hij Sharon Tate ontmoette, die twee jaar later vermoord werd door
de Manson Family, toen ze acht maanden zwanger was van hem. Of je
nu wilt of niet, het is onmogelijk om haar prestatie hier te
bekijken zonder met dat feit in je achterhoofd te zitten. Op
zichzelf bekeken is haar rol in ‘The Fearless Vampire Killers’ niet
eens zo memorabel: ze wordt verondersteld mooi te zijn en daar
blijft het dan ook bij.

Een fascinerend gevalletje dus, deze ‘Vampire Killers’. Een
meesterwerk volgens sommigen, een frustrerend curiosum volgens
anderen, en simpelweg een komedie die niet grappig is volgens
derden. ‘t Is zo goed als onmogelijk om te voorspellen aan welke
kant van die discussie je zult staan zonder ‘m gewoon te bekijken,
en er valt op filmisch vlak in ieder geval voldoende te beleven om
die moeite sowieso te belonen. Maar zelf vind ik Polanski veel
grappiger in z’n serieuze films. Daar probeert hij tenminste niet
zo hard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + twee =