The Tenant




Regie : Roman Polanski
Scenario : Gérard Brach, Roman Polanski
Met : Roman Polanski, Isabelle Adjani, Jo Van Fleet, Shelley
Winters e.a.

In een interview over zijn debuutfilm ‘Knife in the Water’, zei
Roman Polanski ooit dat hij in die vroege jaren “meer
geïnteresseerd was in stijl en experimenteren”. Later concentreerde
hij zich dan meer op het vertellen van degelijke verhalen. Over het
algemeen klopt dat ook wel – ‘Repulsion’ en ‘Cul-de-Sac’ waren nog
erg gedreven door thema’s en algemene ideeën, meer dan door plot,
maar vanaf ‘The Fearless Vampire Killers’ zie je hoe de narratieve
lijn steeds belangrijker wordt in zijn films. Maar er zijn
natuurlijk uitzonderingen. ‘Che’ was er één, in de zin dat die film
een aaneenschakeling van surrealistische (en maar al te vaak
stomvervelende) seksueel getinte sketches was. En dan was er ‘The
Tenant’, het sluitstuk in Polanski’s informele apartment
trilogy,
die hij eerder was begonnen met ‘Repulsion’ en had
voortgezet met ‘Rosemary’s Baby’. Het verhaal van ‘The Tenant’ valt
moeilijk samen te vatten, buiten de meest voor de hand liggende
informatie – iedereen die de film probeert te bespreken, botst dan
ook al gauw op een muur van interpretatie, van “ik denk
dat het dit of dat betekent”. Na ‘Chinatown’, wat zo ongeveer de
ultieme plotgedreven film moet zijn, ging de regisseur naar het
andere uiterste, om een duistere, moeilijke, multi-interpretabele
film te maken waar een groot deel van het publiek geen weg mee
wist. In de tussenliggende jaren is ‘The Tenant’ echter herontdekt
als een bescheiden meesterwerk.

Polanski speelt zelf de hoofdrol als Trelkovsky, een bijna
ziekelijk verlegen jonge klerk die zijn intrek neemt in een luizig
flatje in Parijs. De vorige bewoonster, Simone Choule, pleegde
zelfmoord door uit haar venster te springen. We leren Trelkovsky
kennen als een kafkaesk personage: eenzaam, teruggetrokken en
oncomfortabel als hij sociale contacten moet leggen. Hij lijkt
constant de behoefte te hebben om zich te verontschuldigen, zelfs
als hij niets heeft misdaan. Op een avond nodigt hij enkele
collega’s uit op zijn nieuwe woonst (blijkbaar de enige mensen die
hij min of meer zijn vrienden kan noemen), maar we merken dat hij
eigenlijk niet kan wachten tot hij hen weer de deur uit kan werken.
Ondanks zijn kluizenaarsleven, krijgt hij voortdurend klachten van
de buren dat hij te veel lawaai maakt, en suggesties dat hij
misschien het voorbeeld van de overleden mevrouw Choule wat meer
kan volgen. Langzaam maar zeker slaat de eenzaamheid van Trelkovsky
om in complete paranoia: hij raakt er van overtuigd dat zijn buren
hem langzaam maar zeker in Simone Choule willen veranderen, om ook
hem tot zelfmoord te drijven.

In de apartment trilogy bekleedt ‘Rosemary’s Baby’ een
speciale plaats, omdat het de enige film van de drie is waarin de
grootsteedse paranoia van het hoofdpersonage gerechtvaardigd is: de
buren spanden écht tegen haar samen. ‘Repulsion’ speelde zich dan
weer overduidelijk tussen de oren van Cathérine Deneuve af, en gaf
ons met een tamelijk vette knipoog een mogelijke motivatie voor de
waanzin die zich van haar personage meester maakte. Wat ‘The
Tenant’ veel moeilijker te interpreteren maakt, is juist dat we
voor Trelkovsky’s mentale breakdown geen aanleiding
krijgen. We komen niets te weten over zijn achtergrond, waardoor
het zeer moeilijk wordt om alle gebeurtenissen in de film een
plaats te kunnen geven. Zelfs na meerdere visies blijven er scènes
die moeilijk te plaatsen zijn. Neem nu een moment in de Tuileries,
waar Trelkovsky een kind luidkeels ziet huilen om een verloren
bootje. Hij staat recht, loopt op het kind af, geeft het een
oorveeg van heb-ik-jou-daar en zegt het om verdomme te stoppen met
janken, en snel een beetje. Een grappige scène, maar ze lijkt
volledig los te staan van de rest van de film. Om de één of andere
reden wordt ook Egyptologie regelmatig aangehaald, maar wat komt
dat er eigenlijk in doen?

Wat wel zeker is: Trelkovsky is iemand die voortdurend het
gevoel heeft dat anderen tegen hem samenspannen, dat hij wordt
aangevallen. Net als sommige hoofdpersonages uit romans van Kafka,
lijkt hij met een onuitputtelijk, existentieel schuldgevoel te
kampen – wie weet waar het vandaan komt, maar Trelkovsky is er in
ieder geval van overtuigd dat zijn buren hem willen pakken, omdat
hij iets verkeerds heeft gedaan. Hij is de ultieme buitenstaander,
die ongelooflijk hard probeert om er bij te horen, zonder dat het
lukt. Verschillende keren wordt hij aangesproken op zijn Poolse
afkomst en zegt hij meteen: “maar ik ben een Frans burger”. Alsof
hij wil zeggen: “kijk niet neer op mij want ik ben één van
jullie”.

Daaraan gekoppeld is er het feit dat Trelkovsky niet erg zeker
lijkt te zijn van zijn eigen identiteit. Tijdens een sleutelscène
mijmert hij: “Als ik m’n arm zou afhakken, zou ik zeggen: ‘Dit ben
ik en dat is mijn arm.’ Maar wat zou ik zeggen als ik m’n hoofd
afhakte? ‘Dit ben ik en dat is mijn hoofd’, of ‘dit ben ik en dat
is mijn lichaam’? Welk recht heeft mijn hoofd om zich ‘mij’ te
noemen?” Met andere woorden: wat is dat, mijn identiteit? Waar zit
het en hoe pin je het vast? Over de loop van de film brokkelt die
identiteit verder af. Onder de druk van de buren die hij voelt om
alles toch maar net te doen zoals Simone Choule, is dat precies wat
hij doet. Hij wordt de conformist bij uitstek, die om er toch maar
bij te horen, om toch maar zijn buren te plezieren, zichzelf op den
duur in de vorige huurster verandert. Die vorige huurster die er
blijkbaar wel bij hoorde, die wel geaccepteerd werd en die,
allicht, nooit klachten kreeg dat ze te luidruchtig was.

Enfin, u hoort het: geen simpele kost. En dat is dan nog maar
een algemene interpretatie, die sowieso nog losse eindjes
achterlaat. ‘The Tenant’ is een subjectieve film, volledig verteld
vanuit het perspectief van een personage dat mentaal zienderogen
uit elkaar valt. Die subjectiviteit wordt ook visueel prachtig
weergegeven, onder andere door het openingsshot, waarin de camera
door het binnenplein van het flatgebouw zwerft, later in de film
een vrijwel exacte replica te geven, maar dan gezien door de
waanzinnige filter van Trelkovsky’s gedachten.

Als regisseur is Polanski beter op dreef dan als acteur. Het lef
dat hij vertoont, is opmerkelijk (de laatste twintig minuten van de
film loopt hij vrijwel uitsluitend in drag rond), maar een
acteur met meer charisma had ongetwijfeld iets aan de rol kunnen
geven dat er nu aan ontbreekt. Iets dat de rol echt memorabel had
kunnen maken, in plaats van enkel “goed genoeg”. De overige acteurs
staan automatisch in de schaduw van Polanski, maar een sterke
internationale cast, waaronder Isabelle Adjani, Shelley Winters en
Jo Van Fleet, maakt er het beste van.

‘The Tenant’ is inhoudelijk één van de meest uitdagende en
complexe die Polanski ooit gemaakt heeft. De film laat zich niet op
één interpretatie vastpinnen, en elke vraag die je beantwoordt,
roept er automatisch een nieuwe op. Zoals dat hoort voor een film
die de vereisten van een lineaire plot opzij zet voor stijl en
experimenten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + tien =