Tess




Regie : Roman Polanski
Scenario : Gerard Brach, Roman Polanski, John Brownjohn
Met : Nastassia Kinski, Leigh Lawson, Peter Firth, John Collin
e.a.

Eind jaren zestig kreeg Roman Polanski van zijn vrouw Sharon
Tate de roman ‘Tess of the d’Urbervilles’ cadeau. Het boek was één
van haar favorieten en ze droomde er luidop van om misschien ooit
de titelrol te kunnen spelen in een verfilming er van. Het lot en
Charles Manson beslisten er anders over. Zo’n tien jaar en nog eens
grote omwenteling in zijn leven later maakte Polanski uiteindelijk
de prent – zijn eerste nadat hij de VS was ontvlucht. Een discrete,
in kleine letters geschreven opdracht (“for Sharon”) aan het begin
van de film is de enige openlijke link die de regisseur ooit heeft
willen leggen tussen zijn werk en zijn privéleven. De pers was
minder terughoudend, en beschouwde ‘Tess’ niet alleen als een ode
aan zijn vermoorde echtgenote, maar ook, met zijn verhaallijn over
een jong meisje dat seksueel en/of emotioneel misbruikt wordt door
zowat alle mannen in haar leven, als een apologie voor wat Polanski
zelf had misdaan. De critici keken naar ‘Tess’ en zagen Polanski
als het ware een mea culpa slaan, door zich de miserie van
een uitgebuit meisje eigen te maken. Wat een interpretatie was die
de regisseur zelf altijd heeft afgedaan als onzin. Hoe het ook zij,
‘Tess’ is sowieso een film die aan de oppervlakte erg atypisch
lijkt voor Polanski, maar die onderhuids toch weer heel wat thema’s
aanhaalt waar de man al lang door geobsedeerd was.

De film volgt de roman van Thomas Hardy uit 1891 nauwgezet. Het
verhaal draait rond de arme familie Durbeyfield, waarvan vader John
(John Collin) op een dag te horen krijgt dat ze eigenlijk verre
verwanten zijn van de veel rijkere d’Urbervilles. Omdat rijke
familie er nu eenmaal is om van te profiteren, wordt de mooie
dochter Tess (Nastassia Kinski) er stante pede op uitgestuurd om
geld af te troggelen. Zo ontmoet ze Alec d’Urberville (Leigh
Lawson), de arrogante zoon van de rijkere familietak. Hij biedt
Tess een job aan als huishoudster, niet omdat hij er één nodig
heeft, maar vooral omdat het jonge meisje zo’n mooie ogen heeft.
Tijdens de volgende weken dringt Alec steeds meer aan, tot hij zich
niet meer kan inhouden en zich simpelweg aan Tess vergrijpt.
Wanneer blijkt dat ze daardoor zwanger is geworden, vlucht het
meisje terug naar huis, waar haar kind al na enkele luttele weken
sterft. Nadien trekt ze naar een boerderij, waar ze kennismaakt met
Angel Clare (Peter Firth), een domineeszoon, die blijkbaar oprecht
verliefd op haar wordt. De twee trouwen, maar op hun huwelijksnacht
maakt Tess de cruciale fout hem haar verleden op te biechten. Angel
kan niet leven met wat ze hem vertelt, en laat haar in de
steek.

De ondertitel van de roman, in de nogal pompeuze stijl die ze
destijds hadden, was: a pure woman faithfully presented.
En die vlag dekt de lading ook wel. ‘Tess’ is het verhaal van een
onschuldig meisje dat systematisch misbruikt wordt door een
mannelijk georiënteerde maatschappij. Elke man die ze tegenkomt,
maakt misbruik van haar. Haar vader is de eerste – hij gebruikt
zijn dochter om geld los te krijgen, en hij weet goed genoeg dat
haar knappe uiterlijk daar geen kwaad aan doet. Dan is er Alec, die
haar simpelweg beschouwt als een verovering en Angel, die beweert
van haar te houden, maar zodanig vastgeroest zit in de morele code
van zijn tijd en omgeving dat hij haar niet kan vergeven voor haar
verleden. Daarbij maakt het niet eens uit dat zij door Alec
verkracht werd en eigenlijk machteloos stond in die hele affaire –
ze is, in Angels ogen, gecorrumpeerd. Zelf heeft ze daar niet veel
voor moeten doen, maar het is nu zo.

Het wordt echter ook duidelijk gemaakt dat die individuele
mannen slechts producten zijn van de sociale context waarin ze
leven. Wanneer Angel de waarheid over Tess te weten komt, gooit hij
haar niet zomaar de straat op. “We moeten de schijn ophouden voor
de mensen,” zegt hij. Op een gelijkaardige manier beschouwt Alec
haar niet als een volwaardig mens, maar enkel als een soort
speeltje – dat is nu eenmaal de maatschappij waarin hij is
opgegroeid; één die resoluut een dubbele standaard oplegt aan
mannen en vrouwen. Het meest aanstootgevende voorbeeld daarvan komt
waarschijnlijk in Tess’ contact met nog een andere man: de
plaatselijke priester, die weigert om haar baby te dopen, omdat die
buiten het huwelijk geboren is. Wanneer duidelijk wordt dat de baby
het niet zal overleven, doopt ze het kind dan maar zelf. Achteraf
vraagt ze aan de priester of dat hetzelfde is in Gods ogen. Hij
zegt van wel. “Als hij dan toch echt gedoopt is, wilt u hem dan
begraven in gewijde grond?” Nou nee, dat dan weer niet, want wat
zal de gemeenschap denken?

Het is dan ook geen toeval dat boek en film eindigen in
Stonehenge, een letterlijk goddeloze plek; een laatste restant van
een pre-christelijke beschaving waar Tess (heel even) toevlucht kan
zoeken, voordat de moraal van het Victoriaanse heden haar weer
vindt.

Als film roept ‘Tess’ herinneringen op aan de klassieke
romanverfilmingen van het Merchant-Ivoryteam, dat vanaf de jaren
tachtig zou grossieren in eerbiedwaardige filmversies van Britse
klassiekers, zoals ‘A Room with a View’ en ‘Howard’s End’. Het
bronmateriaal is gelijkaardig, evenals het rustige tempo en de
visuele grandeur. In sterk contrast met de gebruikelijke
claustrofobische sfeer van Polanski’s films – waarvan er veel zich
overwegend binnenshuis afspelen – krijgen we hier het ene
panoramashot van het Engelse landschap na het andere. Soms
bloedmooi, soms ook koud en troosteloos, lijkt de regisseur hier
gefascineerd te zijn door de natuur die Hardy ook al zo uitgebreid
beschreef in het boek. De opkomende en ondergaande zon, dauw op
grassprieten, modder, zand dat onder de wielen van een kar uitkomt
en ga zo maar door – Tess wordt als personage geassocieerd met de
natuur (zuiver, puur, eerlijk), terwijl de mannen de cultuur
vertegenwoordigen (moraliserend, hypocriet, achterbaks). Vandaar
ook dat het zo belangrijk is om de fysieke natuur uitgebreid in
beeld te brengen, en dat gebeurt in shots die echt om van te
likkebaarden zijn. Chef camera Geoffrey Unsworth stierf na drie
draaiweken, en werd dan ook in zeven haasten vervangen door
Ghislain Cloquet, maar aan het eindresultaat zou je dat noot
merken.

De acteurs leveren degelijk werk, hoewel niemand hier een
prestatie neerzet die je je achteraf nog zult herinneren. Nastassia
Kinski’s rol werd op erg gemengde kritiek onthaald: sommigen vonden
dat ze de onschuld van Tess prachtig tot leven wekte, anderen dat
ze er veel te passief bijstond en dat haar looks haar
gebrek aan talent moesten verdoezelen. Het is natuurlijk een feit
dat Tess als personage erg passief is – zij doet zelf eigenlijk
weinig, er overkomt haar van alles. Binnen die beperkingen is haar
rol zeker oké, hoewel een actrice met meer diepgang allicht ook
meer had kunnen suggereren.

‘Tess’ was duidelijk een liefdeswerk voor Polanski. Hoe de film
zich nu precies verhoudt tot zijn eigen leven en of hij er echt
commentaar mee wilde leveren over zijn eigen situatie, is een
andere discussie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + vijf =