Repulsion




Bij de meeste regisseurs duurt het een tijdje vooraleer hun
belangrijkste thema’s duidelijk naar de voorgrond komen; hun eerste
paar films fungeren meestal als vingeroefeningen, waarna er steeds
nadrukkelijker een vaste lijn tevoorschijn komt. Niet zo bij Roman
Polanski: in zijn eersteling ‘Knife in the Water’ legde hij al
voorzichtig een paar links tussen standing (en bijgevolg macht) in
de maatschappij, en seksuele dominantie. En zijn tweede lange film,
‘Repulsion’, waarvoor hij in 1964 naar Engeland verkaste, was
meteen all-out Roman Polanski zoals we hem nu nog altijd
kennen: geperverteerde relaties, zowel tussen familieleden als
tussen minnaars. Seksuele obsessies. Claustrofobische ruimtes.
Mentaal en fysiek isolement. Waanzin. Polanski was nog maar 32 en
had buiten ‘Knife in the Water’ en ‘Repulsion’ alleen nog maar
enkele kortfilms op zijn CV staan, maar hij had nu al de film
gemaakt die zowat zijn hele verdere carrière zou typeren. De prent
blijft overigens ook nog steeds één van zijn beste.

Catherine Deneuve speelt Carol, een Belgische manicuriste die in
Londen woont bij haar zus Hélène (Yvonne Furnaux). Vanaf de eerste
scènes is het duidelijk dat er iets scheelt met Carol: ze spreekt
weinig, verschuilt zich achter haar blonde haren en lijkt een
hemelse schrik voor mannen te hebben. De jonge Colin (John Fraser)
heeft een oogje op haar, maar wordt eindeloos aan het lijntje
gehouden. Wanneer hij het wachten beu is en een kus op haar lippen
drukt, vlucht Carol weg om thuis walgend haar tanden te poetsen.
Carol heeft ook problemen met Michael (Ian Hendry), de getrouwde
vriend van haar zus, die ze liever ziet gaan dan komen. ‘s Nachts
luistert ze gedégouteerd naar de geluiden van seks die door de
muren haar kamer binnendringen. Wanneer Hélène en Michael twee
weken op reis gaan naar Italië, heeft Carol de flat alleen voor
zichzelf, en het duurt niet lang voordat ze wegzinkt in complete
paranoïde waanzin. Ze hoort en ziet dingen die er niet zijn, sluit
zich dagenlang op in de flat, laat eten wegrotten en heeft
nachtmerries over verkrachtingen.

Polanski zelf noemt ‘Repulsion’ het eerste deel van zijn
apartment trilogy, die daarna werd vervolledigd met
‘Rosemary’s Baby’ en ‘The Tenant’, en er zijn inderdaad heel wat
inhoudelijke gelijkenissen te vinden. Simpel gezegd draait het
immers drie keer rond een volstrekt eenzaam persoon die langzaam in
een kamertje gek zit te worden, verteerd door trauma’s uit het
verleden en paranoia over het heden. Het feit dat het driemaal over
een flat gaat – in tegenstelling tot een afgezonderd hutje ergens
in een verlaten bos, laat ons zeggen – zorgt ervoor dat Polanski
ook elke keer een subtiele kritiek kan geven op het leven in een
grote stad. De personages hebben continu mensen om zich heen –
buren, collega’s, noem maar op – maar niemand kan of wil hen
helpen. Ze zijn geïsoleerd midden in een mensenmassa. Aan het einde
van ‘Repulsion’ zien we de buitenwereld eindelijk binnendringen in
de flat: de buren komen ten lange leste kijken wat er aan de gang
is en leveren hun commentaar. Maar toen Carol hen nodig had, waren
ze er niet.

De plot als dusdanig is dus extreem simpel: een jonge vrouw
beleeft een totale mental breakdown in haar flatje en kan
– of wil – met niemand nog communiceren. Waar het echt interessant
wordt, is in de manier waarop Polanski dat verhaal vertelt. Hij
vermijdt simplistische psychologische motiveringen: de redenen
achter Carols waanzin worden nooit expliciet vermeld, hoewel we
(zeker in de laatste shots van de film) wel enkele duidelijke hints
krijgen. Voor sommige kijkers kan die ambiguïteit storend werden,
maar ze vermijdt wel dat de regisseur (en co-scenarist Gérard
Brach) al te letterlijk hoeven te worden aan het einde van de
prent. Uiteindelijk maakt het weinig uit waarom Carol gek wordt: de
redenen laten zich sowieso maar al te makkelijk raden, en een scène
waarin alles van naadje tot draadje wordt uitgelegd, zou de hele
film naar een banaler niveau trekken.

Zoals het is, blijft ‘Repulsion’ één van de ultieme subjectieve
films. We zien quasi alles door de ogen van Carol, met uitzondering
van een scène tussen Colin en zijn vrienden in een pub, en het
einde. Polanski dwingt ons continu in de schoenen van zijn
hoofdpersonage: hij geeft ons voortdurend close-ups van Catherine
Deneuve, laat ons zien alleen wat zij ziet, horen wat zij hoort.
Dat subjectieve vertelperspectief zorgt ervoor dat we zelden zeker
zijn of wat we zien en horen echt is of ingebeeld. Aan het begin
van de film luistert Carol in haar bed naar een kerkklok die het
uur luidt. Plotseling hoort ze haar zus in de kamer daarnaast
vrijen met Michael – hoort ze dat echt, of beeldt ze het zich in?
Keer op keer rinkelt de telefoon, waarna Carol de hoorn opneemt en
er niemand aan de lijn is. Rinkelde het ding echt of niet?

Naarmate de waanzin van Carol dieper wordt, krijgt de kijker het
makkelijker om fantasie van werkelijkheid te scheiden: Carol beeldt
zich in dat de flat in elkaar begint te storten, dat er plotseling
armen uit de muren komen (een beeld dat gepikt is uit Jean
Cocteau’s ‘La Belle et la Bête’) en dat er vreemde mannen in het
appartement rondlopen. Maar tegen die tijd heeft Polanski ons al
zodanig meegesleept in het standpunt van Carol, dat we haar angst
mee kunnen voelen. ‘Repulsion’ bevat de fascinatie van een
auto-ongeluk in slow motion: het publiek wordt uitgenodigd om
voyeur te spelen tijdens de mentale ondergang van een personage dat
er zelf eigenlijk niets aan kan doen.

Daarvoor gebruikt de regisseurs een waar arsenaal aan filmische
trucs, waarvan er sommige meer geslaagd zijn dan andere. Polanski’s
gebruik van geluid is weinig minder dan briljant, met terugkerende
motieven zoals voetstappen, gekraak, tikkende klokken, rinkelende
telefoons, de bel van een kerk en ga zo maar door. Allemaal
geluiden die hun oorsprong vinden in de werkelijkheid, maar die
daarna deel gaan uitmaken van Carols waanzin – Carol neemt die
geluiden, die ze elke dag hoort, en verwerkt ze mee in haar
waanbeelden, tot een tikkende klok plots een heel andere, sinistere
betekenis krijgt. Ook het interieur van de flat is erg belangrijk,
omdat die na een tijdje Carols geest begint te weerspiegelen. Carol
barricadeert zichzelf in het appartement en hult zich in
duisternis. De gordijnen blijven dicht, het licht blijft uit. Na
een tijdje lijken kamers op eigen kracht groter en weer kleiner te
worden. We zien donkere hoeken en schaduwen die er eerder niet
waren. Wanneer, aan het einde van de prent, de lichten weer aan
gaan en we het verstikkende perspectief van Carol verlaten, zien we
de flat plots weer zoals ze is in de banale realiteit: gewoon een
ietwat luizig appartementje.

Andere trucs werken minder goed: zo neemt Carol kort na het
vertrek van haar zus een konijn uit de koelkast, dat de rest van de
film lang ligt weg te rotten op een bord – als symbool voor de
degradatie van Carols mentale gezondheid is dat nogal sterk on
the nose.
Ook de muziek – een percussiegedreven score die zich
wentelt in de sfeer van de swinging sixties – komt
tegenwoordig verouderd over. Zowat het enige aan de film waaraan je
de leeftijd duidelijk kunt merken.

Catherine Deneuve was pas 21 toen ze Carol speelde, maar maakte
meteen een onvergetelijke indruk. Ze krijgt maar weinig tekst, maar
weet met haar lichaamstaal en mimiek toch een memorabel personage
te creëren, bij wie je continu de trauma’s aanvoelt die nooit
worden uitgesproken. Het belangrijkste deel van de film moet ze op
haar eentje dragen, en ondanks het relatief trage tempo zal het een
knappe zijn die niet van de eerste tot de laatste seconde
gefascineerd is door haar vertolking.

‘Repulsion’ is Roman Polanski’s eerste meesterwerk en een
blauwdruk van al wat nog zou volgen. Verplichte kost dus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 5 =