Death and the Maiden





Met : Sigourney Weaver, Ben Kingsley, Stuart Wilson

Na de kitscherige excessen van ‘Bitter Moon’ keerde Roman
Polanski terug naar zijn roots met ‘Death and the Maiden’,
een claustrofobische thriller die helemaal in de lijn lag van zijn
vroeger werk. Slechts drie personages op een geïsoleerde locatie.
Een zwaar (seksueel) getraumatiseerde vrouw, die continu op het
randje van de waanzin balanceert… De precedenten van ‘Death and
the Maiden’ waren terug te vinden in bijna elke film die Polanski
voordien had gemaakt, van ‘Knife in the Water’ over ‘Repulsion’ tot
aan ‘The Tenant’. In zulke mate zelfs, dat een aantal critici de
regisseur ervan beschuldigden in herhaling te vallen. In zekere zin
klopt dat ook wel: Polanski speelt hier in op zijn krachten door
een film in elkaar te steken die hij eigenlijk al in de jaren
zeventig had kunnen maken. Hij doet niets nieuws. Maar het feit
blijft dat hij gewoon erg goed is in het vertellen van dit soort
verhalen. ‘Death and the Maiden’ werd dan ook een intense thriller,
gedragen door uitstekende acteerprestaties.

Het verhaal speelt zich af in een Zuid-Amerikaans land, kort na
de val van de dictatuur. Gerardo Escobar (Stuart Wilson) is een
adviseur van de nieuwe president die net aan het hoofd is gezet van
een commissie die moet uitzoeken wat er is gebeurd met de
mysterieus verdwenen gevangenen onder het vorige regime. Zijn eigen
vrouw Paulina (Sigourney Weaver) was zo’n gevangene: jaren geleden
werd ze opgepakt als vijand van het regime en wekenlang
systematisch gemarteld en verkracht. Nu probeert ze met haar
trauma’s te leren leven.

Op een avond krijgt Gerardo in de gietende regen een klapband
terwijl hij onderweg is naar huis. Hij wordt geholpen door dokter
Roberto Miranda (Ben Kingsley), maar wanneer Gerardo hem uitnodigt
om nog een borrel te drinken, slaat Paulina finaal door. In de
stem, de lach en de uitdrukkingen van Miranda, herkent ze die van
de dokter die haar destijds keer op keer verkracht heeft, terwijl
op de achtergrond ‘De Dood en het Meisje’ van Schubert speelde.
Zeker kan ze niet zijn, omdat ze toen geblinddoekt was, maar ze is
er wel rotsvast van overtuigd dat ze één van haar kwelgeesten van
toen te pakken heeft. Ze slaat Miranda buiten westen, bindt hem
vast en besluit hem het proces te geven dat ze zelf nooit heeft
gehad.

Dat alles is gebaseerd op het toneelstuk van Ariel Dorfman, die
het maar al te duidelijk over de geschiedenis van zijn eigen
thuisland, Chili, had. Dorfman was in de vroege jaren zeventig
cultureel adviseur van Salvador Allende, tot Pinochet de macht
overnam met een militaire coup. Tijdens de jaren van de dictatuur
woonde hij in verschillende steden in Europa en Amerika. ‘Death and
the Maiden’ is een nauwelijks verholen verwijzing naar de
praktijken onder de Pinochet-dictatuur. In de verfilming heeft
Polanski ervoor gekozen om de theatrale afkomst van het verhaal
niet te verbergen, maar het juist te gebruiken om de intensiteit te
verhogen. Op één of twee scènes na speelt de hele film zich af in
het huis van Gerardo en Paulina – in de wijde omtrek zijn er geen
buren te bespeuren, door het slechte weer zijn telefoon en
elektriciteit uitgevallen, ze hebben nauwelijks contact met de
buitenwereld. Polanski begrijpt heel goed dat het moordend zou zijn
voor zijn film om die claustrofobische sfeer te verbreken. ‘Death
and the Maiden’ moet het juist hebben van zijn benauwdheid.

Op het meest voor de hand liggende niveau is dit natuurlijk een
thriller die draait rond een persoonlijke schuldvraag: was dokter
Miranda echt de verkrachter van Paulina of niet? Het is knap hoe
Polanski zijn publiek tot aan de laatste scène laat twijfelen –
Paulina is, om het zacht uit te drukken, niet bepaald een stabiel
personage en de bewijzen die ze heeft zouden door elke rechter
worden weggelachen: een stem herkennen van zoveel jaar geleden, een
uitdrukking die de andere man ook gebruikte, een cassette van ‘De
Dood en het Meisje’ in zijn wagen… Er blijft een goeie kans dat
Paulina er helemaal naastzit, en wat dan?

Op een net iets dieper niveau gaat ‘Death and the Maiden’ ook
over een machtsstrijd tussen man en vrouw. De politieke terreur van
de dictatuur nam in dit geval de vorm aan van seksueel geweld.
Wanneer Paulina de dokter voor het eerst vastbindt, propt ze haar
slipje in zijn mond om hem stil te houden, en zegt ze tegen hem:
“Deze keer ben ik de baas!” Ze heeft de machtsverhoudingen van toen
dus omgekeerd – ze neemt de controle over de mannenwereld die haar
gemarteld heeft. Gerardo is bij dat alles een bijstander, en de
voor hand liggende stand-in voor het publiek: wij twijfelen samen
met hem over de schuld of onschuld van de dokter. Maar hij is ook
een man, wat meteen de vraag oproept of hij niet instinctief de
kant van de andere man kiest. Aan het begin van de film steelt
Paulina de auto van Miranda, om ervoor te zorgen dat hij zeker niet
kan ontsnappen. Terwijl ze weg is, vliegen de twee mannen in de
drank en verbroederen ze, onder het drinken van de ene borrel na de
andere en het uitwisselen van niet bepaald vrouwvriendelijke praat:
“Straks komt ze terug, dat is nog het ergste”, en “Mijn vrouw heeft
m’n ballen afgesneden. Daarom keer ik altijd naar haar terug – ik
wil ze terughebben.” Misogynie als male bonding.

En dan is er ook de aloude, zelfs ietwat clichématige vraag: is
iedereen in staat tot geweld en verkrachting, onder de juiste
omstandigheden? Op een bepaald moment wordt Miranda gedwongen tot
een afgeraffelde bekentenis, en zegt hij: “Ik werd beïnvloed door
mijn omgeving en verloor mijn eigen morele code.” Los van de vraag
of hij de waarheid spreekt of enkel zegt wat Paulina wilt horen, is
ook dat een thema van het verhaal. Zit dat soort geweld niet in elk
van ons, wachtend op een context om het naar boven te brengen? Of
is dat toch allemaal onzin en zijn we gewoon individueel
verantwoordelijk voor wat we doen, zonder excuses?

Op het niveau van het verhaal vallen er hier en daar wel
bedenkingen te maken bij ‘Death and the Maiden’: zo krijgen we
aantal toevalligheden die echt niet door de beugel kunnen. De
telefoon en de elektriciteit springen op verschillende tijdstippen
plotseling weer tot leven, maar goed getimed dat dat is, niet te
geloven. Dat zou kunnen storen, maar de acteurs zijn dan weer goed
genoeg om je over die minder geloofwaardige momenten heen te
helpen. Stuart Wilson heeft de meest ondankbare rol, maar weet de
twijfels van zijn personage mooi voelbaar te maken. Sigourney
Weaver gaat nét niet over de top als Paulina (hoewel ze soms
gevaarlijk tegen het randje aanschurkt), maar het is Ben Kingsley
die echt de uitblinker is in dit verhaal. Met een mengeling aan
gluiperigheid en schijnbaar oprechte verontwaardiging om wat hem
wordt aangedaan, houdt hij het publiek continu aan het twijfelen,
terwijl hij toch een consequente vertolking neerzet. Een briljante
acteerprestatie.

‘Death and the Maiden’ kan, met z’n claustrofobische opzet en
psychologisch intense inhoud, bijna dienen als het schoolvoorbeeld
van de Polanskifilm. Viel hij hier in herhaling? Misschien wel.
Maar zo lang de resultaten zo fascinerend zijn als hier, kan ik hem
dat echt niet kwalijk nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 2 =