Frantic




Nadat Roman Polanski de grootste flop uit zijn carrière scoorde
met het eigenaardige piratenepos ‘Pirates’, besloot de regisseur –
wat begrijpelijk is – om voor zijn volgende project opnieuw op
veilig te spelen. Hij keerde terug naar het genre waarmee hij
bekend was geworden, door een thriller te maken met Hitchcockiaanse
overtonen, mét een grote Amerikaanse ster in de hoofdrol. Het
resultaat werd over het algemeen ontvangen als een absolute
verbetering na ‘Pirates’ – het kon ook moeilijk anders – maar de
vreemde, ontheemde toon van de film en bovenal de aanblik van
Harisson Ford die hulpeloos door een vreemde stad stuitert (we
hebben het tenslotte over Indiana Jones en Han Solo) zorgden ervoor
dat de grote rehabilitatie voor de filmmaker uitbleef. Nochtans is
en blijft ‘Frantic’ een fascinerende genre-oefening – een thriller
op downers, vol personages die eigenlijk te vermoeid zijn
om zich überhaupt bezig te houden met een thriller-intrige.

Ford speelt Richard Walker, een chirurg die samen met zijn vrouw
Sondra (Betty Buckley) naar Parijs afzakt om er een medisch congres
bij te wonen. Maar terwijl Richard onder de douche staat, verdwijnt
zijn echtgenote plotseling spoorloos. De politie en de Amerikaanse
ambassade hebben het aanvankelijk moeilijk om te geloven dat het
echt om een ontvoering gaat – Parijs, de lichtstad enzovoort –
zodat hij, ten einde raad, zelf naar haar op zoek gaat. Het spoor
leidt uiteindelijk naar Michelle (Emmanuelle Seigner), een
drugkoerier die buiten haar weten om betrokken is geraakt bij zaken
die haar petje te boven gaan.

Die premisse – onschuldige man gaat zelf op zoek naar zijn
ontvoerde vrouw omdat de authoriteiten hem niet helpen – klinkt als
de aanzet naar een suspense-thriller vol actie, wat allicht ook de
stijl was die de meeste mensen verwachtten van ‘Frantic’. Maar
Polanski gaat de tegenovergestelde richting uit, door elke schijn
van heldhaftigheid consequent te verwijderen uit Fords personage.
De openingsscènes van de film zetten perfect de toon: Ford en
Buckley hebben net een vliegtuigtrip van zo’n twaalf uur achter de
rug en zitten doodop in een taxi. Ze spreken stilletjes, monotoon.
De lucht ziet er grijs uit, de taxi is vuil en krijgt dan nog eens
een klapband ook. We krijgen vanaf de eerste minuten al een signaal
dat we geen heroïek of geromantiseerde personages moeten
verwachten: de hele film straalt volstrekt overtuigend het weeë
gevoel uit dat je krijgt ‘s morgens vroeg, als de zon opkomt nadat
je een hele nacht niet geslapen hebt. Er kruipt een koude in je
botten die je met de beste wil ter wereld niet wegkrijgt, je bent
moe, je hele lichaam vertelt je dat het tijd is om te rusten.
Iedereen heeft dat gevoel wel eens meegemaakt, en Polanski houdt
die emotie een hele film lang vol. Het helpt ook dat Walker geen
Frans spreekt – hij is een vreemdeling, die altijd afhankelijk is
van de good-will van anderen. Hij kent nergens zijn weg en weet
nooit wat zijn volgende stap zal zijn. Vroeg in de film brengt hij
een bezoek aan de Amerikaanse ambassade, waar een ellendig lange
rij mensen voor de deur staat. Hij spreekt een ambtenaar aan om hem
te zeggen dat het dringend is, dat zijn vrouw gekidnapt is. “U zult
toch achter aan de rij moeten aansluiten,” krijgt hij te horen. En
wat doet hij? Precies wat u of ik zou doen: hij gaat achteraan in
de rij staan en wacht op zijn beurt. Tot zover de heroïek.

Die sfeer wordt gecreëerd door de fotografie, die elke
verleiding tot romantiek weerstaat – we bevinden ons in de
vunzigste uithoeken van Parijs, het Parijs dat de toeristen niet
zien, en waar de Eiffeltoren slechts sporadisch toevallig in de
achtergrond voorbijflitst. Grijstinten domineren alles en de
figuranten komen duidelijk van de straat, en niet van een
castingbureau. De vertolkingen dragen er ook toe bij: Harisson Ford
levert een riskante prestatie af als passieve held, die continu
verdoofd lijkt rond te lopen. Te weinig slaap, te veel emoties.

Qua toon zit alles dus wel goed. Komt daar ook nog eens bij dat
de eerste helft van de film met een onweerlegbare logica verloopt.
Walker is geen uitzonderlijk intelligent of moedig mens, maar hij
is wel vastberaden en stap voor stap volgt hij een schijnbaar
volstrekt logische weg naar de oplossing van het raadsel – zo
logisch, zelfs, dat je je makkelijk kunt inbeelden dat je hetzelfde
zou doen. En op die manier poot Polanski zijn film steeds steviger
neer in de realiteit: hij creëert een écht Parijs voor ons, met
échte personages, échte figuranten en een overtuigende opeenvolging
van plotwendingen.

Totdat Emmanuelle Seigner de film binnenwandelt, en met een
bijna hoorbare “klik” het hele verhaal in een andere versnelling
schakelt. Plotseling krijgen we karikaturale Midden-Oostelijke
schurken en een MacGuffin die nooit echt werkt (het blijkt
allemaal iets te maken te hebben met het één of ander
ontstekingsmechanisme). Zo intrigerend als het raadsel was, zo
teleurstellend blijken de antwoorden te zijn. Da’s een probleem dat
eigen is aan het genre: thrillerregisseurs zijn in essentie
goochelaars die verplicht zijn om achteraf hun hele truc uit te
leggen. Het is dan maar de kwestie om die uitleg aanvaardbaar en
onderhoudend genoeg te maken. Polanski was de eerste niet om daar
over te struikelen, en hij zal de laatste niet zijn. Zo lang je
niet precies weet wat er aan de hand is, is ‘Frantic’ een
uitstekende film. Eens de puzzelstukjes echter in elkaar beginnen
te vallen, blijkt het totale plaatje minder te zijn dan de som van
zijn onderdelen.

Nochtans blijven er sterke scènes over: in een nachtclub sleurt
Seigner Ford de dansvloer op. Zij krult zich wulps tegen hem aan,
terwijl hij niet weet hoe hij zich moet gedragen. Wanneer Seigner
hem vastpakt, wilt Ford haar een knuffel geven – ‘t is niet eens
iets seksueels, hij zoekt gewoon heel even steun bij haar – maar
dat was niet haar bedoeling, en ze danst verder. ‘t Is knap hoe
Polanski ongelooflijk veel informatie over die twee hoofdpersonages
in die dans weet te steken – ze hoeven geen woord te zeggen, en
toch weten we alles dat we moeten weten.

‘Frantic’ was Polanski’s eerste thriller sinds ‘The Tenant’
twaalf jaar eerder, en toonde sowieso dat hij het nog steeds in
zijn vingers had. Het probleem met de film was in de eerste plaats
een totaal misplaatste marketing, die ‘Frantic’ profileerde als de
actie-thriller die hij niet was. Ga maar na: de tagline
was: “They’ve taken his wife. Now he’s taking action.”
Terwijl actie nu net iets is dat je nauwelijks te zien krijgt. Nu,
met nog eens twintig jaar aan kritische afstand, wordt het
makkelijker om de film op zijn eigen voorwaarden te bekijken en
I’ll be damned als het niet behoorlijk knap in elkaar
zit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 2 =