Cold Souls




Charlie Kaufman heeft zich sinds de late jaren negentig laten
opmerken als één van de meest vernieuwende en fascinerende
scenarioschrijvers in Amerika – ‘Being John Malkovich’,
‘Adaptation’ en vooral ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’
waren wonderlijke metafilms, die slimme dingen deden met
verschillende realiteitsniveau’s, maar die ook gewoon aangrijpend
en grappig bleven. Kaufmans regiedebuut ‘Synecdoche, New York’ was
zo verwarrend en hermetisch dat het publiek afhaakte – ook al was
er dan hier en daar een criticus die het een meesterwerk noemde.
Maar hoe het ook zij, Kaufman heeft school gemaakt. En dat is
nergens duidelijker te merken dan in ‘Cold Souls’ van Franse
regisseur Sophie Barthes. Met een premisse die zich laat
omschrijven als ‘Being Paul Giamatti’ kondigde ‘Cold Souls’ zich
aan als een hipper dan hippe tragikomedie over de pijn van het
acteur-zijn, en bovenal over de last die elke mens tussen zijn twee
oren met zich meedraagt. Helaas, het heeft niet mogen zijn. Barthes
neemt een geweldig uitgangspunt en maakt er vervolgens een
lusteloze film van, die zich aan een slakkengangetje van het ene
non-event naar het andere sleept.

Paul Giamatti speelt een fictieve versie van zichzelf, en haalt
daarvoor zijn gekende sad sack-tronie nog eens boven (een
tronie die u met veel betere resultaten kunt bewonderen in
‘American Splendor’ en vooral ‘Sideways’). Hij zit middenin de
repetities van een productie van ‘Oom Vanya’, maar echt vlotjes
loopt dat niet. Hij twijfelt aan zichzelf als acteur, en ook thuis
is hij niet bepaald het zonnetje in huis. Dan leest hij een artikel
over een bedrijf dat je ziel verwijdert en stockeert – “het leven
is veel gemakkelijker zonder ziel”, beweert dokter Flintstein
(David Strathairn). “De ziel houdt ons tegen om te bereiken wat we
willen bereiken, omdat we hem constant moeten meesleuren als een
zware last. Dus waarom doen we hem niet gewoon weg?” Na enig
aarzelen besluit Giamatti de procedure te laten uitvoeren, maar ook
een zielloos leven is niet echt voor hem weggelegd. Uiteindelijk
krijgt hij dan maar een andere ziel geïnjecteerd – één van een
Russische dichter – wat een tijdlang werkt. Tot Giamatti er achter
komt dat een bende smokkelaars er vandoor is met zijn originele
ziel.

Geef toe, het idee klinkt Kaufmanesk, hoewel Sophie Barthes
talloze andere invloeden heeft aangehaald, inclusief namen die heel
wat beter klinken in de oren van de gemiddelde Franse
filmliefhebber, zoals Woody Allen, Frederico Fellini, Buñuel en
natuurlijk ook Gogol, die het boek ‘Dode Zielen’ schreef. Die roman
was een satire op de schaamteloze mensenhandel in Serven die er
plaatsvond in Rusland voor 1861. Als we er van uitgaan dat de
menselijkheid van een mens in zijn ziel zit – en Barthes gaat daar
van uit – en we weten dat er in ‘Cold Souls’ een Russische illegale
handel in zielen opduikt, dan is de link met het boek snel gelegd.
Eén die meteen aangeeft dat Barthes niet gespeend is van wat je met
een vriendelijk woord “ambitie” zou kunnen noemen. En met een iets
minder vriendelijk woord “pretentie”.

Maar natuurlijk heeft de regisseur hier niet dezelfde satirische
doelwitten als Gogol in zijn tijd. Waar het haar voornamelijk om te
doen is, lijkt mij, is een commentaar op de manier waarop mensen
zingeving zoeken op alle verkeerde plekken. De tijd dat een dokter
er simpelweg was om gebroken botten te helen en verkoudheden te
genezen, is voorbij – de medische wetenschap wordt tegenwoordig
maar al te vaak gebruikt om psychologische problemen op te lossen.
Huisartsen moeten hun patiënten uit een depressie sleuren en
wanneer het allemaal iets minder klinisch van aard is, zijn er nog
altijd plastisch chirurgen om mensen te helpen met hun zelfbeeld.
We lopen er allemaal steeds treuriger bij, en de medische wereld is
één plek waar we gaan aankloppen om geholpen te worden. Barthes
trekt die lijn door tot aan een extreem punt: een dokter die je
ziel wegneemt om het allemaal toch maar draaglijker te maken. (Een
mens zou kunnen opmerken dat die premisse niet zo gek ver
verwijderd is van die van ‘Eternal Sunshine’, waarin de personages
naar een dokter gingen om hun slechte herinneringen te verwijderen,
maar ik geloof niet dat Barthes die opmerking op prijs zou
stellen.)

Niettemin kun je met die thematiek heel wat aanvangen – een
surrealistische komedie misschien, of juist een aangrijpend drama
over mensen die willen ontsnappen aan zichzelf. Het kàn allemaal,
maar wat Barthes er mee aanvangt, is helaas vis noch vlees. De
grappige scènes zijn op één hand te tellen – er valt een beetje te
grinniken wanneer Giamatti geaffronteerd vaststelt dat zijn ziel
lijkt op een kikkererwt – maar de stijl van Barthes is zo
afstandelijk dat ook een echte emotionele link onmogelijk is. Je
kunt houden van Charlie Kaufman of niet, maar niemand kan ontkennen
dat hij iets voelde voor de mensen waar hij over schreef. Hij zag
zijn personages graag en zorgde er voor dat ook wij ze graag gingen
zien. Barthes, daarentegen, behandelt de figuren in ‘Cold Souls’
min of meer als labratten in het één of ander experiment: ze
observeert koeltjes, meer niet. Het gevolg is dat het ons maar
weinig kan schelen wat er met hen gebeurt – zelfs met Giamatti,
hoewel die (min of meer) zichzelf speelt.

En zo krijg je dus een slome film, die veel langer lijkt te
duren dan hij eigenlijk is. Barthes had slimme knipoogjes naar de
andere films van Giamatti kunnen geven, maar nee. Ze had van de
Russische smokkelaars óf komische, óf dreigende figuren kunnen
maken, meer nee (ze komen in de praktijk eerder over als irritante
zakenmannen). Ze had de relatie tussen Giamatti en zijn vrouw
Claire (Emily Watson) kunnen uitdiepen, maar nee (wat Watson
precies komt doen in de anderhalve scène die ze heeft in de film,
is mij een raadsel). Ze had zich meer kunnen concentreren op de
charlatanekse eigenschappen van Dr. Flintstein, maar nee – die
kerel laat zich in met criminelen, maar dat blijkt verder niet echt
een probleem te zijn. Ze had zelfs volop voor het surrealisme
kunnen kiezen, door “binnenin” de ziel van Giamatti te gaan (net
zoals ‘Being John Malkovich’ in het hoofd van Malkovich kroop) maar
nee. Wat krijgen we wél? Giamatti is slecht gezind. Sloft moedeloos
door New York en Rusland. Zoekt zijn ziel. Sloft terug naar huis.
Barthes had zoveel kansen, maar slaagt er niet in om haar film wat
pit, wat drive mee te geven. Zoals ze dat in het schone Antwerpen
zeggen: ‘Cold Souls’ had wat meer peper in z’n gat kunnen
gebruiken.

Charlie Kaufman is blijkbaar nog niet bezig aan iets nieuws na
‘Synecdoche, New York’. Jammer. Na ‘Cold Souls’ had ik eigenlijk
nog wel eens zin in the real thing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 20 =