múm :: Sing Along To Songs You Don’t Know

”De speeltijd zal drastisch worden ingekort.” Met zoveel woorden kondigden de dames en heren van het Ijslandse múm de release van hun nieuwe plaat aan, de tweede al sinds het vertrek van kernlid Kristín Anna Valtýsdóttir. Wie zich te pletter amuseerde bij Smear The Poison Ivy moet nu echter niet meteen de platenwinkel mijden als een dolle koe: het combo charmeert nog steeds als een dozijn elfjes in een muziekwinkel.

Zo moet de plaat nog goed en wel beginnen of de groep wenst je al met satijnen lakens een goede nacht toe. “If I Were A Fish” is iets onwezenlijks mooi akoestisch: de belletjes, de banjo’s vleien zich behaaglijk, haast als een kat die zich tegen je aanschurkt, in je gehoorgang. Waar is die typische huis- tuin- en keukenelektronica, vraag je je dan af.

In “Singalong”, zo blijkt. De groep stelt een charmeoffensief van heb-ik-jou-daar in, compleet met Casio-orgeltjes die regelrecht uit de jaren tachtig lijken te zijn geïmporteerd, maar om de een of andere reden wérkt de truc niet. Je hoort enkel nog een irritante elektronische dreun die als de betere drilboor klinkt. De outro maakt echter veel, om niet te zeggen alles goed. Xylofoons en een samenhang waar de Beach Boys onmiddellijk voor zouden tekenen resulteren in een prachtig orgelpunt.

Vanaf “Prophecies And Reversed Memories” zitten de heren en dame echter terug bij de les, in casu de les opwindende melodietjes op een vroege lentemorgen. Een drum roffelt alsof hij net begonnen is aan de Honderdjarige oorlog, het refrein laat zich even makkelijk beluisteren als een goede huisvriend die even komt aankloppen. En zo gaat het dus maar door: “A River Don’t Stop To Breathe” zwelgt in een vioolpartij die de rest van het nummer als drijfzand dreigt te verdrinken, maar is o zo mooi.

Nog meer lekkers? “The Smell Of Today Is Sweet Like Breastmilk In The Wind” drijft op een beat die op het eerste gezicht door fietsbellen wordt aangevoerd, “Show Me” verandert het geweer dan weer resoluut van schouder: met een zachte pianoriedel en wat minimalistisch elektronisch gebliep vormt het een wiegeliedje waar múm, vooral met deze plaat, een patent op lijkt te hebben. Denk, zoals de band zelf zegt, aan zand dat door je vingers glijdt, of aan kringen op het wateroppervlak. Mooi.

Zie ook “Hullabballabaluuu”: opwindende strofes contrasteren heel slim met prachtige refreinen die zich hebben genesteld in een ligbad van violen, xylofoons en een melodie om u tegen te zeggen. “Blow your nose” voegt, samen met de inmiddels obligate violen, nog een streepje marimba toe tot iets wat weeral zacht tegen ons aanschuurt en waar we vooralsnog niet van terughebben.

Sing Along To Songs You Don’t Know bevat zoveel uitschieters dat je de band gerust een minder nummer als “Kay-ray-ku-ku-ko-kex” — loepzuivere, meerstemmige samenzang, een contrabas die meent het warme water te hebben uitgevonden maar een simpelweg idiote melodie — vergeeft. Neem nu “The Last Shapes Of Never”: met een mooie akoestische gitaar vormt het de ideale song om de zomer met een klein hartje uit te wuiven.

”Illuminated” en vooral “Ladies Of The New Century” — een mini-pianoballade — vormen mooie hekkensluiters voor wat al bij al een prachtige, vaak introverte cd is. Jazeker, voor wie gewend was aan het speelse, lichtjes anarchistische geluid van “Smear The Poison Ivy” wordt dit even slikken. Toch blijft múm onmiskenbaar múm: charmant, beetje prettig gestoord, steeds met de klasse van Roodkapje die net de boze wolf heeft verslagen. Bij voorkeur te consumeren op een laatste zomerdag, een eerste herfstwandeling of vlak voor het slapengaan. Wedden dat u stukken prettiger zal dromen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =