Tokyo!





112 min. / F- J- D-ROK /2008

Elke grootstad haar omnibus film! Een ode Gand zit niet meteen
aan te komen, maar het gapend gat tussen ‘Paris, je t’aime’ (2006)
en liefdescaleidoscoop ‘New York, I love you’ die vanuit de
toekomst verleidelijk naar ons zit te knipogen, kan u gerust
dichtmetselen met deze ‘Tokyo!’. Een locatie die evenzeer tot de
verbeelding spreekt (wat is dat daar toch allemaal voor vreemde
bedoening!) en waar duizenden verhalen te spotten vallen.
Regisseurs Michel Gondry, Leos Carax en Bong Joon Ho kregen elk een
halfuur kloktijd binnen de grootste metropool ter wereld en hieven
hun indrukken gezamenlijk boven de doopvont onder de naam ‘Tokyo!’.
Met uitroepteken!

INTERIOR DESIGN ***

Een jong koppel trekt naar Tokio om er te gaan wonen en werken.
De jongen is een regisseur-in-wording met veel fantasie en een
rugzak vol ambitie, zijn vriendinnetje staat er maar wat bij en
kijkt er naar. Het jachtige en prestatiegerichte Tokio drukt haar
nog meer met haar neus op de feiten: veel talenten heeft ze niet.
Door dit besef gaat heel haar bestaan aan het wankelen, tot ze toch
een manier vindt om te ontsnappen aan de druk van Tokio.

Ook de test gedaan of je de regisseur aan het juiste filmpje kan
koppelen? Dan was deze absoluut een makkie. Hoewel het verhaal
gebaseerd is op een strip van Gabrielle Bell, weet je al van bij
het eerste gesprek in de auto dat Michel Gondry een vinger in de
pap te brokken had. De toon is speels, licht absurd en
definitely Gondry. Het verhaaltje lijkt eerst wat vast te
dolen in leuke, maar luchtige gesprekken door de straten en
miniappartementjes van Tokio, tot plots de bevrediging van het
verhaal ons tegemoet komt gestuikt onder de vorm van een geslaagde
metamorfose. Gondry weet zo het kabbelende verhaaltje tot een
magisch-realistische ontploffing te brengen die de tristesse van de
grootstad treffend en origineel weet in te kleuren en waar een mooi
melancholisch randje tegen aangedampt is. Een mooi kortfilmpje dus.
Op een onzekere dag vast bij iedereen herkenbaar.

MERDE **

Een mysterieuze, wat verwilderde figuur met een wit oog en
vreemd uitstekende rosse baard kruipt uit een rioolput en laat zich
opmerken in de straten van Tokio. Hij duwt mensen omver, grist geld
uit hun handen en eet het op. Iedereen is bang van deze
gewelddadige freak die mensen haat en dat ook duidelijk laat
merken. De media springt meteen op de heisa. Zeker wanneer zijn
haat tot extremis komt, barst de bom pas echt los.

Altijd al willen weten wat er omgaat in het hoofd van de louche,
verwilderde voor zich uit mompelende landloper die je elke dag in
de metro passeert? Soms is het beter om die pandoradoosjes dicht te
laten. Leos Carax luisterde niet en liet alvast een weinig
veelzeggend scheet de lucht in. ‘Merde’ begint nochtans aardig met
wat lijkt op een funky citywalk van een boertige versie van de
windman uit ‘Any way the wind blows’ door de straten van Tokio,
maar ‘Merde’ deed snel onze wenkbrauwen overuren kloppen. Een
gevaarlijk monster in menselijk gedaante dat de gesloten Japanse
maatschappij van binnenuit aanvalt: het is duidelijk dat Carax wil
inspelen op de angst die er bij de wereldbevolking heerst voor het
vreemde, het onbekende en voor terrorisme en de hieruit
voortvloeiende massahysterie. En toch is de satire niet zo geslaagd
als hij wel zou willen. Ten eerste toont dit deel van ‘Tokyo!’ het
minste fascinatie voor Tokio, het verhaal is er veeleer toevallig
terechtgekomen. De man van het ontroerend mooie ‘Les Amants du Pont
neuf’, transporteert gewoon zijn fetisjacteur Denis Lavant naar de
riolering van Tokio en dat is het. Dat hij over zijn idee niet lang
genoeg heeft nagedacht is een grove beschuldiging, maar tijd heeft
hij alvast genoeg gehad: het is zijn langverwachte terugkeer sinds
‘Pola X’ in 1999. ‘Merde’ is soms gewoon te lachwekkend om serieus
genomen te worden: het taaltje dat het creatuur spreekt, zijn
uiterlijk, de vertaalscènes die te lang duren… het maakt van
‘Merde’ een even pretentieus boeltje als de titel al deed
vermoeden. Duidelijk een misfit.

SHAKING TOKYO ***1/2

Een man is al tien jaar hikikomori. Een term die je niets zegt?
In Tokio komt het dagelijks voor dat mensen (vooral jongeren) zich
volledig afsluiten van de maatschappij en niet meer buitenkomen. De
man uit Bong Joon Ho’s vertelling is ondertussen expert geworden,
zijn appartement is hikikomori-perfect: volledig aangepast aan zijn
behoeftes. Al tien jaar mijdt hij elk persoonlijk contact, zelfs
elk oogcontact met de pizzaleveranciers. Tot hij toevallig in de
ogen kijkt van een meisje en zij op de koop toe flauwvalt voor zijn
deur, wanneer er een aardbeving plaatsvindt. Zijn wereld vol vaste
rituelen, strak opgestapelde wc-rolletjes en woordeloze leegte
begint danig op zijn grondvesten te schudden.

Winnaar van dit Tokyo!-trio heet Bong Joon Ho. Hij vond de meest
tastbare manier om de geest van een absurde metropool als Tokio,
waar het bevolkingsaantal soms recht evenredig lijkt met de
eenzaamheidsgraad, onder een stopje te vangen: door iemand te tonen
die er geen deel meer van wil uitmaken. ‘Shaking Tokyo’ schetst met
zijn trage shots en close-ups een toekomstbeeld dat beangstigt en
vertedert tegelijk. Het meisje met de powerknop, de gekke gewoontes
van de knul… de acteurs wrijven met hun warme performance en
tastbare gevoelens zachtjes tegen je armhaartjes in. Een verhaal
dat Bong Jong Hoo ons influistert via de ogen en onder de indruk
achterlaat.

Knip het deel ‘Merde’ uit ‘Tokyo!’ en je krijgt een mooie, maar
confronterende ode aan Tokio in al haar verleidelijke en duistere
kanten. De schaar zetten in een dvd is helaas nog niet mogelijk.
Doorspoelen wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =