The Hangover




Al die ijverige (kuch) studenten die maar niet kunnen wachten om
keihard scheef te gaan na de laatste examens kunnen misschien best
eerst eens passeren bij ‘The Hangover’. Met de nieuwe van Todd
Phillips krijgen ze namelijk een roesverwekkend voorsmaakje van wat
hen te wachten kan staan na een stevig uit de hand gelopen avondje
pintjes hijsen, tequila shots binnenkappen en goedkope cocktails
slurpen. En neen, die avondjes eindigen niet steevast in het
binnendraaien van dat heet konijn waar je al een heel jaar mee hebt
zitten flirten. Trust me. Ook niet onbelangrijk om weten
is dat ‘The Hangover’ best wel eens de perfecte no-brainerkomedie
van de zomer zou kunnen worden waar een iets meer dan licht
beschonken toestand de fun alleen maar kan verhogen.
Hoewel een roedel hete konijnen ook steeds welkom is
natuurlijk.

Twee dagen voordat Doug (Justin Bartha) in het huwelijksbootje
stapt, trekt hij samen met zijn beste vrienden Phil (Bradley
Cooper) en Stu (Ed Helms) en toekomstige schoonbroer Alan (Zach
Galifianakis) richting Las Vegas voor een bokkenfuif om nooit te
vergeten. Enfin, tot ze de volgende dag ontwaken met een joekel van
een kater, een gigantische black-out en een vernielde hotelkamer.
In de badkamer gromt een tijger, in de kast zit een baby verstopt,
tandarts Stu is zijn tand kwijt en bruidegom in spe Doug is nergens
te bespeuren. Shiiit.

En zo zijn we vertrokken voor een dolle, behoorlijk geschifte rit
door Las Vegas waarbij de drie helden (zeg maar sympathieke
schlemielen) proberen te achterhalen what the fuck ze
hebben uitgespookt tijdens die troebele nacht. Todd Phillips – de
kerel van ‘Old School’ en ‘Starsky and Hutch’ – bevindt zich
duidelijk op vertrouwd terrein en slaagt erin om uit de weinig
originele formule (eigenlijk zitten we hier met een kruising tussen
‘Very Bad Things’ en ‘Dude, Where’s My Car?’) toch een geestig
‘komedietje voor de jongens’ te wringen.

Om te beginnen maakt Phillips een paar clevere keuzes om zijn
verwaarloosbare verhaaltje toch fris aan de man te brengen. De
dronken nacht wordt volledig overgeslagen, een flashback-infuus
verhoogt het mysterie van de verdwenen bruidegom en als kijker zit
je met minstens even veel vragen als de drie verzopen restanten van
de uit de hand gelopen vrijgezellenavond. Hoe is die tijger in de
badkamer terechtgekomen? Van wie is de baby in de kast? Hoe is
kneusje Stu er in godsnaam in geslaagd om zijn tand te verliezen?
En waarom heb ik niet eerder gehoord van de geweldige Zach
Galifianakis? Het eerste half uur van ‘The Hangover’ is dan ook
veruit het beste. De broeierige Vegas-vibes spatten van het scherm,
de acteurs doen enthousiast hun ding zonder te ergeren en de weinig
plausibele, maar daarom niet minder komische situaties – aan elkaar
geluld met geinige dialogen – volgen elkaar in sneltempo op.

Niet alles wat Philips tegen het scherm zwiert blijft hangen
natuurlijk. Zo is het uitgebreide cameo-optreden van een affreus
acterende Mike Tyson geforceerd en tempovertragend, terwijl ook
Heather Graham (natuurgetrouw gecast als lief strippertje) verloren
loopt tussen het mannengeweld. Na een uur begint de
bromance trouwens langzaam maar zeker stoom en urgentie te
verliezen. De humor neigt steeds meer naar voorspelbare sitcomeske
misverstanden, de tweedimensionele personages zijn uitverteld en
Philips heeft niet genoeg vondsten meer om zijn komedie te eren met
een memorabele finale. Behalve dan de uitzinnige fotomontage van de
bokkenfuif tijdens de aftiteling. Nice rebound.

Maar gelukkig is het energieke ‘The Hangover’ meer hit dan
miss en houdt Phillips het tempo strak en de logge
overgangsscènes tot een minimum (verrassend, ik heb geen enkel
moraliserend levenslesje moeten leren). De grootste troef is dan
ook dat wanneer ‘The Hangover’ grappig is, het ook écht hilarisch
durft worden. De masturberende baby is nu al een klassiekertje, de
‘Rain Man’-parodie is een gniffelaar en je kan natuurlijk weinig
verkeerd doen met een verwijfde Aziatische gangster die pisnijdig
en vooral poedelnaakt uit de koffer van een auto wipt. Het
overstijgt zelden het niveau van een schuine mop, maar Phillips en
compagnie vertellen het met zoveel enthousiasme en schwung
dat het héél moeilijk wordt om niet toe te geven.

Ook de acteurs zitten juist. Geen Seth Rogens, geen Will Ferrells,
maar een grotendeels onbekende cast die goed op elkaar is
afgespeeld en voldoende sympathie kan losweken, ook al moeten ze
het doen met weinig meer dan standaard typetjes. Bradley Cooper
(binnenkort als Face in ‘The A-Team’-film, zo blijkt) is een beetje
een saaie straight man, maar zowel een nerdy Ed Helms
(fans van de Amerikaanse ‘The Office’ herkennen hem misschien) als
stand-upcomedian Zach Galifianakis (aka Fat Jesus) zijn op dreef.
Vooral die laatste gaat met de beste slapstick en oneliners lopen
als de ietwat creepy geek die een nieuwe betekenis geeft aan het
typetje van sociaal onaangepaste weirdo.

‘The Hangover’ is een meevallertje dat even aangenaam voorbijtrekt
als een ondeugend briesje dat gedag komt zeggen onder een
zomerjurkje. Een scabreuze nonsenskomedie met genoeg geslaagde
gags, aanstekelijke energie en coole personages om een avondje
pintelieren mee te beginnen. Soms moet het gewoon niet meer zijn.
Schol!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =