Arbouretum :: Song Of The Pearl

Een korte adempauze na een doorbraakalbum is te rechtvaardigen. Dat Arbouretum een paar steken liet vallen op de split-lp met Pontiak kan zelfs met de mantel der liefde bedekt worden, maar alleen als het volgende volwaardige album dat rechtzet. En dat is met Song Of The Pearl te weinig het geval.

Toegegeven, Rites Of Uncovering was en is, op één zwak nummer na, een indrukwekkende plaat die moeiteloos americana, folk en doom vermengt tot een uniek geheel. Maar zoals de split-lp met Pontiak al bewees, volstaat een dreunend geluid niet om het waar te maken: zonder goede songs blijft het allemaal gratuit klinken. En dat is een euvel dat ook op Song Of The Pearl te duiden valt, zelfs al zijn er een aantal uitstekende songs te horen. Tot die laatste groep behoort onder meer de titeltrack “Song of The Pearl” dat zich voor laat staan op gitaargepingel en voorzichtig geplaatste strijkers om aldus een semi-ballad te creëren.

Ook “Another Hiding Place” mag zichzelf in de kijker werken en zou met zijn doomfolk-inslag niet misstaan hebben op Rites Of Uncovering. Wie met een mild oor luistert, kan het triumviraat vervolledigen met “Thin Dominium”, een potige rocker die atypisch voor een gebalde aanpak kiest maar nergens de Arbouretumstijl verloochent. “Tomorrow Is A Long Time” is een dubbeltje op zijn kant. Het nummer is veelbelovend daar het datgene doet waar Arbouretum in uitblinkt: traagheidsrecords breken. Alleen zou de song gebaat zijn met iets meer variatie.

En daarmee is het vet definitief van de soep, wat volgt zijn niet onaardige songs en enkele miskleunen. De voornaamste reden voor het falen van het album als geheel lijkt de duur van de songs te zijn. Waar frontman en tot voor kort enige vaste lid Dave Heumann bij de vorige albums lang uitgesponnen nummers neerpende, speelt hij nu met de stopwatch in de hand. De nummers overschrijden de zes minuten niet (correctie “Infinite Corridors” duurt zes minuten en veertien seconden) waardoor de spankracht die dergelijke nummers vereisen in een te korte tijdspanne gewrongen worden.

Want met de basis van de nummers zelf schort weinig. “Down By The Fall Line”, bijvoorbeeld, herbergt een ingehouden uitbarsting maar nog voor de song de kans gekregen heeft zich te ontplooien is hij alweer afgelopen. Wat overblijft is een op Black Sabbath geënte sleper die nergens zijn potentieel waarmaakt. Ook “False Spring” heeft zijn merites, zij het dat het nummer wegens te weinig uitgewerkt in de demofase blijft steken.

Een nummer als “Infinite Corridors” wordt dan weer het best zo snel mogelijk vergeten. Hier en daar duiken er weliswaar hardrock-gitaren op maar net zoals de gruwelijke solo slaan ze als een tang op een varken met de andere instrumenten. Vaagweg lijkt iedereen er wel een idee van te hebben welk nummer gespeeld moet worden, maar finaal kiezen ze allemaal voor een andere interpretatie. In datzelfde bedje mag ook “The Midnight Cry” geëuthanaseerd worden. Een krampachtige poging om een snel nummer te brengen crasht op een muur van halfslachtige pogingen en ongeïnspireerde genreoefeningen.

Met een score van zes op acht doet Arbouretum het al bij al nog zo slecht niet, maar daar staat dan weer tegenover dat Song Of The Pearl nergens het niveau haalt van Rites Of Uncovering en als geheel ook debuutplaat Long Live The Well-doer moet laten voorgaan. Nadat de band naam voor zichzelf gemaakt had met zijn vorige album, klinkt deze plaat dan ook als een stap terug. Op Rites Of Uncovering had de band het geluid én de songs, vooral aan dat laatste hebben ze ditmaal te weinig aandacht besteed. Goede ideeën zijn nog geen goede songs.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − tien =