CLUBSIDE DOWN :: Arbouretum + Beach House + The Bony King Of Nowhere :: 28 oktober 2007, De Kreun

Muziekcentrum De Kreun heeft al enige tijd zijn vaste stek in Bissegem verlaten. In afwachting van een nieuw gebouw verblijft de Kreuncrew tijdelijk in de vroegere Limelight in Kortrijk. De programmatie heeft daar in elk geval duidelijk niet onder te lijden.

Vanavond mag het Gentse The Bony King Of Nowhere de aftrap geven. De groep rond Bram Vanparys heeft de nodige personeelswissels gekend — op een bepaald moment was er alleen nog Vanparys en gitariste/toetseniste Cleo Janse — maar lijkt in zijn huidige bezetting met Gerben Hemelsoen (gitaar/bas) en Jan Dhaene toch op zijn pootjes terechtgekomen. The Bony King Of Nowhere klinkt steeds meer als een band en steeds minder als een groep sessiemuzikanten die Vanparys’ nummers live wat extra kleur mogen geven.

Dat alles nog niet op punt staat, wordt duidelijk met de weinig terzake doende versie van "Maria". Toch is The Bony King Of Nowhere een groep die nog potten zal breken eens de laatste groeipijnen achter de rug zijn. Van een geheel andere orde is Beach House, dat zweert bij een krakkemikkige drumcomputer, een slideguitaar en een twaalfdehandsorgeltje tjokvol kinderlijke melodieën. Alex Scally (gitaar) en Victoria Legrand (keyboards/zang) lijken als volleerde autisten volledig op te gaan in hun eigen wereldje.

De haast naïeve en kaduke manier van spelen kan evenwel niet verbergen dat het duo over het nodige talent beschikt en weet hoe een goede song in elkaar behoort te zitten. Hun speelsheid en naïviteit is veel meer verwant met The Moldy Peaches dan met pakweg CocoRosie en klinkt ook minder gezocht of berekend. Toch kunnen ze niet over de hele lijn overtuigen, al heeft dat meer te maken met persoonlijke smaak dan met de band zelf. De semi-elektronische variant van The Moldy Peaches is op zich een pak interessanter dan veel van de zelfverklaarde weird folk-artiesten bij wie de kinderlijke pose berekend is.

Los van de baarden, of net daardoor, lijkt Arbouretum nog het meest op de zoveelste groep die hoopt via Humo’s Rock rally door te breken. Zijn doomfolk is echter niet zo vanzelfsprekend, vooral niet omdat die live steevast uitmondt in lang uitgesponnen duellen tussen de gitaristen. "Tonight’s A Jewel" wordt nog redelijk omzichtig aangepakt, maar daarna mogen de gitaren een set lang scheuren.

Naast de recente nummers "Ghosts Of Here And There", "Mohammed’s Hex And Bounty", "Singposts And Instruments" en een lang uitgesponnen en magistraal ontsporend "Pale Rider Blues", allen uit Rites Of Uncovering, komen ook een nieuw nummer, twee oudjes uit het hier niet uitgebrachte debuut (onder andere "Don’t Let It Show") en de Music Hall-cover "Underneath The Arches" aan bod.

De groep uit Baltimore speelt een klein uurtje en looft tussendoor het Belgische bier dat naar eigen zeggen ter plaatse veel beter smaakt dan bij hen. Tot jolijt van het publiek is er zelfs even discussie over de vraag of Duvel dan wel Stella Artois het beste is. De discussie is in se even relevant als de vraag of Arbouretum nu vooral een doomband of toch een heel zware folkgroep is. Op plaat neigt de groep eerder naar het tweede, terwijl live de doom-inslag duidelijk primeert.

De gitaren janken een set lang ongenadig en gunnen elkaar vooral geen seconde adempauze, terwijl bas en drum vakkundig een loodzware ondergrond neerpoten. Arbouretum klinkt live als een alles overweldigende pletwals die zijn nummers treffend weet om te vormen tot beukende hamers, zonder dat de herkenbaarheid van de songs ook maar een seconde in het gedrang komt. De lovende woorden van Pukkelpopgangers die de groep aan het werk zagen, kunnen alleen maar beaamd worden. Arbouretum staat live als een huis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − vijf =