Tori Amos :: Abnormally Attracted To Sin

Op de langgerekte geeuw The Beekeeper uit 2005 deelde Amos haar songs al eens in tuinen in. De nummers op zowat al haar platen van dit decennium kunnen echter beter als pakweg whiskymerken ingedeeld worden, in de categorieën ‘betoverend’, ‘bekoorlijk’ en ‘bucht’. Hoeveel van de weeral zeventien songs op Abnormally Attracted To Sin belanden er deze keer in welke categorie?

Op voorganger American Doll Posse was de bucht nog eens sterk in de minderheid — voor het eerst sinds 1998 (het straffe From The Choirgirl Hotel). Toch stond er voldoende ballast (23 songs!) op om Amos’ beste werk in tien jaar in te laten verzuipen. Maar American Doll Posse liet vooral een Amos horen die nog eens stevig op een pianokruk met vier poten zat. Om haar terug echt relevant te maken, moet ook deze opvolger eigenlijk datzelfde niveau halen. Dat haalt die niet, al scheelt het misschien niet bijster veel.

In tegenstelling tot The Beekeeper en het gros van Scarlet’s Walk telt deze plaat wel nog een handvol perfect gestookte songs die uw platenkast — mits die al werk van Amos bevat — kunnen verrijken zoals een Highland Park (21 jaar) uw drankkast. Of toch bijna, want levens veranderen doen die nummers niet, één slok Highland Park wel. Maar we wijken af. De plaat start immers ontzettend sterk met het haast bedwingende “Give”, dat meteen het beste van To Venus And Back naar de kroon wilt steken — de plaat waarop Amos zich helemaal en deels geslaagd rond elektronica krulde. Meer van dat, zal u hopen — en pas halfweg ook krijgen met het fantastische “Curtain Call”, een prachtige pianomelodie die meegelokt wordt door sluikse elektronica: als Amos twaalf zulke nummers had geschreven de afgelopen jaren, was ze meer dan een voetnoot geweest dit decennium.

Hetzelfde kan gezegd worden van “Starlings”, met een refrein waaraan u hoort dat het Amos toch niet veel moeite kost om gewoon (onthoud dat woord, Tori) een mooie song te schrijven. De plaat sluit ook in majeur af met het onvoorspelbare, broeierig sfeervolle slotnummer “Lady In Blue”. Klampt nog net aan bij dit niveau: single “Welcome To England”, een soort missing link tussen To Venus And Back en Under The Pink.

Wat opnieuw echter enorm tegensteekt, is — opgepast, dood paard op de weg — die enorme wisselvalligheid die Amos blijft kenmerken zolang ze haar platen boven de zeventig minuten laat uittorenen. Zullen ten huize hier dan ook nooit meer te horen zijn zoals een Johnnie Walker Red Label hier het kot niet in komt: het foei, zo lelijke “Police Me”, het als een blinde mol rond pikkelende “Fire To Your Plain” en vooral “Not Dying Today” dat klinkt als (ga even zitten) Phil Collins op zijn laatste studioplaten. Er zijn grenzen. In dit rijtje past ook het irritante “Flavor”, met zinnen als “What does it feel like, this orbital ball on the fringes of The Milky Way?” waar ook mannen pijnlijke maandstonden van krijgen. Misschien helpt dat om het te begrijpen. Wie zal het zeggen.

En dat is (kijk eens aan, weer een dood paard) ontzettend jammer, want het gros van OATS is heus niet onaardig, al hebben de songs niet bepaald een memorabele afdronk — pakweg een Glenfiddich (12 jaar). Bekoorlijk dus, zonder meer. Zoals het onschuldig (ja, dat kan bij Amos) mooie “Maybe California”, het op een heerlijk zware piano aangezette “Mary Jane” dat helaas het label tussendoortje voor de rest niet afgeschud krijgt en “That Guy” dat pronkt met de mooiste arrangementen. Nopen net niet tot een paddenstoelendans van vreugde: het frisse ventilatortje “500 Miles” en “Fast Horse” dat vreemd genoeg aan “God” van op Under The Pink doet denken.

Kortom: best wel aardige plaat van Amos, mooie sfeer (let op het maskertje dat ze op de hoes haast ongemerkt vasthoudt) die zelfs de lelijkste songs net niet kunnen verbrodden. Een “Curtain Call”, “Give” of “Lady In Blue” doet toch verhopen dat, mits een pak beter schrappen en misschien wat langer wachten, een essentiële Amos geen utopie meer lijkt. Ze kan het heus nog wel. Maar volgen er hierna nog twee albums van dit kaliber, dan kijken we voortaan uit naar een nieuwe Amosplaat als een vrouw naar haar pijnlijke maandstonden. Dat doet ons eraan denken: hoe zou het ondertussen met Alanis Morissette en Ed Kowalczyk zijn?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =