Roosbeef :: Ze Willen Wel Je Hond Aaien, Maar Niet Met Je Praten

Excelsior, 2008

Het is een term waar we onszelf normaal gezien iets te cynisch voor
vinden, maar het interview met de amper twintigjarige Roos Rebergen
in het Nederland 3-programma ‘De Wereld Draait Door’ was simpelweg
ontwapenend. Terwijl presentator Matthijs Van Nieuwkerk zijn
uiterste best deed om het gesprek op gang te trekken, antwoordde
Rebergen stotterend en in aanzetten tot volzinnen. Ook bij een
vraag over de opmerkelijke titel van Roosbeefs debuutplaat, kwam er
niet veel meer uit dan ‘Ja, het is een lange zin, maar voor mij is
dat een zin over het leven’.

Van de cd kan ongeveer hetzelfde worden gezegd. Want net zoals de
titel geleend werd van wat ze een zwerver met een hondje ooit
hoorde zeggen, is waar ze over zingt ook allemaal echt gebeurd.
‘Mijn liedjes zijn eigenlijk een soort van biografie’, zegt ze
zelf. Roos woonde met haar ouders op een boerderij in het
Nederlandse Duiven, maar werd met een smak de echte wereld
binnengekatapulteerd toen de gemeente besloot de boerderij te
onteigenen. ‘‘t Is mooi, ‘t is klaar, ‘t is goed, ‘t is gedaan’
klinkt het in ‘Boerderij’, het was tijd voor een nieuw leven
in Utrecht. Een carrière in de muziek, en met succes: in 2005 won
Roosbeef de Grote Prijs van Nederland in de categorie
Singer/Songwriter. Na meer dan drie jaar spelen en schaven is er nu
eindelijk een debuutplaat, eentje die dan ook helemaal áf is.

De vergelijking met labelgenoot Spinvis is misschien wat makkelijk, maar puur muzikaal
doet Roosbeef daar nog het meest aan denken. Alleen staan hier
vooral de teksten centraal. Roos’ liedjes mogen dan al zeer
autobiografisch zijn, net door zo in te zoomen op haar leven zijn
veel van de teksten universeel. Want of je nu in Duiven, Gent of
Maleisië woont, iedereen herkent zich op sommige momenten wel in
een nummer als ‘Onder invloed’, over een hevige verliefdheid.
Ik leef in een roes / het licht doet pijn / wat dorst en hees /
al maanden duurt dit feest.
Ook de rode draad doorheen het
album is iets waar we allemaal doormoeten. Van ‘Jongen gaat het
leger in’ tot het afsluitende ‘Boerderij Deel II’ staat het
volwassen worden centraal. Het slopen van de boerderij is een
symbool voor het ouderlijke huis dat met de nodige weemoed wordt
achtergelaten.

Het zou nogal kortzichtig zijn om Roosbeef meteen onder te verdelen
in het ‘kleinkunst’-hokje, want daar heeft dit debuutalbum
hoegenaamd niets mee te maken. Onder meer dankzij de productie van
‘onze’ Tom Pintens en Tjeerd Bomhof van Voicst klinkt de plaat
opvallend poppy. In de bio op de officiële site wordt ook stevig
gehamerd op het feit dat Roosbeef een band is, en die zorgt ervoor
dat de arrangementen bijna zo belangrijk zijn als de teksten.
Hoogtepunt is dan ook ‘Alles draait’, een nummer over onbezorgde
dronkenschap dat vrolijk onze luidsprekers uitdendert, zonder
rommeliger te klinken dan noodzakelijk. Dronken, maar niet
gek
, inderdaad.

Benieuwd hoe het nu verder gaat met Roosbeef. Met dit slimme,
gewaagde en mooie album hebben Rebergen en co zichzelf in ieder
geval tot in de hoogste regionen van ons lijstje met in de gaten te
houden artiesten genesteld. Voorlopig zijn er nog niet veel
Belgische concerten gepland, maar als u nu even ons voorbeeld volgt
en ‘Ze Willen Wel Je Hond Aaien, Maar Niet Met Je Praten’ en
masse
in huis haalt, zullen die er zeker wel komen. Geen idee
wat er verder nog in de gemeente Duiven te doen is, maar met
Roosbeef hebben ze er daar in ieder geval een vurig exportproduct
bij. Warm aanbevolen voor iedereen die jong is of terug wil weten
hoe dat voelt. Groeipijnen inbegrepen.

www.roosbeef.nl
www.myspace.com/roosbeef

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 16 =