Roosbeef :: Omdat ik dat wil

"Iedereen is ziek ziek hou je hart maar vast, het diepe dal is diep diep, ik wou dat je hier was, als je ziek bent blijf je binnen waar gaan we nou toch heen? We zijn graag op onszelf maar liever niet alleen.". Isolement, deraillerend individualisme en afwijkend gedrag afstoten; door scherpe observaties de luisteraar confronteren met les maladies des temps modernes doet in de Lage Landen niemand beter dan Roos Rebergen.

De samenwerking tussen deze Nederlandse en Torre Florim (De Staat) in 2009 bewijst ook dat ze een hang heeft naar het opnemen voor maatschappelijk zwakkeren. Zo staan op hun plaat De speeldoos zes nummers waarvan de teksten door verstandelijk gehandicapten geschreven zijn. En voor de Te gek? -compilaties schreef ze met haar band Roosbeef het nummer "In het bos". Die song is ook te horen op Omdat ik dat wil", de opvolger van het uit 2008 daterende Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten.

In de drie jaar tussen die twee platen evolueerde Rebergen van "het meisje aan de piano dat intimistische luisterliedjes maakt" naar een zelfzekere leidster, die de andere bandleden aanvuurt. Het logische gevolg daarvan is dat de nieuwe songs heel wat meer panache hebben. De kleinkunst van voorheen moet dus plaatsruimen voor licht psychedelisch aandoende gitaarpop. En muzikaal mag dit tweede album wel extraverter zijn, tekstueel is het veel introspectiever dan haar debuut. Wat echter als een rode draad doorheen beide platen loopt, zijn de melodieën die zich onmiddellijk in je hoofd moeten gaan nestelen.

Zo boren de frontvrouws melancholische stem en de in elkaar verweven melodieuze gitaarpartijen in opener "Twijfelaar" zich meteen een weg naar het hart van de luisteraar. Voor diegenen wiens zelfvertrouwen na een etentje met een bende overachievers weer een fikse deuk heeft gekregen, is er trouwens nog hoop: "Twijfelaar, ga nou maar, er is altijd er is altijd misschien" zingt Rebergen ons toe. Met zulke bespiegelingen bouwt ze een unieke belevingswereld van waaruit verlangens, liefde en eenzaamheid soms poëtisch, dan weer met (soms bizarre) humor beschouwd worden.

Een voorbeeld van die spitse woordspelingen horen we terug in het mijmerende "Schone schijn": " Je brengt me in de war en ik jouw haar", verzucht ze, terwijl Tom Pintens’ mondharmonica zich behaaglijk tegen haar stem aanschurkt. Ook leren we uit het donkere, met een ijle gitaarlick doorkliefde "Iets te veel wij(n)" dat rauwe champignons niet lusten voor Rebergen een geldige reden is om voor het altaar de bruidegom met een gedecideerde njet terug naar huis te sturen. De daarop volgende eenzaamheid zingt ze in hoogtepunt "Pulpo" dapper van zich af. Een repetitieve, trance-verwekkende gitaar en machtige ritmesectie plus de cool waarmee de zangeres zich dit nummer werkt, zijn als een catharsis voor zoveel verdriet.

"Geen leeslamp die op me wacht", beklaagt de zangeres zich toch nog in het dromerige en van een breed uitwaaierende toetsenpartij voorziene "Nachtauto". Tijd dus voor een vluchtige romance, toegevingen doen om een relatie te redden, hoeft niet. Toch geeft ze onder dwang van de ontsporende, noisy gitaar van Reinier van den Haak in het fel rockende "Niet uitmaken" toe daar wel tot bereid te zijn. Al blijkt uit een zin als "Vraag het hemd niet van me lijf maar trek het uit" dat ze toch de voorkeur geeft aan non-verbale communicatie.

L’ amour fou , verwondering, onbegrip, wanhoop… Het leven zélf dus, in al zijn schoonheid én lelijkheid, wordt op dit album eigenzinnig en erg knap van commentaar voorzien. En als dat wordt begeleid door een band die op scherp staat, hongerig èn ambitieus is, levert dat een sterk resultaat op. Zoals Omdat ik dat wil. Puik plaatje.

Roosbeef speelt op 15 februari in de AB in Brussel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 19 =