The Acorn :: Glory Hope Mountain

Paperbag, 2008

Alvorens een kleine 4000 tekens te wijden aan ‘Glory Hope
Mountain’, de tweede van The Acorn, maar eigenlijk de eerste
volwaardige, die ook door mensen buiten de familiale kring
beluisterd wordt, moet me dit even van het hart. ‘Fleet
Foxes
‘ heb ik niet tot plaat van het jaar gestemd. Niet dat het
mijn hartspieren niet deed samentrekken, maar er hing mijns inziens
net iets te weinig vlees aan om er een delirium voor te verwekken.
Wat The Acorn doet, ligt in het verlengde van de mannen uit
Seattle, en wel in het directe verlengde.

Er zijn een heleboel indicatoren die aantonen dat wat The Acorn
maakt niet bijster origineel is. En toch weer wel – daarover zo
dadelijk meer. Zo had ik bij het beluisteren van de openingsminuten
van ‘Glory Hope Mountain’ eenzelfde gevoel als bij ‘Fleet Foxes’,
een gevoel van onvolmaakte vreugde. Maar eveneens een gevoel dat
binnen het kwartier wordt gevolgd door vreugdevolle onvolmaaktheid.
Het is leuk om te kunnen blijven schaven, maar het geluid dat The
Acorn produceert verdient betere nummers dan het ongeïnspireerde
‘Oh Napoleon’ of het dan wel uptempo zijnde maar wat mager
uitvallende ‘Low Gravity’.

Maar goed, de eerlijkheid en mijn volle goesting gebieden me te
zeggen dat The Acorn, eens het boven een zeker basis uitstijgt, wel
een geluid produceert dat ik bij vlagen zelfs origineler vind dan
dat van Fleet Foxes of Bon
Iver
. Omdat frontman Rolf Klausener het gevoel had zijn
Hondurese moeder niet echt te kennen besloot hij in enkele
interviewsessies te weten te komen wie ze is. Wat mij betreft het
potentieel om de beste ‘Mijn Moeder’ aflevering van een hele reeks
te maken, al helemaal als de soundtrack bestaat uit het
plaatstelijke banjogeluid, gemengd met de americana die 2008
beheerste.

De eerste vier minuten van openingsnummer ‘Hold Your Breath’ maken
van de titel alvast een volwaardige onomatopee. Recensenten zwoegen
zich een breuk naar adjectieven; hier past het vaak al te makkelijk
vergeten ‘mooi’ nog het best. Denk Death Cab
For Cutie
met snik, denk vooral niét Valentijn en vergeet dat
de laatste twee minuten zo zeemzoet zijn dat ik mijn kaken nog
steeds niet volledig van elkaar krijg. Ook ‘Even When You’re
Sleeping’ is van eenzelfde omarmende schoonheid, maar The Acorn
echt goed vinden doe ik pas als ik ze crescendo enthousiaster hoor
worden, om te culmineren in de kakofonie die ‘Crooked Legs’ is. In
‘Glory’ lijkt Klauseners stem van een paar decimeter verder te
komen, wat op zijn beurt dan weer volledig tegenover het
conventionele maar fijn berijmde ‘Antenna’ staat.

Mijn favoriet is – naast het heerlijk krakkemikkige stukje
interview dat als ware het het Forum Romanum zelf overblijft in
‘Sister Margaret – evenwel het tweeledige ‘Flood’. De titel zet
evenveel hakken als Peter Verhelst, op geen enkel moment wordt het
kabbelende bergriviertje de woeste stroom die vermoed kan worden.
Je hoort The Dodos in Midden-Amerika, je hoort een eenzame
fietser op een oud vehikel zes kilometer per uur halen, maar
bovenal aanschouw je een innerlijke rust die ik al een tijdje niet
meer ervoer. Het bij het op een fantastisch riedeltje (‘Plateau
Ramble’) aansluitende slotakkoord is dan al de kers op een naar
heel wat meer smakend stukje Hondurese vlaai. Dat Casey Mecija
nadien nog even middelmaat definieert mag u van mij best
vergeten.

Lezertjes overal te lande, als het weer wat beter wordt, u met
een eerste liefje naar het plaatselijke rockfestivalletje mag,
vergeet dan naar de weide te gaan, vergeet dat je naar de
nachtwinkel moet, leg je iPod op haar buik, en zet even Glory Hope
Mountain op. Alles is een album lang ingehouden, minimalistisch en
kleinschalig, de ontploffing die er zit aan te komen hebben ze
zelfs in Enschede nog niet meegemaakt.

Uw
Nick Delafontaine

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 10 =