An evening with Greg Dulli & Mark Lanegan :: 21 januari 2009, Ancienne Belgique

Wie zoals Greg Dulli en Mark Lanegan vier of zelfs zeven keer in minder dan een jaar tijd op een Belgisch podium staat, kan maar beter verrassend uit de hoek komen. Gutter Twins Dulli en Lanegan kwijten zich met verve van hun taak en brengen — slechts met piano en akoestische gitaren — beklijvende versies van zowel eigen nummers als klassiek materiaal.

Je hebt mooie muziek en je hebt mooie muziek. Het verschil zit ‘m erin dat je van de ene soort vlinders in de buik krijgt terwijl je bij de andere, ondanks de schoonheid, met een erg sinister gevoel opgezadeld wordt. Saturnalia, de verzameling songs waarmee The Gutter Twins zowat een jaar geleden van zich lieten horen, behoorde duidelijk tot de laatste categorie. De plaat was weliswaar niet de eerste samenwerking tussen Greg Dulli en Mark Lanegan, maar zelden kwamen de — zoals ze zichzelf noemden — Satanic Everly Brothers zo intens uit de hoek.

Saturnalia was een ongeziene mokerslag die de luisteraar in geen tijd vloerde. Live waren The Gutter Twins een ander paar mouwen. Een zieke Dulli deed de eerste passage in de AB de mist in gaan. Op Pukkelpop toonde de band hoe het wel moest. In het holst van de nacht walsten Dulli en Lanegan aldaar over de marquee. Het opgewekte festivalgevoel werd volledig uit het publiek geperst en met een brok in de keel en een wee gevoel in de maag zocht je naderhand de camping op.

En dan kwam de theatertour. Na een stop in Hasselt strijkt het duo opnieuw in Brussel neer, deze keer om zich van een intiemere kant te tonen. Samen met gitarist David Rosser strippen Dulli en Lanegan hun nummers kaal en dat is een gewaagde zet. Blijft opener “The Body” in zijn akoestische kleedje nog best overeind, dan doet “God’s Children” daarna in eerste instantie vreemd aan. Zonder de karakteristieke drums die het nummer van zoveel kracht voorzien, lijkt “God’s Children” zijn ondergang tegemoet te gaan. Tot de vocale magie van Dulli en Lanegan een eerste keer uitgespeeld wordt en de song alsnog tot op het bot gaat. Zelfs de flard “All Along The Watchtower” die Lanegan aan het nummer kleeft, baadt mee in het duistere sfeertje dat de AB inmiddels weer helemaal in zijn greep heeft.

Bij aanvang was een soort carrière-overzicht beloofd, maar daar waren Dulli en Lanegan blijkbaar zelf niet van op de hoogte. Wie hoopte nog eens vergast te worden op parels van Screaming Trees bleef op zijn honger zitten. Al wil dat niet zeggen dat het verleden niet op eerbiedige wijze nieuw leven werd ingeblazen. Mark Lanegans “The River Rise” klonk nog steeds even indrukwekkend als bij de allereerste luisterbeurt en het van het debuut van The Twilight Singers gelichte “The Twilite Kid” liet zich noteren als hoogtepunt van de avond. Ontdaan van alle franjes boorde “The Twilite Kid” zich recht je ziel in en kon gerust de vraag gesteld worden of deze versie het op zich al niet onverdienstelijke origineel niet compleet overbodige maakte.

Minder overtuigend was de vertolking van Cole Porter’s “I Get A Kick Out Of You”, en ook het door Rosser gezongen “Tennessee Waltz” klonk net te vrijblijvend om op hetzelfde niveau te staan als “Candy Cane Crawl”, “Creeping Coastline Of Lights” of zelfs “All I Have To Do Is Dream”. Hoewel dat laatste nummer naar Gutter Twins-normen wel heel frivool is, wist het toch te charmeren en — eerlijk is eerlijk — leek het op een lichtpuntje dat je ongeschonden de weg uit het rijk der duisternis toonde. En dat is geen overbodige luxe in het universum waar Greg Dulli en Mark Lanegan de scepter zwaaien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − vier =