Pete Greenwood :: Sirens

Een jonge Brit die aansluiting zoekt bij folkies van de ondertussen alweer heel lang vervlogen sixties, in hoeverre kan daar anders dan al zuchtend op gereageerd worden? Want is écht niet alles al gedaan op dat gebied? Welnee, want Pete Greenwood komt recht van de schoolbanken met een wondermooi debuut vol rustige luisterliedjes.

Popmuziek onderwijzen, het klinkt nog steeds bijzonder vreemd. Diende popmuziek niet vooral om aan school te ontsnappenè En bleken de bands die wél van zo’n popschool afkomstig waren niet vooral het beste bewijs dat dergelijke instellingen niet deugden? Maar ook in dit geval is niets helemaal zwart of wit. Want wanneer een uitermate fijne plaat opduikt en die gemaakt blijkt door een student aan zo’n instituut, wat zou je dan nog lopen zeuren over de zin en onzin van dergelijke onderwijsinstellingen.

Artiest in kwestie is Pete Greenwood, een Britse twentysomething met een muzikaal verleden van het twaalf-stielen-dertien-ongelukkensoort. Op zijn eenentwintigste — een wanhoopspoging om een carrière gelanceerd te krijgen? Een ultieme poging de volwassenheid uit te stellen? — schrijft hij zich in aan zo’n controversiële school. Voor zijn eerste opdracht komt hij op de proppen met "Any Given Day" en "Bats Over Barstow". Hoewel hij op dat punt in zijn leven nog nooit een song die naam waardig geschreven heeft, verbluft Greenwood zowel zijn docent als zijn medestudenten.

En terecht, beide nummers zijn immers op debuut Sirens terechtgekomen, alwaar ze niet uit de toon vallen tussen het ander fraais. Want geloof het of niet: Greenwood is een songschrijver eerste klas. Beetje van de oude stempel misschien, maar oerdegelijk, en daardoor eigenlijk net zo goed tijdloos. Al moet daar misschien van gemaakt worden "tijdloos op z’n jaren zestigs", of iets gelijkaardigs.

Want sluit de jongeman namelijk niet aan bij de traditie van grootsmeesters als Donovan en Simon & Garfunkel? De zachtaardigheid die hij aan de dag legt in nummers als "For A Girl Like Mine", dat de geest van Leonard Cohen in zijn gitaarspel draagt, en "I Used To Be In A Band", roept immers herinneringen op aan het vertrouwde beeld van de jonge poëet die een akoestische gitaar gekocht heeft om daarmee zijn onzekere stem wat te camoufleren bij het met poëzie benaderen van een bij voorbaat onbereikbaar meisje.

Dat mag gerust als cliché klinken, maar het stoort niet bij het beluisteren van Sirens, verre van zelfs. En af en toe veroorlooft Greenwood zich bovendien een kleine uitspatting, als een vorm van subtiel uit de band breken. Zo kan "Bats Over Barstow" bogen op behoorlijk jachtig tempo, maar dat nummer is dan ook niet voor niets een samenvatting in drie minuten van Hunter S. Thompsons Fear And Loathing In Las Vegas. Inderdaad, de erfenis van de jaren zestig, iemand?

Met "Heavey Eva", dat klinkt als een demo van vroeg werk van Belle & Sebastian, lijkt deze debutant meer aansluiting te zoeken bij hedendaagse artiesten, maar langs de andere kant: als die artiesten ook enigszins dromerig boven het huidig tijdsgewrocht zweven, in hoeverre kan je dan spreken van eigentijdsheidè Niet, waarschijnlijk, maar dat speelt niet echt een rol. Sirens is een mooie plaat met tien à twaalf — dat hangt af van de manier van tellen — knappe liedjes. En die zijn, hoe vreemd om dat te zeggen, gemaakt door een jongeman die wel heel goed opgelet heeft op school.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 16 =