Close Encounters of the Third Kind

In zekere zin is ‘Close Encounters’ een film die Steven
Spielberg twee keer heeft gemaakt. Als puber had hij immers al de
gewoonte om in zijn tuin filmpjes te maken, en zo flanste hij op
een bepaald moment eigenhandig een 90 minuten durend science
fictionverhaal in elkaar, ‘Firelight’, over een landing van
goedaardige aliens. Het idee bleef Spielberg altijd bij, en na het
monstersucces van ‘Jaws’ in 1975, zag hij eindelijk zijn kans om
‘Firelight’ een professionele make-over te geven. ‘Close
Encounters of the Third Kind’ gaf hem zijn tweede kaskraker op rij,
en kan zelfs gezien worden als de eerste typische Steven Spielberg
“magic time”-film: de traditie van verwondering en
onschuld die ons later nog ‘E.T.’, de originele ‘Indiana
Jones’-trilogie en ‘Hook’ zou bezorgen, begon hier, vlak na de iets
minder typische horror-suspense van ‘Jaws’.

Het verhaal begint met enkele bizarre wereldwijde fenomenen: een
vliegtuig ziet plots felle lichten boven Amerika zoeven.
Vliegtuigen die tijdens WO II verdwenen, duiken op in de Mexicaanse
woestijn. Een scheepswrak wordt teruggevonden in de Gobiwoestijn.
En in India klinkt er plots een vertrouwd melodietje van vijf noten
uit de lucht. Claude Lacombe (François Truffaut) onderzoekt de
verschijningen en komt langzaam maar zeker tot de conclusie dat ze
voorbodes zijn van buitenaards bezoek. Roy Neary (Richard
Dreyfuss), een elektricien, is samen met nog enkele mensen getuige
van een eerste verkenningsvlucht van de aliens boven de aarde.
Daarna is zijn leven niet meer hetzelfde: hij raakt gefixeerd op
UFO’s en ziet in alles wat hij vastneemt, de vorm van een berg.
Zijn vrouw verklaart hem voor gek, maar Roy gelooft dat de aliens
hem en de andere getuigen naar een bepaalde plek willen lokken om
er bij te zijn voor het eerste contact.

Het ongegeneerd optimisme van ‘Close Encounters’, de haast
kinderlijk open blik van de film, is ongetwijfeld één van de
redenen voor de populariteit ervan. Niet alleen suggereert Steven
Spielberg hier dat er nog leven is in het universum, maar ook dat
we niets van hen te vrezen hebben. Ze komen in vrede, en bekwame
autoriteitsfiguren, onder leiding van Lacombe, weten dat eerste
intergalactische contact perfect af te handelen. Da’s een
geruststellende gedachte, die regelrecht inging tegen het
overheersende cynisme van de jaren zeventig. Het was de tijd van
het nieuwe Hollywood, waarin zwaar de nadruk werd gelegd op
anti-helden, moreel verval en verhalen met een deprimerende
ondertoon en een slechte afloop. Denk maar aan films als
‘Chinatown’, ‘The Parallax View’, ‘The Godfather’, ‘Taxi Driver’ en
ga zo nog maar een uurtje door. De Amerikaanse filmindustrie
reflecteerde op dat moment de teleurgestelde mentaliteit onder de
mensen, die nog niet over het trauma van de Vietnamoorlog, het
failliet van de love generation en de ondergang van
Richard Nixon heen waren. Steven Spielbergs optimisme en geloof in
zowel de mensheid als haar bezoekers waren dan ook verfrissend, en
gaven de film een enorme aantrekkingskracht voor kinderen en
volwassenen.

Daarbij geeft Spielberg trouwens ook blijk van een wereldvisie
die verder reikt dan de eigen achtertuin: in de meeste films over
een alien landing is Amerika het enige land dat mag
meespelen (denk maar aan de president die eigenhandig de
buitenaardse wezens terug naar huis flikkert in ‘Independence
Day’). In ‘Close Encounters’ is het een wereldwijd fenomeen, met
scènes die zich afspelen in Mexico, India en elders. De regisseur
zijn voorliefde voor “gewone” mensen uit de voorsteden komt hier
ook duidelijk naar voren: de aliens kiezen geen militairen,
politici of wetenschappers uit om zich aan te tonen, maar een
elektricien, een alleenstaande moeder (een schitterende Melinda
Dillon) en nog andere werkmensen. De aliens van ‘Close Encounters’
zeggen niet “take us to your leader”, maar “take us to
your people”.
En dat kunnen dan nog mensen van overal ter
wereld zijn. De VS hebben geen alleenrecht op bezoek vanuit de
ruimte.

Los daarvan behandelt Spielberg hier ook (en niet voor de eerste
keer) zijn vertrouwde thema rond ouders en hun kinderen. Roy Neary
wordt vanaf het begin geprofileerd als een groot kind, dat op de
één of andere manier in een volwassen leven terecht is gekomen en
daar niet noodzakelijk tevreden mee is. Roy wil zijn subliem
ongeïnteresseerde kinderen meeslepen naar ‘Pinocchio’, speelt
spelletjes en beschouwt zijn vrouw Ronnie (Teri Garr) als een
spelbreekster, de zeurderige stem van de reden. Het contact met de
aliens is voor hem dan ook een ontsnapping – hij heeft iets
gevonden waardoor hij opnieuw de verwondering van een kind kan
ervaren, los van zijn lastige verantwoordelijkheden als echtgenoot
en vader. Iets waardoor hij zich opnieuw kan voelen zoals toen hij
‘Pinocchio’ voor de eerste keer zag, veronderstel ik. Eén van de
gebreken van ‘Close Encounters’ is dat Roy’s gezin verdwijnt
tijdens de derde akte van het verhaal: Ronnie neemt de kinderen mee
naar haar moeder, never to be seen again, terwijl Roy
achter de aliens aangaat. Wanneer Roy aan het einde (spoiler,
spoiler) het ruimteschip instapt, wordt waarschijnlijk niemand
verondersteld om stil te staan bij het feit dat hij zijn gezin
voorgoed achterlaat, maar dat is wel wat hij doet. Roy is
één van de vele Peter Pan-figuren uit Spielbergs oeuvre, die de
eeuwige jeugd vindt in de vorm van een ruimteschip en niet achterom
kijkt.

Maar ‘Close Encounters’ is bovenal ook gewoon een betoverende
science fictionfilm, met een paar geweldige set pieces,
zoals de ontvoering van Melinda Dillons vierjarige zoontje en –
uiteraard – de 30 minuten durende lichtshow aan het einde. De
special effects zijn, zeker naar de normen van 1977, meer dan
indrukwekkend, maar Spielberg vindt een perfect evenwicht, zodat ze
de menselijkheid van het verhaal nooit overstijgen. Dit is een
zeldzaam geval waarin de effecten écht dienen om de inhoud kracht
bij te zetten.

De muziek van John Williams is legendarisch geworden,
voornamelijk omwille van het vijf-noten-deuntje waarmee de aliens
hun aanwezigheid aankondigen. Het werd de eerste grootse orkestrale
score van Williams voor Spielberg (het beruchte
tum-dum-dum-muziekje van ‘Jaws’ was eerder minimalistisch
opgevat) en, in navolging van ‘Jaws’, wordt de muziek perfect
gebruikt om het verhaal te helpen vertellen, bijna alsof het een
extra personage is.

De echte personages zijn overigens goed gecast: Richard Dreyfuss
is een overtuigende everyman, die geen schrik heeft om het
kind in zichzelf naar boven te halen. Teri Garr heeft minder te
doen als zijn vrouw, maar vult haar eendimensionele rol zeer
behoorlijk in. Melinda Dillon heeft meer omhanden als Gillian, de
single mom die ook door de aliens wordt gecontacteerd, en
zet waarschijnlijk de beste vertolking in de film neer.
Legendarisch Frans regisseur François Truffaut liet zich verleiden
om Lacombe te spelen en worstelt met zijn Engels, hoewel dat wordt
opgevangen door het scenario.

‘Close Encounters’ is één van de eerste 24-karaats Steven
Spielbergfilms. Op elke seconde van de film zijn de vingerafdrukken
van het toenmalige Wunderkind terug te vinden, van de
thema’s over de plot, tot aan de personages en de speciale
effecten. Een magisch stukje cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − een =