The Black Heart Rebellion :: Monologue

Vlas Vegas, 2008


Dat de sonar van Vlas Vegas Records meerstemmig begint te loeien in
de buurt van bezeten beeldenstormers, is al langer geweten. In hun
zoektocht naar talent graaft het Kortrijkse label daarbij vooral in
de eigen West-Vlaamse morzels grond. Hitch, Galatasaray en Ansatz
Der Maschine: het zijn slechts enkele baldadige combo’s die bij
Vlas Vegas een veilig onderkomen vonden. Voeg aan dit rijtje vanaf
nu maar The Black Heart Rebellion toe, een stel noeste, jonge
wolven die net als voornoemde bands de broeierige muzikale
onderbuik van West-Vlaanderen een gezicht geven. De modus operandi:
een met hoogspanningskabels omgorde kruising van postrock en
screamo die de hersenen braadt en de nieren tot moes stampt.
Verrassend it ain’t en ook schoonheidsfoutjes zijn niet van de
lucht, maar bijwijlen is ‘Monologue’ een impressionante donderpreek
zoals zelfs Johan Boskamp ze in zijn beste dagen niet gaf.

Gezien hun hardcore-achtergrond draagt The Black Heart Rebellion de
DIY-attitude hoog in het vaandel. ‘Monologue’ werd dan ook
grotendeels in een slaapkamer opgenomen en hoewel de band slechts
bij weinigen een belletje zal doen rinkelen, heeft The Black Heart
Rebellion al een spoor van vernieling achtergelaten in Europa
middels verschillende tours. Hun vurige gedrevenheid stuurt
schokgolven van intensiteit door hun sound en die overgave is de
grote troef van de band. Van originaliteit heeft The Black Heart
Rebellion namelijk minder kaas gegeten. Achter het wilde
geschuimbek schuilt een tamelijk voorspelbare sound die gretig de
tanden zet in de walletjes van screamo, postcore en ambient. Voor
hun ‘Monologue’ lijkt de band dan ook Envy, Mogwai, Isis en Amen Ra
ingeschakeld te hebben als copywriters.

Op de meeste momenten is hun hartstochtelijke discours echter zo
intens dat die kritiek uitmondt in spijkers op laag water. Een
plaat lang klinkt The Black Heart Rebellion namelijk uitermate
bezield en zo explosief als een bus vol zelfmoordterroristen.
Luister maar naar ‘Leaving The Capitals’, dat onmiddellijk een
kopstoot van verschroeiende gitaren uitdeelt en middels goed
doordachte tempowissels je de kans niet gunt om recht te
krabbelen.

Andere songs als ‘Machining’ en ‘Among The Nomads’ zalven dan weer
met ragfijne, satijnen gitaarlijntjes vooraleer de klauwen in het
vlees worden geboord. The Black Heart Rebellion verstaat namelijk
de kunst om schurende noise en ijle melodiepracht aan elkaar te
paren. Waar Amen Ra vooral seismografen laat tilt slaan met hun
aardse gedonder, is deze band meer de nachtmerrie van menige
windhaan met een fikse orkaan van afwisselend atmosferisch en vurig
gitaargeweld. Met de Kortrijkzanen deelt The Black Heart Rebellion
echter wel een zanger die er niet voor terugschrikt om z’n
strottenhoofd binnenstebuiten te keren. Als het neefje van Colin
Van Eeckhout sleurt Pieter Uyttenhove namelijk met veel zin voor
timing de demonen uit z’n keelgat om ze ter plekke murw te
slaan.

Ook qua boodschap lijkt The Black Heart Rebellion in het vaarwater
van Amen Ra te vertoeven. De bierkaai mag het dan wel steeds halen,
maar toch blijft de band met hun post-apocalyptische geluid
knokken. De scheidingslijn tussen doem en hoop is dan ook bijwijlen
flinterdun op ‘Monologue’. ‘I’m going to lay down my burdens/Down
by the riverside.’, loeit Uyttenhove al strijdend tegen een leger
razende horzels van distortion en cimbaalslagen.

In de songs waarin die tomeloze overgave minder doorschemert, is de
impact echter veel minder groot. Zo is ‘Enclave’ een kort, maar
mateloos aanmodderend instrumentaaltje dat nog niet tot volle
wasdom is gekomen en opener ‘The Morphing Light’ is eigenlijk
weinig meer dan een veredelde, met samples gelardeerde prelude op
‘Leaving The Capitals’. Het zijn momenten die de woeste retoriek
van The Black Heart Rebellion vaart doen minderen en in een
jammerlijk contrast staan met de spannende, dynamische songs die
‘Monologue’ sieren.

‘Monologue’ is dus niet gespeend van achillespezen, maar dat houdt
The Black Heart Rebellion niet tegen om zonder omkijken de ziel uit
hun lijf te spelen. Dit is een band die zich uit de naad werkt en
die noeste arbeid is voelbaar in elke noot. Tel daar nog een
geslepen zin voor sfeerschepping, spanningsbogen en songstructuren
bij en je hebt een knetterend debuut van een beloftevolle band.
Laat hun sound nog wat gisten in eikenhouten vaten en we hebben er
misschien wel een nieuwe topper bij. Wij zijn alvast
benieuwd!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =