Guns n’ Roses :: Chinese Democracy

Polydor, 2008

‘Chinese Democracy’, dames en heren, is zo’n release die bij
voorbaat al gedoemd leek om neergesabeld te worden door luie
critici en op sensatie beluste tijdschiften. En voorwaar, we kunnen
ze niet volledig ongelijk geven: het verhaal van een – bijwijlen
nogal geschifte – Axl Rose die zowat z’n volledige band
kwijtspeelt, vervolgens, uit waanzin of wat het ook moge zijn,
zowat elk jaar z’n nieuwe plaat (elk jaar dezelfde uiteraard)
aankondigt, om die uiteindelijk 15 jaar na datum afgewerkt te
hebben, leest eerder als een roman van Homerus of een nieuw
hoofdstuk uit de Spinal Tap-saga dan als een geloofwaardig relaas.
Voer genoeg om met de man en z’n nieuwbakken band de straat aan te
vegen, lijkt ons. Voor ons had Guns n’ Roses het vooral verkorven
wanneer ze eerder dit jaar Eagles of Death Metal uit hun tour
kieperden. Nu zijn we nogal tolerant, maar als ze aan sympathieke
snor Jesse Hughes komen, dan slijpen zelfs wij onze pen. Tot we de
plaat hoorden…

Zachtjes, met wat geruis op de achtergrond, opent ‘Chinese
Democracy’, gevolgd door een strakke riff haaks op de melodie, die
zo weggelopen lijkt uit hun bescheiden mijlpaal ‘Appetite for
Destruction’. En wanneer we ons naar het einde luidop afvragen of
we Slash écht niet horen soleren, dan weten we het even niet meer.
Zeker niet als ‘Shackler’s Revenge’ en ‘Better’ van hetzelfde
niveau blijken, hoewel volledig anders. Beide nummers voegen aan
het vertrouwde Guns n’ Roses-recept een stevige scheut NINiaanse
industrial toe. Een zeer stevige scheut zelfs, en we meenden zelfs
wat Dream Theater te ontwaren. En dan is de pathos niet veraf. Die
wordt meteen daarna tot een hoogtepunt gevoerd met ‘Street of
Dreams’. De zeer gratuite vergelijking met ‘November Rain’ dringt
zich op, maar het is dan ook de enige passende. Opvallend is het
hoe ook hier hard met zacht, klaagzang met geschreeuw in elkaar
overgaan, en in mekaar voortvloeien. Bijzonder straf. Ze vergeten
zowaar voor even dat we powerballads (damn you, Scorpions!) vaak
even potsierlijk als grotesk vinden. Blijkt er onder dat logge
omhulsel bij momenten toch iets zeer breekbaar schuil te
gaan.

Van hetzelfde niveau is ‘There Was a Time’. Vooral wanneer
Buckethead halverwege z’n duivels ontbindt, voelen we het krachtige
van de klassieke Guns n’ Roses in onze nek briesen, onder een
flinderdun laagje Pink Floyd. Wat volgt, is helaas stukken minder
sterk, van te geforceerd (‘Scraped’) over twijfelachtig (‘Raid n’
The Bedouins’) naar gewoonweg pijnlijk (‘I.R.S.’), wat des te meer
opvalt gezien de zeer hoge kwaliteit van het eerste deel van de
plaat. De uiteindelijke vrije val waarin de tweede helft van
‘Chinese Democracy’ is dan ook vrij logisch. Het ware behoorlijk
vreemd geweest indien deze heren dergelijk materiaal 15 jaar voor
hun fans zouden achterhouden, als ze er niet zeker van waren
geweest dat er ook behoorlijk wat weg te mixen viel. Wat dus niet
altijd bijster goed gelukt is.

Afsluiter ‘Prostitute’ brengt echter een kleine, maar uiteraard
veel te late, kentering: vage herinneringen aan Queensrÿche in vorm
(dus ten tijde van ‘Operation: Mindcrime’) en wat echo’s van Iron
Maiden leiden de bombast in goede banen, zelfs naar relatief grote
hoogten tot ‘Chinese Democracy’ weer stilletjes wegdeemstert. Geen
onverdeeld succes, maar meer dan we hadden durven dromen.
Sympathie? Neen, respect daarentegen wel. Met mate.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =