Monkey :: Journey To The West

Staan we net een rondedansje te doen omdat Blur wel eens weer op tournee kan gaan, staat daar zo’n hoofdredacteur van *kuch* en *humhum* te doen. Juist ja, eerst dat zijproject van Monkey bespreken, ook al is het Albarns eerste muzikale misser.

Er valt een recensie of twintig vol te schrijven over het respect dat Damon Albarn verdient. Als frontman van het onvolprezen Blur (rondedansje!), als bezieler van supergroep The Good, The Bad & The Queen, als geheim genie achter Elastica, als stiekem ego van Gorillaz en als wereldmuziekprofeet op zijn Mali Music. De man heeft ons al zo veel en zo gevarieerde geweldige muziek bezorgd, dat hij in de rest van zijn leven al erg veel moeite moet doen om voldoende crap te maken om uit de gratie te vallen. Respect dus. Een bak of tien.

Maar een popmuzikant die plots een opera gaat schrijven, doet de wenkbrauwen fronsen als een Vlaamse zanger die klassiek gaat. In 2007 ging Monkey: Journey To The West in première: Albarns eerste opera, gebaseerd op een eeuwenoud Chinees verhaal.

Reactionair als we zijn, denken we bij het woord opera aan Händel, Mozart en Wagner en bij Tommy, The Wall of Rent aan ’verdienstelijk ego-project dat het niveau van de gemiddelde musical toch weet te overstijgen’. Om maar te zeggen: zelfs met respect, moet je in ons woordenboek toch een stuk vroeger opstaan dan de gemiddelde popartiest om je werkstuk zomaar opera te mogen noemen. Een conceptalbum met een doorlopend verhaal en bijbehorende film of podiumproductie, is geen opera. Het geheel niet vanuit een zaal gezien hebbende, willen we Monkey: Journey To The West (de opera) op basis van de lovende kritieken echter het voordeel van de twijfel geven. Al valt te vermoeden dat het niet dezelfde critici zijn die doorgaans in de buurt van The Met tafelen.

Journey To The West van Monkey (bemerk het weinig subtiele verschil met de operatitel) is echter niet zomaar de albumregistratie van de opera, maar een selectie uit het geheel. Een soort ’best of’ dus: niets op tegen, bij Händel skippen we ook altijd naar de aria’s. De boel is echter ook helemaal uit chronologisch of ander verband gehusseld, waardoor alle opbouw, harmonie of thematische ontwikkeling (we lezen het ook maar af uit Opera voor dummies) van de opera uit het album gefilterd is.

Niet dat er geen goede muziek op Journey Of The West staat. Vreemde muziek, dat wel: beïnvloed door aanvankelijk nogal monotoon klinkende Chinese volkstradities en in het Mandarijns gezongen. Zo is "The Dragon King" een fascinerende mars, waarin voor de helft onbegrijpelijk gebruld wordt, maar een stel koperblazers de boel in marsorde wonderlijk openbreekt. "Heavenly Peach Banquet" is dan weer een dromerige ballad vol meisjeslachjes en een flard "Loving You" (van Minnie Ripperton), omzoomd met Chinese harpjes. "Battle In Heaven" tapt uit een gelijkaardig wereldmuziekerig vaatje, maar waait al gauw richting Reichiaans (of Glassiaans) repetitief minimalisme. Een genre waar Albarn zich duidelijk even graag door heeft laten inspireren: het album staat vol minimalistische pianoriedeltjes op almaar vreemdere synthesizers gespeeld. Het hééft iets, maar we zullen er niet zo gauw de afwas bij doen. Al die korte, dramatische en druk variërende stukjes muziek (22 tracks op nauwelijks 50 minuten), zorgen voor een zeer vermoeiende luisterervaring.

Ook al valt er op zich weinig af te dingen op Albarns onderneming, het album flirt nogal met de overbodigheid. Leuk voor de fans en hier een daar een treffende weerspiegeling van het genie Albarn en de Chinese muzikale traditie, maar Journey To The West valt tussen drie stoelen tegelijk. Voor de popliefhebber te wispelturig, voor de wereldmuziekliefhebber te elektronisch en voor de opera-liefhebber een beetje mja. Je moet al uit respect voor Albarn het geduld opbrengen om de parels uit dit album gevist te krijgen. En dat zal wellicht niet iedereen kunnen opbrengen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =