Davila 666 :: Davila 666

Keep music evil!: het is The Brian Jonestown Massacres’ befaamde oneliner en het stemt tot vreugde dat er nog eens effectief gehoor aan gegeven wordt. Met een groepsnaam die niets aan de verbeelding overlaat betreedt het Porto Ricaanse Davila 666 immers de schemerzone tussen psychedelische rock en flowerpunk. En dat in het Spaans.

Spaanstalige rock-’n-roll: het is zeker eens iets anders. De manier waarop Davila er invliegt, laat in ieder geval geen twijfel bestaan over zijn bedoelingen: huilend als weerwolven opent het combo zijn plaat, om met "El Lobo" meteen in vettig Spaans furore te maken. Het liedje is een mooie blauwdruk van hoe Davila zijn publiek meestal verwent: met vuile, chaotische rock-’n-roll, gestoeld op een lekkere combinatie van vettige solo’s en hier en daar eens een nostalgische tamboerijn of een paar tropische maracas erin.

Dat "El Lobo" dan nog een proper liedje is, bewijst opvolger "Basura": het nummer bevat een vuile Stones-riff, gecounterd door de door merg en been snijdende meerstemmige vocalen van maar liefst vier groepsleden. Lead singer Charles kreunt er naar eigen goeddunken op los en is er niet vies van om via oerkreten als "Tsch-tsch-tschaaaah!!!" en "Waaaaaarggghhh!!!" met zijn nietsvermoedende publiek te communiceren. Waarop wij naar onze blocnote grijpen en noteren dat wij nog maar twee nummers ver zijn en dat de groep met zijn geoliede gitaren reeds het niveau van het meest aanstekelijke songmateriaal van Black Lips heeft bereikt.

Met "Basura" begint het feest echter nog maar, want met "Tú" gooit Davila nog hogere ogen: het is een psychedelisch, rustig, uitgebalanceerd nummer dat het midden houdt tussen het Revolver-tijdperk van The Beatles en het allerbeste van Pink Floyd, waardoor Davila automatisch in het vaarwater van The Brian Jonestown Massacre terecht komt. Dat men geen jota van Davilas teksten verstaat, maakt zelfs niet uit, aangezien het nummer zo lekker is dat het je met het grootste gemak via de universele taal der muziek op de juiste plaats weet te raken.

Toch mag men het positieve effect van de Spaanse taal op Davilas rock-’n-roll niet onderschatten. Dat bewijst de groep bijvoorbeeld met "Callejón": het nummer opent met een licht tromgeroffel, maar komt de anticipatie volledig tegemoet wanneer Charles en zijn bende even later met veel smeer op de tong "Calléééérrrrroooon" uitbraken. Spaans is nu eenmaal een taal met bijzonder krachtige accenten erin en dat kruidt wat je uiteindelijk op je bord krijgt.

Naast "Tù’ mag "Ciudad" overigens evenmin als hoogtepunt over het hoofd worden gezien: het is eveneens een rustig, minder vuil nummer, maar hierin lonkt niet het psychedelische, maar eerder de mogelijkheid om krachtige stadionrock — bigger than life — te maken. Het is een liedje met een uitgebreide tekst en heuse refreinen waar Davila voor een keer zijn tijd voor neemt, en het werkt eveneens.

Dat maakt van Davila 666 weliswaar geen al te consistente plaat, maar wel één waarmee de groep bewijst dat hij heel veel potentieel heeft. Davila maakt zich immers met veel slagvaardigheid meester van drie verschillende stijlen, wat toch heel wat moois kan beloven voor zijn toekomst. Met een dergelijke eerste indruk zien wij zijn gouden debuut in ieder geval nog wel een hele tijd in onze cd-speler kamperen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − een =