Pink :: Funhouse

Sony BMG, 2008

De wereld zal het geweten hebben: Pink is weer vrijgezel! Hoewel ze
haar vijfde studioplaat niet als een break-up album wil
omschrijven, is de scheiding van motorcrosser Carey Hart toch de
rode draad die doorheen tachtig percent van de plaat vloeit. Ze mag
in ‘So What’ dan wel rustig meedelen “I guess I just lost my
husband, I don’t know where he went”
, het afscheid van haar
voormalige soulmate heeft duidelijk meer moeite gekost dan de korte
pijn van een afgesnokte pleister.

In meerdere opzichten is ‘So What’ dan ook geen representatieve
single voor wat op ‘Funhouse’ volgt: een staaltje stoerdoenerij dat
haaks staat op de overheersend kwetsbare toon van het album en
bovendien muzikaal eerder een reliek van haar vorige langspeler –
zeg gerust: een bastaardkind van ‘Cuz I Can’ en ‘U + Ur Hand’. In
tegenstelling tot ‘I’m Not Dead’, een entertainende zij het eerder
gezichtsloze plaat die stilistisch geen duidelijke richting koos,
probeert Pink voor deze opvolger wél een eigen geluid te
vinden.

Bij de eerste drie songs merk je daar weinig van. Behalve een
chronologische ordening van wat volgens de publiciteit de eerste
drie singles zouden moeten worden, is er verder geen link te
bespeuren tussen de tracks. Naar de release van ‘Sober’ kijken we
reikhalzend uit: turbulentie met een fragiel kantje die typisch
Pink klinkt maar toch eens een andere ritme introduceert. De ideale
kans om nadien naar een briesende climax toe te werken wordt echter
in de kiem gesmoord door een te vroeg geprogrammeerd ‘I Don’t
Believe You’, ongetwijfeld het aanstekers-in-de-lucht moment van de
komende tournee.

Pas na dit trio vindt ‘Funhouse’ een eigen stem, die het best te
omschrijven valt aan de hand van de fotoshoot die aan de plaat
gekoppeld werd: een combinatie van zanderige bezinningsmomenten en
bruisende circusacts. ‘One Foot Wrong’, het relaas van een fout
gegaan lsd-experiment, introduceert het introspectiever geluid en
weert wijselijk alle poseurisme. Nog intimistischer is de naakte
balade ‘Glitter In The Air’, een mooie stemoefening die dankzij het
hese timbre van Moore toch niet te gesuikerd overkomt.
Het moet natuurlijk niet allemaal fragiliteit zijn wat de klok
slaat. ‘Bad Influence’ is een doldwaze carrouselrit met een liter
wodka in de hand, die met een dijk van een refrein smeekt om een
afzonderlijke release. Het amoureuze rouwproces heeft de kleurrijke
relschopper niet de mond gesnoerd (“Tequila for my friend it
makes her flirty, trust me, I’m the instigator of underwear”
).
Met een heerlijk carnavalesk eighties sfeertje en de vettige
knipoog van een cartoonesk rockmiddenluik geeft ‘Funhouse’ ook een
originele, amusante draai aan de break-up song (“This used to
be a funhouse, but now it’s full of evil clowns”
).

Binnen het concept schiet Pink ook niet altijd raak. De
oorverdovend saaie ballade ‘Crystal Ball’ haalt na een rits
opzwepende nummers genadeloos het tempo uit de plaat met reeks
kleffe clichés (“I wouldn’t trade the pain for what I’ve
learned”
) op een gezapig gitaarriedeltje. Het tussendoortje
‘Please Don’t Leave Me’ is een en al voorspelbaarheid die veel
geloofwaardiger uit de mond van Barbara Dex zou stromen. Dergelijk
flets refrein doet terugverlangen naar de brulboei Pink, die op
‘Funhouse’ pas naar het einde toe haar opwachting maakt en nog twee
aardige nummers aflevert: het lekker opgezwollen ‘Ave Mary A’ en
‘It’s All Your Fault’, alsnog een kopstoot van een furieuze ex.
Groteske Amerikaanse producties, dat wel, maar Pink heeft in
vergelijking met pakweg Kelly Clarkson de ballen om zich daarin
toch overeind te houden. Enkel ‘This Is How It Goes Down’ klinkt
alweer teveel als recyclagemateriaal dat door een misplaatste rap
van Travis McCoy dan ook nog eens een goedkoop kantje krijgt.

Enkele misplaatste nummers brengen ‘Funhouse’ bij momenten aan het
wankelen. Toch blijft het verfissend om te horen hoe een
tweederangs r&b-sterretje uitgegroeid is tot een
what-you-see-is-what-you-get artieste die ondanks de big
business muzikaal en tekstueel echt wat te bieden heeft. Dé
Pinkplaat om in huis te hebben blijft ‘Try This’, maar mits wat
knip-en-plakwerk blijft hiervan ook een mooie portie over om naar
de iPod over te hevelen en van te genieten. Met opgestoken vinger
naar al wie beweert dat de commerciële muziekindustrie enkel
karakterloze jaknikkertjes bevat.

Pink speelt op 29 februari 2009 in het Sportpaleis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =