Psapp :: The Camel’s Back

Psapp heeft zijn voorliefde voor katten en speelgoedpop nooit onder stoelen of banken gestoken. Het leek zelfs voorbestemd te zijn: het speelse, maar ook wispelturige karakter van de poezen weerklonk treffend in de muziek. Psapp spinde op zijn platen, maar bleef net zo goed klauwensklaar.

Ook op zijn derde plaat, The Camel’s Back, blijft de groep zweren bij zijn hoogst persoonlijke mix van popmelodieën, speelgoedinstrumenten en weerhaakjes/klauwen die alleen wanneer de groep dat wil tevoorschijn komen om onverwacht toe te slaan en de luisteraar uit zijn sluimer te wekken. In de wereld van Psapp komen de romantische wereld en die van de kindervreugde samen om een geheel eigen universum te vormen waarbinnen popsongs alleen in vermomming naar buiten treden.

Wie voorbij de gekke geluidjes en kinderlijke toetsen kijkt, hoort immers enkele knappe songs die ook zonder de nodige “gimmicks” op eigen benen zouden kunnen staan. Maar het is de groep nergens om een verrassingseffect of een doelbewust gezochte twist te doen. Psapp heeft voor dit specifieke geluid gekozen omdat het dat wenst(e) en niet omdat een dergelijke postmoderne, deconstructivistische en ironische aanpak rond het begrip song iets te betekenen heeft.

Op The Camel’s Back zijn ditmaal loungemuziek en bossa nova bij verschillende songs een belangrijke inspiratiebron geweest. In het bijzonder in het aanstekelijke, maar soms wat te overenthousiaste “I Want That” kan het dwingende dansritme zich nauwelijks verschuilen achter het typerende Psapp-geluid binnen een big bandsetting. Op “Part Like Waves” wordt voor een kleinere bezetting gekozen zonder de sfeer van het eerste nummer oneer aan te doen. Veeleer mag gesteld worden dat na de wilde rondedans van het eerste nummer, ditmaal een intiemere dans ingezet wordt.

Naast bossa nova vallen er ook calypso-, rumba- en (swing)jazzinvloeden te ontdekken, al blijft Psapp er zijn eigen ding mee doen zodat het haast onmogelijk wordt om de nummers tot een bepaalde stijlinvloed te reduceren. “Fickle Ghost” bijvoorbeeld heeft een pompend drumritme en swingende percussieklanken, maar net zo goed is de dragende melodie veel zwoeler en trager. En hetzelfde kan gezegd worden van “Somewhere There Is A Record Of Our Actions” dat bij zoveel verschillende muziekstijlen elementen gaat lenen dat het haast een wonder is dat de song er staat.

Maar dat is net de sterkte van Psapp: als geen ander weet de groep alles wat het in handen krijgt te personaliseren en om te bouwen tot een element uit de eigen wereld waardoor de innerlijke logica de bovenhand krijgt op wat verwacht zou worden. Geen wonder dus dat een zacht nummer als “Screws”, dat met een meanderende pianolijntje voortkabbelt, abrupt opgevolgd wordt door het met speelgoedklanken opgebouwde tussendoortje “Homicide” en dat het op latin jazz geïnspireerde “Parker” de plaat swingend afsluit.

Voor het zover is, mogen echter nog zulke uiteenlopende vreemde vogels als “The Monster Song” en “Mister Ant” tonen wat ze in hun mars hebben. Die laatste is uitstekende swingjazz met hammond terwijl “The Monster Song” veeleer een ballad wil zijn die gelooft dat met verkeerd gestemde gitaren en gescheurde versterkers zijn boodschap net zo goed doorgegeven zal worden. Het absolute hoogtepunt van deze plaat wordt evenwel gevormd door de siamese tweeling “Fix It” en “Marshrat” waarbij de groep zijn versie van bossa nova, jazz en lounge perfectioneert.

The Camel’s back is Psapps eigenste visie op de zuiderse muziek die in jaren zestig hoogtij vierde. Jazz, bossa nova, en calypso zijn maar enkele van de bouwstenen waarmee de groep aan de slag gegaan is om een groots feestje volgens eigen inzicht te bouwen. Pink Martini bracht onder meer op Hey Eugene! een eerlijke en oprechte hommage aan een ander tijdperk, Psapp daarentegen sleurt het mee naar zijn eigen kinderwereld, maar de oprechtheid of aanstekelijkheid is er niet minder om.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + achttien =