The Burning Plain




Kleine Mexicanen worden groot, en dat gaat schijnbaar gepaard
met de nodige egoproblemen. Guillermo Arriaga was tot voor kort de
vaste scriptschrijver voor regisseur Alejandro Gonzáles Iñárittu en
de ongekroonde koning van de met elkaar vervlochten verhaallijnen,
tragische gebeurtenissen en tranerige vrouwenogen. Bij het
verschijnen van hun laatste gezamenlijke project ‘Babel’ ontstond
er echter een uitgebreid gepubliceerd conflict tussen Arriaga en
Iñárittu, waarbij de scenarist het volledige auteurschap van de
film opeiste – de twee Mexicaanse maten die ooit samen voor een
habbekrats ‘Amores Perros’ maakten, konden plotseling elkaars bloed
wel drinken. Arriaga werd niet eens uitgenodigd op de première van
‘Babel’. Je kunt dus rustig stellen dat de man wat te bewijzen
heeft met zijn regiedebuut ‘The Burning Plain’ – zonder de hulp van
zijn voormalige spitsbroeder is het aan hem om aan te tonen dat hij
ook op z’n eentje de emoties van z’n publiek kan bespelen. Het
resultaat suggereert echter voornamelijk dat een goed scenario
zonder een getalenteerde regisseur toch ook niet alles is.

Zoals altijd presenteert Arriaga verschillende verhaallijnen,
die gaandeweg meer en meer in elkaar verstrengeld raken: Charlize
Theron speelt Sylvia, de gerante van een restaurant die zo goed als
elke dag met een andere vent in bed ligt en zichzelf achteraf
snijdt als boetedoening. Honderden kilometers zuidelijker, tegen de
grens met Mexico, zien we hoe huisvrouw Gina (Kim Basinger) een
affaire begint met Nick (Joaquim de Almeida) – ze spreken zo vaak
mogelijk af in een caravan ergens op de vlakte, maar Gina’s dochter
Mariana (Jennifer Lawrence) begint achterdochtig te worden. In nog
een derde verhaallijn zien we hoe Santiago (Danny Pino), een piloot
van sproeivliegtuigjes, neerstort voor de ogen van zijn
twaalfjarige dochter Maria (Tessa Ia). Een vriend neemt het meisje
vervolgens mee naar haar moeder, die zowel Santiago als Maria na de
geboorte van het kind in de steek liet.

Dat klinkt als klassiek materiaal voor een zwaarwichtig
Iñárittu/Arriaga-noodlotsdrama, vol close-ups van getergde
gezichten en biggelende tranen. En dat is voor een groot gedeelte
ook het probleem met ‘The Burning Plain’: dat de premisse klassiek
is geworden. De verschillende verhaallijnen die op het einde netjes
aan elkaar aansluiten, de grote thema’s (liefde, dood,
verantwoordelijkheid, ouderschap) en de heftige emoties – het is
allemaal alweer present, maar na drie films (‘Amores Perros’, ’21
Grams’ en ‘Babel’) die op identiek diezelfde leest geschoeid waren,
hebben we het stilaan wel een beetje gezien. Arriaga kan niet
verrassen. Er zit absoluut niets in ‘The Burning Plain’ dat we al
niet hebben gehad in zijn eerdere scenario’s.

Arriaga is nog steeds gefascineerd door het idee dat een enkel
voorval, een enkele seconde uit je leven, bepalend kan zijn voor je
hele toekomst. In ‘Amores Perros’ was het de seconde van een
auto-ongeluk, in ’21 Grams’ het moment waarop Benicio Del Toro de
man en kinderen van Naomi Watts overreed en in ‘Babel’ een enkel
geweerschot. Hier is het een explosie ergens op de prairie nabij de
Mexicaanse grens, maar de gevolgen daarvan zijn voelbaar voor alle
personages, los van tijd en ruimte. Arriaga’s scripts gaan
eigenlijk steeds over een ripple effect: je gooit een
steentje in een vijver, en de kringen in het water deinen steeds
verder uit. Waar het om gaat, is dat ene, betekenisloze
steentje.

En ja, natuurlijk zijn dat nog altijd boeiende thema’s, vooral
omdat ze (ook niet voor de eerste keer) gelinkt worden aan de
relatie tussen ouders en hun kinderen. ‘The Burning Plain’ hangt
aan elkaar van personages die geen ouders meer hebben, of die zelf
kinderen hebben, proberen om er goed voor te zorgen, maar falen. En
die mislukking als ouder heeft natuurlijk ook weer repercussies
voor het latere leven van de kinderen. Een interessant gegeven? Ja
hoor, maar ook weer één dat eerder al in ’21 Grams’ en ‘Babel’ zat.
Inhoudelijk begint Arriaga stilaan op een one trick pony
te lijken, die dezelfde thema’s, plotelementen en structurele trucs
maar blijft herhalen, tot lang nu hun vervaldatum.

Dan kun je natuurlijk argumenteren dat ‘Babel’ ook al niet meer
zo vers was, en dat de tragedies van die film eigenlijk ook te
vinden waren in de twee vorige. Gedeeltelijk zou je gelijk hebben,
maar binnen de noodlotstrilogie van Iñárittu hadden de drie films
toch nog een eigen identiteit: de thema’s verschoven, de
plotelementen waren voldoende verschillend en bovenal was Iñárittu
een onwaarschijnlijk getalenteerde regisseur, die een passie en een
visuele flair aan zijn projecten wist te geven die hier jammerlijk
ontbreken.

De visuele flair is het makkelijkste om uit te leggen: Iñárittu
is één van de meesters van de handgehouden camera, die een
fantastische intimiteit weet te puren uit het gebruik daarvan. Al
zijn films hebben minstens drie of vier shots die je nooit meer
vergeet, omwille van hun rauwheid of juist hun poëtische
schoonheid. Het meisje op de schommel in ‘Babel’. De openingsscènes
met de stervende hond op de achterbank in ‘Amores Perros’. De
geluidloze melt-down van Naomi Watts in ’21 Grams’,
gefilmd tussen de ruggen van twee dokters door. Iñàrittu is sterke
visuele kunstenaar, terwijl Arriaga (zoals je van een schrijver mag
verwachten) voornamelijk tekstueel te werk gaat. Het is niet dat
‘The Burning Plain’ slecht in beeld werd gebracht, maar hij is wel
van a tot z traditioneel, braafjes in scène gezet. De scènes met
Charlize Theron zijn gedraaid met een blauwe filter, die in Mexico
met een gele – tja, zo doe je dat dan. Verder doet de camera
eigenlijk nooit iets dat je je achteraf nog zult herinneren. En
nee, dat hoeft ook niet per sé om een sterke film af te leveren,
maar het levert wel een contrast op met de gezamenlijke projecten
van Iñárittu en Arriaga – een groot deel van de poëzie gaat meteen
verloren.

De ontbrekende passie is natuurlijk veel moeilijker onder
woorden te brengen, maar het feit is dat ik in Iñárittu’s films een
urgentie voelde, een “ik moét hier en nu dit verhaal vertellen want
anders ontplof ik”, die hier afwezig is. ‘The Burning Plain’ is
berekend, het werk van een schrijver-regisseur die doelbewust zijn
plotelementen in elkaar laat klikken, maar die met al dat de
emoties grotendeels onberoerd laat. Het hart lijkt er niet echt in
te zitten.

De acteurs leveren degelijk werk, hoewel Charlize Theron en Kim
Basinger allebei duidelijk naar wat artistieke geloofwaardigheid
(indien geen Oscar) zitten te hengelen met hun nadrukkelijk
depressieve vertolkingen, die soms op het randje van de hysterie
balanceren. Theron heeft sinds haar Oscar voor ‘Monster’ nog maar
weinig gedaan dat de moeite waard was (nog ‘Aeon Flux’, iemand?),
en haalt hier dan ook de krokodillentranen boven om te bewijzen dat
ze écht wel een goeie actrice is, terwijl Kim Basinger haar
echtscheiding van Alec Baldwin doorspoelt met een “kijk naar mij,
ik heb problemen!”-acteerprestatie. De tijden van ‘LA
Confidential’ zijn duidelijk alweer lang geleden. Beter werk is er
van de jonge Jennifer Lawrence (een juffrouw om in het oog te
houden) en haar love interest J.D. Pardo – twee jonge
acteurs die duidelijk nog niet geleerd hebben hoe je naar prijzen
moet vissen, en gelukkig maar.

‘The Burning Plain’ is geen slechte film – het scenario klikt
alweer proper in elkaar, het is allemaal goed gemaakt en uiteraard
heeft Arriaga weer een sterke morele agenda. Maar als
onafhankelijkheidsmanifest van de regisseur met wie hij nog wel een
tijdje geassocieerd zal worden, is dit een misser. ‘The Burning
Plain’ geeft immers continu de indruk een gerateerde Iñárittufilm
te zijn, een imitatie van the real thing. Een degelijke
imitatie, maar toch…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =