Die Welle




In 1967 besloot Ron Jones, een leerkracht geschiedenis op een
middelbare school in Palo Alto, Californië, om een experiment uit
te voeren met zijn tweedejaarsleerlingen. Om hen
proefondervindelijk te doen aanvoelen hoe het nazisme in de jaren
dertig zo populair was kunnen worden in Duitsland, startte hij op
zijn eigen school een beweging, die hij The Third Wave noemde. De
leden van The Third Wave trokken uniformen aan, hadden een speciale
groet, een lidkaart en ga zo maar door. Hun gehoorzaamheid aan
Jones was absoluut: ze gingen synchroon zitten en rechtstaan en
deden alles wat hij hen vroeg. Binnen enkele dagen tijd vormde The
Third Wave een afgesloten kliek binnen de school, die zichzelf
verheven voelde boven alle anderen, en die ook aan een fantastische
snelheid groter werd: van 30 leerlingen groeide de beweging op
enkele dagen tijd tot meer dan 200. Leden die zich niet aan de
regels hielden, werden al snel bij Jones verklikt door de anderen.
Na een vijftal dagen kreeg Jones het gevoel dat hij het experiment
(en zijn leerlingen) niet meer onder controle had en zette hij het
stop. Zijn verhaal, dat aantoont hoe makkelijk het is om anderen in
de pas te doen lopen, werd daarna op verschillende manieren
gefictionaliseerd, via tv- en bioscoopfilms, een boek en
toneelbewerkingen. ‘Die Welle’, een nieuwe Duitse film geregisseerd
door Dennis Gansel, is de meest recente, maar allicht niet laatste
versie van het verhaal.

Getransponeerd naar het Duitsland van vandaag, gaat ‘Die Welle’
over Rainer Wenger (Jürgen Vogel), een hippe, populaire en liberale
leerkracht die tijdens een themaweek les moet geven over
autocratie. Wanneer de klasdiscussie afwijkt naar het Derde Rijk,
besluiten de meeste van zijn leerlingen dat een dergelijke
dictatuur tegenwoordig onmogelijk zou zijn, omdat de mensen nu wel
beter weten. Wenger besluit de proef op de som te nemen en roept
“die Welle” (de golf) in leven, met de gekende gevolgen. Sommige
leerlingen keren zich meteen van de nieuwe subcultuur in hun school
af, anderen zijn vanaf het begin mee. Hoe zwakker de leerlingen in
het dagelijkse leven staan (zoals kneusje Tim, gespeeld door
Frederick Lau, een sukkelaar die regelmatig gepest wordt), hoe
fanatieker ze deelnemen. Voor het eerst krijgen de leerlingen het
gevoel een gemeenschappelijk doel te hebben en hun kuddegeest neemt
al snel angstaanjagende vormen aan. Ook Wenger zelf lijkt zich met
griezelige voldoening in zijn rol van führer te nestelen.

Er is natuurlijk een reden voor de voortdurende fascinatie voor
dit verhaal. Sinds de jaren zestig is het op de één of andere
manier altijd in de populaire cultuur aanwezig geweest, met talloze
theateropvoeringen voor en door middelbare scholieren en een vaste
plek op de verplichte lectuurlijst voor het boek. En die reden is
in eerste instantie gewoon de universele geldigheid van het
principe: mensen volgen graag regeltjes. We hebben het graag als
anderen ons zeggen wat te doen, hoe ons te gedragen en zelfs te
kleden. Het leven is eenvoudiger als je niet individueel moet
nadenken. De vraag waar het hele drama mee begint – hoe is
Duitsland ooit zo mak achter Hitler kunnen gaan aanlopen? – kan
historisch beantwoord worden met argumenten over het trauma van de
Eerste Wereldoorlog, de crisis in Duitsland en de haat tegen
communisten en joden die het gevolg waren van de kortstondige rode
regering in Duitsland in 1919. Maar dat soort van verklaringen
zeggen tegelijk alles en niets. Fundamenteel hebben we allemaal
iets in ons dat graag een leider volgt – in een complexe wereld
verlangen we naar simpele antwoorden, en dat is precies wat
dictators en populisten allerhande aanreiken. Er is geen mens die
daar immuun voor is.

Dat gegeven wordt door Dennis Gansel vorm gegeven in een film
die haast expliciet gemaakt lijkt om te vertonen in lessen Duits en
Godsdienst op scholen overal ter wereld. Gansel mikt duidelijk op
een jong publiek, door zijn film een hoog tempo mee te geven en een
relatief flitsende montage. Diepgang wordt hier en daar opgegeven
om er toch maar voor te zorgen dat het doelpubliek niet afhaakt.
Neem bijvoorbeeld het personage Tim, de loser die in Die Welle
eindelijk aanvaarding vindt en bijgevolg al snel fanatiek wordt in
zijn gevoelens voor de groep. In een aantal korte scènes met zijn
ouders geeft Gansel een indicatie dat Tim ook thuis ongelukkig is,
wat een extra stimulans geeft aan zijn betrokkenheid bij Die Welle,
maar dat idee wordt nooit verder uitgewerkt. Op dezelfde manier
komen we halverwege de film plotseling te weten dat een ander
personage, de sportieve Marco (Max Riemelt) geen ouders meer heeft,
waardoor hij kind aan huis is geworden bij zijn liefje Karo
(Jennifer Ulrich). Maar ook daar stelt Gansel verder geen vragen
bij. Dat is niet noodzakelijk een verwijt: de regisseur is meer
geïnteresseerd in de effecten van het experiment op de jongeren
zelf, dan in hun achtergrond. Had hij al die psychologische vragen
echt consequent opgevolgd, dan was hij geëindigd met een film die
geen enkele tiener ooit zou willen zien. Tja, dat zijn dan keuzes
die je maakt. Een volwassene zal hier en daar wellicht gefrustreerd
raken met ‘Die Welle’ omdat Gansel zoveel kansen laat liggen om
dieper te graven, maar dat is niet de agenda van de filmmaker.

Die wilt namelijk jongelui naar de cinema lokken om hen iets
duidelijk te maken, en in dat opzicht is zijn tactiek meer dan
geslaagd. ‘Die Welle’ is een erg conventionele film, waarvan
volwassenen de strategieën al snel zullen doorhebben, maar het
geheel is flitsend en onderhoudend genoeg geconstrueerd om ook de
ADHD-generatie vast te houden. We krijgen een vlotte montage en een
hippe beeldvoering, met opvallend sterk camerawerk tijdens de
waterpoloscènes en een aantal slow-motion shots. Het ziet er
allemaal erg goed uit, en wat belangrijker is, Gansel weet ook
perfect hoe hij zijn script geloofwaardig moet opbouwen. De
personages zijn misschien niet erg diepzinnig, maar ze volgen wel
continu hun eigen interne logica. De situaties zijn misschien
enigszins voor de hand liggend, maar ze komen nooit minder dan
plausibel over. Op die manier construeert de regisseur een film die
relaief bescheiden doeleinden heeft, maar die wel onmiskenbaar die
doeleinden bereikt.

De acteurs helpen: Jürgen Vogel (in Duitsland blijkbaar erg
populair) is bijzonder sterk als Wanger – met zijn kaalgeschoren
kop evolueert hij geloofwaardig van sympathieke pee naar lichtjes
dreigende autoriteitsfiguur: het experiment heeft duidelijk niet
alleen effect gehad op zijn leerlingen. Van de studenten zijn Max
Riemelt als de popluaire sporter en Jennifer Uhlrich als zijn
vriendin de uitschieters met erg natuurlijke vertolkingen. De
moeilijkste rol gaat echter naar Frederick Lau als de gepeste Tim
die Die Welle blindelings achterna loopt. Lau moet op de één of
andere manier de trauma’s van dat personage tot leven roepen en
zijn groeiende obsessie met de nieuwe golf in zijn school
geloofwaardig maken. Hij slaagt er bijna in, maar hier en daar
lijken bepaalde emoties toch overgeacteerd (let op die
eindscène).

‘Die Welle’ is absoluut een boeiende film, die alle punten
scoort die hij wilt scoren. Een echte filmfan zal hier niets vinden
dat hij al niet eerder heeft gezien en tegen het einde wordt Gansel
wat al te didactisch met z’n scenario. Maar bescheiden doeleinden
of niet, ik heb er met plezier naar gekeken, er zit duidelijk
talent en schwung achter en de leerkrachten Godsdienst en
Duits zullen er ongetwijfeld erg blij mee zijn. En die mensen
verdienen dat, je zult tenslotte maar eens les moeten geven aan
zo’n bende kleine nazi’s…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − vijftien =