Pelican + Torche



In ‘Tongkat’ van Peter Verhelst bewaarde het hoofdpersonage, een
adaptatie van de Griekse lichtbrenger Prometheus, het vuur achter
z’n tanden. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden van de Amerikaanse
postmetalband Pelican. Zowel op plaat als live spuwt dit viertal
namelijk telkens weer een vuurbal van bruut riffgeweld en
atmosferische melodieën naar de luisteraar. Met hun sacrale
toewijding en passionele overgave vormt Pelican een oliezee die
wacht om in brand gezet te worden. ‘There will be blood‘,
dachten we dan ook toen de Amerikanen halt hielden in de AB Club.
Zover kwam het niet, maar de wenkbrauwen werden wel ei zo na van
ons gelaat geschroeid.

‘Unhindered by the impositions of the vocal yoke’, dat
staat te lezen op het inleidende tekstje bij Pelican’s debuut
‘Australasia’. Het is een advies dat het voorprogramma
Torche beter ter harte had genomen. Wie bij de
vier vervaarlijk uitziende geweldenaars stevige grunts verwachtte,
kwam namelijk bedrogen uit. De zanger bracht, geholpen door een
slecht afgestelde microfoon, een armtierige, semi-melodieuze reutel
voort waarmee vergeleken zelfs Koen Buysse een vocaal mirakel
genoemd kan worden. Gelukkig maakte hun tussen doom- en trashmetal
schipperende stoomtrein veel goed. Torche schudde bijwijlen
namelijk enkele stevig doorbloede riffs uit hun mouwen en aan het
spelplezier van de band zal het zeker ook niet gelegen hebben. Toch
deden hun nummers vaak aan als fragmentarische, slecht aaneen
gekleefde rifffests die coherentie ontbeerden (Metallica,
iemand?). Niemand die er echter om maalde, want wanneer de band
poppy uit de hoek probeerde te komen, openbaarden hun songs zich
pas helemaal als middelmatige vehikels. Gelukkig bleven die
momenten beperkt en profileerde Torche zich als een halfuurtje
stevig headbangvoer. Niets meer, niets minder!

Sinds hun fantastische ‘The Fire
In Our Throats Will Beckon The Thaw
‘ heeft
Pelican een stevig gebetonneerd stekje in de
postmetalnijverheid veroverd. Net zoals de zielsverwanten van Isis
excelleert de band in een verwoestende, maar harmonieuze symbiose
van de aardse ondertonen van metal en de ijle melodiepracht van
postrockbands als Mogwai en Explosions In The Sky. Met ‘City Of
Echoes
‘ liet de band de epische grandeur achterwege ten
voordele van gebaldere stroomstoten. Een dubbeltje op z’n kant,
want hoewel een breder publiek aangesproken werd, werd de oerkracht
van Pelican beknot. Melodieën kregen niet de tijd om volledig open
te bloeien en het riffijzer werd al gesmeed nog voor het heet
was.

De eerste helft van het concert leed ook lichtjes onder dit euvel.
Opener ‘Dead Between The Walls’ liet er geen gras over groeien met
gitaren van kokend lood en stevige drumsalvo’s, maar net wanneer de
nekspieren opgewarmd waren en de roes de kop opstak, werd het
pompende ‘Lost In The Headlights’ al ingezet. Beiden straffe
postmetalcomposities, daar niet van, maar toch overheerste het
gevoel dat er kansen werden gemist. Gelukkig kwam daar al snel het
titelnummer van ‘City Of Echoes’, de perfecte synthese van
Pelican’s modus operandi. Spiralen van melodieuze gitaren
verstrengelden zich tot een verschroeiende riff het publiek murw
mocht rammen. Verfijnd, maar primitief, melodieus, maar loodzwaar,
visceraal, maar gedoseerd en doordacht: dat is Pelican op z’n best
en het optreden was uit de startblokken geschoten om pas vaart te
minderen na de laatste distortiongolf.

Ook ‘Sirius’ was namelijk een hoogtepunt. Opnieuw mochten
melodieuze gitaarduels eerst de sterren aan het gesternte
tevoorschijn toveren tot er zich een heidens spel van donder en
bliksem aandiende met enkele raszuivere doomriffs. Gehuld in een
metersdikke mist werd daarna onmiddellijk ‘Last Day Of Winter’
aangeheven, een post-apocalyptische strijd tussen de vier
natuurelementen die z’n gelijke niet kent. Waar die compositie
echter nog zalft met een subtiel melodieus interludium, werd
afgesloten met een heetgeblakerde brok psych-sludge uit het debuut.
De AB Club werd even in een smidse getransformeerd en minutenlang
vlogen de gensters in het rond.

Hoewel Pelican dus niet over de hele lijn kon overtuigen, deed een
ijzersterke tweede concerthelft de balans toch naar positief
overhellen. De band blijft een machinaal organisme dat bloed,
zweet, tranen en ander lichaamsvocht afscheidt en hun filmische,
meeslepende postmetal krijgt live des te meer de kans om te
imponeren en te bezweren. Met een mistig hoofd en vertimmerde kanis
trokken we dan ook de Brusselse nacht in.

(Afbeeldingen Torche – Afbeeldingen Pelican)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 17 =