The Dresden Dolls :: No, Virginia

Geen echte studioplaat, deze derde langspeler van The Dresden Dolls. Het charismatische punk-cabaretduo schraapte de overschotjes van de studioschappen en voila: Yes, Virginia heeft een sequel. Vraag is of dat wel nodig was.

Vorige maand nog speelde The Dresden Dolls op Pukkelpop. Hoewel het een bijzonder sterk concert was, was er toch iets vreemd aan de hand. Het duo had geen nieuwe plaat om mee uit te pakken en de show was, eerlijk gezegd, hoewel treffend, bijzonder routineus. Anders gezegd: The Dresden Dolls lijkt nu al stevig op weg de Metallica van de cabaret-punk te worden. Of daar iemand op zit te wachten, lijkt weinig waarschijnlijk.

Of er beterschap op komst is, is niet zo zeker. In plaats van een nieuwe studioplaat schuift de band met No, Virginia een verzameling afleggertjes en b-kantjes richting publiek. Volgens Amanda Palmer zouden de afleggertjes van Yes, Virginia die plaat niet gehaald hebben omdat ze, quote, niet in de flow van die plaat te passen vielen. Unquote. Op het eerste gezicht een aanvaardbare reden, ware het niet dat bij het beluisteren van “Ultima Esperanza”, een van de songs in kwestie, toch wenkbrauwen de hoogte in schieten. Het nummer lijkt een Dresden Dolls-song, maar is er geen. Ofwel werd een computerprogramma ontwikkeld om Dresden Dolls-nummers te produceren, ofwel werkte de band op automatische piloot toen “Ultima Esperanza” tot stand kwam, maar overtuigen doet de song in ieder geval niet.

Beter is het gesteld met het sinistere “The Gardener” en de charmante cover van Psychedelic Furs’ “Pretty In Pink”. Ook een ander overschotje van Yes, Virginia weet wél een gevoelige snaar te beroeren: “Boston” mag No, Virginia afsluiten en is daarvoor een gedroomde song. Het ruim zeven minuten durende nummer neemt rustig zijn tijd om bijna onmerkbaar op te bouwen tot nagenoeg hemelse proporties en vervolgens, haast even onmerkbaar, uit te doven.

En daarmee hebben we zowel de hoogte- als dieptepunten gehad. Verder veel geblaat, maar weinig wol op No, Virginia, een plaat waarvan de bestaansreden eigenlijk nog altijd niet helemaal duidelijk is. Wie twee langspelers uitbrengt en daarmee beide keren een diepe indruk weet te maken, zou het zijn fans, én zichzelf, niet mogen aandoen om met zo’n slap afkooksel op de proppen te komen.

Want nog liever geen Dresden Dolls-plaat dan een matige Dresden Dolls-plaat. En een matige plaat is helaas de enige omschrijving die bedacht kan worden om deze verzameling songs samen te vatten. Nu bovendien zowel Brian Viglione als Amanda Palmer zich concentreren op hun soloprojecten, rijst de vraag of het wel nog goed komt met deze tot voor kort ongemeend spannende band. Accelerate van R.E.M. heeft eerder dit jaar geleerd dat je een artiest niet te vroeg mag afschrijven, maar voor elke Accelerate is er wel een One Cure Fits All, St. Anger of, godbetert, Death Magnetic te vinden. Komt tijd, komt raad.

Dresden Dolls-frontvrouw Amanda Palmer heeft met Who Killed Amanda Palmer een eerste soloplaat uit. Palmer stelt dit album op 24 oktober voor in de Handelsbeurs.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − vijf =