Oxford Collapse :: Bits

Soms moet er niet moeilijk gedaan worden. De nieuwe Oxford Collapse gaat dan ook vrolijk verder waar de vorige ophield. Ongecompliceerde garagerock, versneden in dertien hapklare brokken, daar valt niets tegen in te brengen.

Wie een beetje vertrouwd is met rockjournalistiek, kent het fenomeen van de bio. De bio is een A4-blad dat als bijlage bij een te verschijnen cd gevoegd is en dat, in theorie, allerhande nuttige informatie over de plaat in kwestie verstrekt. In de praktijk is de bio een blad waarop staat dat bijhorende plaat de meest wereldschokkende, niet te missen creatie is van het grootste genie aller tijden. Keer op keer. Zo’n bio brengt dus hooguit uitsluitsel over de juiste schrijfwijze van de namen van de bandleden en wordt verder algauw totaal genegeerd bij het recenseren van nieuwe platen. Maar soms, soms worden in zulke teksten spijkers met koppen geslagen.

Zo laat Sub Pop weten dat de nieuwe, vierde plaat van Oxford Collapse, jawel, de beste is die de New Yorkers tot nog toe gemaakt hebben en eerlijk waar: na een luisterbeurt of tien is er geen haar op ons hoofd dat er aan denkt dat tegen te spreken. En het gaat zelfs verder. Sub Pop omschrijft beangstigend accuraat hoe Oxford Collapse zichzelf opnieuw heeft uitgevonden en geëvolueerd is naar een nieuw, daarom niet volwassener, maar meer memorabel geluid, waarbij de magie van de cultverzamelaar C86 overgeheveld wordt naar het heden. Tja, daar sta je dan.

Want Bits ìs de sterkste plaat die Oxford Collapse tot nog toe voortbracht. Het springerige van voorganger Remember The Night Parties is er een beetje uit, maar wat in de plaats gekomen is, maakt dat ruimschoots goed. Doet opener “Eletric Art” bij momenten denken aan het rammelige van labelgenoten The Termals, dan barst het album daarna helemaal los in een frivool, gestroomlijnd walhalla.

Bits klinkt immers heel wat coherenter dan zijn voorgangers, waardoor dit nog eens zo’n hecht album is waaruit je niet zomaar één nummer opzet, maar waar je telkens van a tot z naar luistert, en liefst nog eens enkele keren na elkaar ook. Want, en dit kan niet genoeg benadrukt worden, Bits is een rudimentaire, maar o zo toegankelijke rock-‘n-rollplaat die het leven zelve viert, of zoals Oxford Collapse het zelf stelt op het einde van de plaat: “I Hate Nobody”. En nee, dat klinkt niet zo melig als je zou denken wanneer je enkel die drie woorden leest.

Voor meligheid is geen plaats op Bits. Wel voor tederheid die gepaard gaat met een flinke dosis adrenaline. Wie zich het geniale “Please Visit Our National Parks” van voorganger Rember The Night Parties voor de geest haalt, kan zich daar vast iets bij voorstellen. “For The Winter Coats” is een prima voorbeeld van die aanpak. Het nummer doet bovendien, de zang buiten beschouwing gelaten, denken aan het cultbandje The Muffs. En het opnieuw, zij het onbewust, onder de aandacht brengen van die band, is op zich al een daad die een pluim verdient.

Tel daar nog een stevig dozijn rockers bij die uitblinken in hun ongedwongenheid en er valt niets te klagen over Bits. Oxford Collapse grossiert nog steeds in feel good-garagerock, een segment van de populaire muziek waar weliswaar het gevaar van platvloersheid permanent om de hoek loert. Maar het siert het trio dat het zich niet laat vangen aan voorspelbaarheid of het voortbrengen van hapklare brokken die achteraf op de maag blijven liggen. Bits is misschien enigszins luchtig, maar kickt ass. En soms volstaat dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =