Get Smart




Niks tegen het krampachtig vasthouden aan de misleidende magie
van nostalgie – in mijn mistige bovenkamertje is ‘Masters of the
Universe’ nog altijd een goeie film – maar de manier waarop
Hollywood pijnlijk gedateerde series uit de oude doos in een fris
jasje probeert te wringen, begint nog geen klein beetje zielig te
worden. Het voor mij onbekende ‘Get Smart’ was een succesvolle
komische serie uit de jaren zestig met de voor mij nog onbekendere
Don Adams in de hoofdrol. De enige naam die een belletje doet
rinkelen is medebedenker Mel Brooks, maar dat is ook al zo’n muffe
rozijn die al twee decennia niet meer weet wat grappig is.
Anyway, in de slappe update van de vergeten cultserie mag
Steve Carell voor de zoveelste keer zijn komisch talent verspillen
aan voorspelbaar materiaal dat zich nog het best laat omschrijven
als een Amerikaanse versie van ‘Johnny English’. Met
‘Get Smart’ is het net iets beter gesteld dan met de Britse spy
spoof from hell
, maar daar eindigt dan ook de enige vorm van
enthousiasme. Nu alleen maar hopen dat die geforceerde retrotrend
niet overslaat bij ons, want een kapitein Zeppos met Roel
Vanderstukken is nu niet bepaald iets dat ik wil toevoegen aan de
catacomben van het mistige bovenkamertje.

Maxwell Smart (Steve Carell) is de beste analyticus van CONTROL,
een geheime Amerikaanse spionagecel die de wereld euhm… onder
controle moet houden. Maxwell is enthousiast en houdt van zijn
werk, maar droomt eigenlijk van een leven als echte spion: in het
heetst van de strijd gevaarlijke missies ondernemen en de wereld
redden. Wanneer KAOS, een beruchte misdaadorganisatie euhm… chaos
strooit en een aanslag pleegt op het hoofdkwartier van CONTROL,
krijgt Maxwell eindelijk zijn kans om in de voetsporen te treden
van zijn grote idool, agent 23 (Dwayne ‘de steen’ Johnson). Hij
wordt door de grote baas (Alan Arkin) gekoppeld aan Agent 99 (Anne
Hathaway) en met zero ervaring en een broek vol spionagegadgets
krijgt Maxwell de opdracht om het brein achter KAOS, Siegfried
(Terence Stamp), op te sporen en tegen te houden vooraleer hij de
wereld verovert met een snoodaardig plan. Muahahaha
enzovoort.

Ik kan me best voorstellen dat de originele ‘Get Smart’-sitcom
geinig moet geweest zijn ten tijde van de koude oorlog, toen er nog
een context en referentiekader was om eens goed te lachen met
westerse spionnen (zoals een zekere James Bond, behoorlijk populair
met een Schots accent in de jaren zestig) die de wereld moesten
redden van de boosaardige communisten en ander cognacslurpend
Eurotrash. Een halve eeuw later is het duidelijk wat moeilijker om
iets plezant uit te halen met het sowieso al terminaal uitgemolken
spy spoof-genre. En hoewel ‘Get Smart’ zich gelukkig nooit
helemaal gedraagt als een zuivere parodie (het beperkt zich tot wat
vage inside jokes en van ver eens persifleren met Bond),
wil het als onafhankelijke actiekomedie met overambitieuze
blockbusterallures ook niet echt lukken. Het is een klein beetje
leuk en de actie is een klein beetje spectaculair, maar in
tegenstelling tot de overenthousiaste amateurspion komt ‘Get Smart’
nooit op dreef.

Daarvoor is regisseur Peter Segal veel te snel tevreden met
voorspelbare gags, derivatieve slapstick en halfslachtig
uitgewerkte actiescènes (het parachutegevecht in de lucht is
rechtstreeks gepikt uit James Bond). Een danswedstrijd waarin een
moedige Steve Carell zijn corpulente partner de lucht insteekt laat
nog wat goedkope gniffels toe en ook de wisselwerking tussen de
steeds aantrekkelijker wordende Hathaway (ze doet een Zeta-Jones in
‘Entrapment’, wieee) en Carell werkt beter dan verwacht,
maar zodra ‘Get Smart’ twee grijnzen verdiend heeft, krijg je er
een dozijn gênante stiltes voor in de plaats.

Het is dan ook een beetje frustrerend om toe te zien hoe weinig
moeite de makers hebben gedaan om er iets grappiger van te maken.
Te meer omdat je sporadisch het beetje potentieel ziet glinsteren
aan de horizon. Dwayne Johnsons vroege momentjes van zelfspot
beloven nog een verrassend scènestelend rolletje (zie hem een blad
nieten op het voorhoofd van een schofterige collega), maar na een
half uur verdwijnt de man, die ook wel uit bed durft te kruipen als
The Rock, volledig naar de achtergrond om plaats te maken voor de
routineuze gang van zaken. En dan is er nog Steve Carell, die met
zijn natuurlijke komische timing zelfs de flauwste grappen kan
opwaarderen. Hij scoort zowel met de fysieke als verbale humor,
maar als het fletse scenario geen plaats biedt voor iets
originelere en scherpere grappen, dan geraak je na een tijdje ook
wel uitgekeken op Carrells schtick van onervaren, maar
streberige spion. Alan Arkin komt de finale nog eens opfleuren met
zijn deadpan-kop (let op het zwaardvismoment), maar tegen
dan is ‘Get Smart’ al lang weggezakt tot het niveau van een
inspiratieloze en met veel luide explosieven gevulde blockbuster.
En de persoon die ons kan uitleggen wat Bill Murray precies komt
doen als een als boom verklede spion, krijgt een dvd van
‘Meatballs’ gratis en voor niks cadeau.

Er ligt een kleine handvol halfgeslaagde moppen verspreid in het
brave niemendalletje ‘Get Smart’ en Steve Carell houdt het
enthousiasme hoog in het vaandel, maar uiteindelijk is dit een
fletse karnemelkpap van een actiekomedie die nergens de moeite doet
om ook maar een beetje origineler en spitsvondiger uit de hoek te
komen. Enkel voor wie zijn komedies graag voorspelbaar,
platgetreden en met een geurtje mottenballennostalgie lust.

Vanaf 3 september in de zalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − drie =