The Mummy :: Tomb of the Dragon Emperor






Ga het zeker niet tegen onze Boris Karloff-minnende grootmoe
zeggen, maar toen ‘The Mummy’ tien jaar geleden door de zalen
raasde, kwamen wij al Dada Life-gewijs met een popcornkop vol
fun fun fun naar buiten gehuppeld. ‘The Mummy’ was
derivatief, weinig origineel, maar eigenlijk ook een plezante
hommage aan cheesy avonturenfilms uit de oude doos die
zowaar een zweem van de Indiana Jones-spirit meekreeg met de
zelfspottende kop van Brendan Fraser . Twee jaar later werd de fun
echter gehalveerd met het overenthousiaste ‘The Mummy Returns’ (die
pygmeeën! die ballon! die CGI- Scorpion King!) en met het veel te
laat in het leven geroepen derde deel ‘The Mummy: Tomb of the
Dragon Emperor’ is onze barometer volledig omgeslagen naar shit
shit shit
. Alles wat de ‘The Mummy’ van Stephen Sommers net
geinig en tongue in cheek genoeg maakte om van te
genieten, wordt door de onkundige handen van Rob Cohen (laatst
gezien bij het gedrocht ‘Stealth’, winnaar van
Diggs gouden drol van 2005) volledig verknoeid en wat overblijft
is een stomend hoopje onwelriekende ongein dat best zo snel
mogelijk twintig meter onder de grond begraven wordt. Smelly
Mummy!

Lang geleden ergens in het verre oosten, was er een zekere
keizer Han (Jet Li) die een grote brok van China veroverde met een
10.000-koppig Terracotta leger. Hij was zo gemeen dat hij zijn
verslagen vijanden onder de Grote Muur begroef. Behoorlijk gemeen
is dat. Hij loopt echter tegen de lampion wanneer een tovenares
(Michelle Yeoh) hem vervloekt tot de eeuwigheid als een uit klei
opgetrokken mummygeval. Een sprong vooruit en we zitten in het jaar
1947 alwaar avonturiersduo Rick O’ Connell (Brendan Fraser) en zijn
vrouw Evelyn (Maria Bello vervangt Rachel Weisz) klaar zijn voor
een rustig leventje op het Britse landgoed. Veel rust krijgen ze
echter niet, want hun zoon Alex (een veel te oude Luke Ford),
ondertussen een knaap van twintig en al stevig in de voetsporen
getreden van zijn ouders, heeft het graf van keizer Han gevonden.
Een paar overbodige plotwendingen later wordt Han terug tot leven
gebracht en zijn de O’ Connells genoodzaakt om nog maar eens een
onstopbare ondode terug naar het rijk van de euhm.. ondoden te
knallen alvorens hij de wereld verovert met zijn bovenmenselijke
kleipotkrachten. Het avontuur leidt hen van de drukke straten in
Sjanghai, langs de toppen van de Himalaya tot in eeuwige poel van
het leven in het paradijselijke Sangri-La en op elke locatie mag
kneusje John Hannah een paar compleet misplaatste oneliners
debiteren. Als hij niet druk bezig is met zich te laten onderkotsen
door een jak, tenminste.

Met een vermoeide blik in de steeds ouder wordende ogen trekt
Brendan ‘here we go again’ Fraser ten strijde tegen een
carrièrekeuze die hij liever niet had gemaakt. De ietwat futloze
houding van Fraser is een gemoedstoestand die kan doorgetrokken
worden over de hele speelduur van ‘The Mummy: Tomb of the Dragon
Emperor’. Dit is geen frisse terugkeer naar een franchise die al
uitgeput was na één film en een kwartier van een tweede film, maar
een luizige poging om wat easy money te scoren met een
routineus avonturenfilmpje dat er geen probleem mee heeft om zich
te gedragen als een rip-off van een rip-off van de Indiana
Jones-avonturen. De acteurs staan op autopiloot, de CGI-afdeling
heeft precies werk afgeleverd tussen de soep en de patatten en
machoregisseur Rob Cohen is meer geïnteresseerd in wapens (check de
scène waarin vader en zoon O’ Connell elkaar proberen overtreffen
met stoere geweren) dan in sfeer, humor en zwierige
waaghalsavonturen. Stephen Sommers was misschien geen Spielberg,
maar die had tenminste een beetje besef van plezier en amusement.
Cohen daarentegen is een Michael Bay zonder de ballen en een Tony
Scott zonder de helikopters. Niet bepaald de beste regisseur uit
Hollywood met andere woorden.

Het verschil tussen onnozele nonsens verkopen als smakelijk
popcornvertier en gewoon irritante nonsens in de strot van de
allesslikkende bioscoophoer duwen wordt maar al te duidelijk in
Cohens Mummy-avontuur. Na een veel te uitgebreide voice-overproloog
en een enorm zwakke introductie van de centrale personages (die
visscène!), schiet de bombastische actieregisseur holder de bolder
van de ene onmemorabele setpiece naar de andere. Een achtervolging
door de straten van een neonverlicht Sjanghai is nog net amusant
genoeg – duidelijk gepikt van de opening van ‘Indiana Jones and the Temple
of Doom’
– maar wanneer halverwege de beruchte Yeti’s het
scherm overvallen, zakt ‘Tomb of the Dragon Emperor’ naar een
dieptepunt waar het nooit echt meer van kan recupereren, ook niet
met de naar Ray Harryhausen knipogende finale. Het is niet
Ewoks-slecht, het is Jar Jar Binks-slecht. En waarom Rob Cohen
beslist om deze ouderwets opgezette avonturenfranchise opeens te
filmen met handheld en ronduit slordige camerabewegingen is een al
even groot enigma gewikkeld in een mysterie als het onaardse accent
waarmee Maria Bello Brits probeert te praten. Isn’t it
blissfull?
Euhm, neen. Punt is, tegen de tijd dat Jet Li om
nooit echt duidelijke redenen begint te shapeshiften in een uit
pixels opgetrokken draak die nog minder overtuigend is dan de
Scorpion King wil je alleen maar onder je stoeltje kruipen van
ofwel plaatsvervangende schaamte of verveling.

De acteurs kunnen het ook niet helpen dat Cohen niet kan filmen en
dat de scenaristen nooit verder geraakt zijn dan wat knip-en
plakwerk uit het betere genrewerk, maar van veel enthousiasme kan
je ze ook niet beschuldigen. Fraser is het duidelijk allemaal een
beetje beu en zijn ongeloofwaardige zoon, houten klaas Luke Ford
mist het charisma om het boeltje alleen te dragen. John Hannah
wordt nog meer dan anders gereduceerd tot sukkelaar om uit te
lachen en Jet Li mag dan wel op de affiche staan, veel meer dan
een veredelde cameo is het eigenlijk niet. Een minuut knokken, wat
onwennig zuur kijken en met een riante paycheck lopen. En het doet
toch een beetje pijn om Oosterse klassebakken als Michelle Yeoh en
Anthony Wong (‘Infernal Affairs’,
‘Exiled’) in deze troep te zien rondlopen. De grootste afgang
blijft echter bewaard voor een miscaste Maria Bello, die de fout
maakt om een afgrijselijke Rachel Weisz-imitatie te geven. Het zou
me niet verwonderen mocht het kind voor de rest van het jaar niet
meer buiten durven komen van gêne.

Na een kleine twee uur veel te chaotisch in beeld gebrachte actie,
een onsamenhangend non-verhaal en kinderachtige onnozelheid die
enkel de rakkers onder tien jaar zal bekoren, blijf je alleen maar
met een misbruikt gevoel achter en de vaststelling dat ze de draad
volledig zijn kwijtgeraakt met hun ‘The Mummy’-franchise. Technisch
gezien komt er zelf geen enkele echte mummy bij kijken. Elk
greintje charme, gevoel voor ongegeneerd plezier en enthousiaste
acteurs die weten hoe ze het silly materiaal moeten
verkopen, is volledig verdwenen en wat overblijft is een bende
CGI-Yeti’s en veel gekrijs en getier. ‘The Mummy’ was hersenloos
vertier, ‘The Mummy: Tomb of the Dragon Emperor’ is gewoon
hersenloze troep. In een hele grote boog er omheen strompelen is de
boodschap.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − zeven =