Star Wars :: The Clone Wars





Met de stemmen van: Matt Lanter, Ashley Eckstein, James Arnold
Taylor, Christopher Lee e.a.

Onze liefde voor Star Wars en meerbepaald de gouden bikini van
prinses Leia is zo groot dat we George Lucas bijna konden vergeven
voor het verpesten van ons jeugdsentiment dat vasthing aan de
‘oude’ trilogie. Want ook al herpakte de Master Jedi in
commerciële uitbuiting en merchandising zich enigszins met ‘Revenge of the Sith’,
voor de rest zal ons bitter weinig bijblijven van de ‘nieuwe’
trilogie. Wie dacht dat met ‘Episode III’ de
franchise voorgoed in een galaxy far far away verdween, is
eraan voor de moeite en eigenlijk ook een beetje naïef. Amper drie
jaar nadat Anakin Skywalker de dampkap van Darth Vader aantrok,
komt Lucas aanzetten met een zoveelste nevenproject rond zijn
space opera. ‘Star Wars: The Clone Wars’ is de eerste Star
Wars-langspeelanimatiefilm – de laatste drie waren slechts 92%
computergeanimeerd moet je weten – en situeert zich op de
intergalactische tijdslijn tussen ‘Attack of the Clones’ en
‘Revenge of the
Sith’
. Ook al valt de schade relatief mee – de magie was
sowieso al verknoeid – veel meer dan een schouderophalende ‘meh’
kregen we toch niet over ons lippen na de afloop van deze
actietekenfilm die vooral de jongere geeks zal bekoren. En
geloof het of niet, maar de animatieversie van Anakin Skywalker
acteert zowaar beter dan wandelend boekenrek Hayden Christensen.
‘Owned!‘ zeggen de geeks dan.

De Clone Wars zijn volop aan de gang en het ziet er beroerd uit
voor de Jedistrijders. In een poging om de Republiek voorgoed te
kraken, ontvoert Count Dooku (Christopher Lee, samen met Sam
Jackson één van de weinigen van de originele cast) de zoon van
Jabba the Hutt (yup, hij is terug) en schuift hij de schuld in de
schoenen van de Jedi’s. Omdat de steun van Jabba niet onbelangrijk
is bij het winnen van de oorlog schakelt grandmaster Yoda Anakin
Skywalker in om Dooku’s complot te ontmaskeren. Hij krijgt hierbij
de hulp van Ahsoka, een enthousiaste padawan (Jedi-leerling voor
normale mensen) die onder zijn hoede werd geplaatst. Ondertussen
trekt ook Obi-Wan Kenobi (James Arnold Taylor imiteert Ewan
McGregor perfect), samen met het Clone Army, ten strijde tegen de
verraderlijke Separatisten. Allemaal behoorlijk spannend, mochten
we niet al lang weten hoe het afloopt, natuurlijk.

Zonder de herkenbare Twentieth Century Fox-trommel (Warner Bros
verzorgt de distributie) én zonder de iconische openingsmars van
John Williams, is het even wennen om ‘Star Wars: The Clone Wars’
als een echte ‘Star Wars’-ervaring te beschouwen. Dat kon van
‘The Phantom
Menace’
en zijn dodelijk saaie handelsblokkade ook gezegd
worden, maar laten we maar even dimmen met die sneren naar de
nieuwe trilogie. Als er één ding is dat regisseur Dave Filoni wil
bewijzen dan is het wel dat hij zich als rookie niet te
veel wil inlaten in het universum van George Lucas. The Force wordt
nauwelijks vermeld, de droge politieke dialogen worden beperkt tot
een drietal regels en de amoureuze ontwikkelingen tussen Padmé en
Anakin worden zelfs – voorlopig toch – volledig genegeerd. Filoni
is vooral geïnteresseerd in het brengen van ‘Star Wars’-actie en
hangt zijn animatiefilm op aan een reeks grootschalige set-pieces
die zelden écht memorabel zijn, maar ook nooit minder dan amusant
worden om met blinkende oogjes naar te kijken. Het openingsgevecht
is een fijn staaltje animatieoorlog, een verticale aanval op een
klooster is intens en de lichtsabelduellen zijn dan wel kort, ze
zoomen en swooshen met een enthousiasme dat nauwelijks aan bod kwam
in Georgio’s laatste delen. Als louter op de tienermarkt gericht
tekenfilmpje – en veel meer wil het echt niet zijn – is de zaal
van ‘Star Wars: the Clone Wars’ dus zeker niet de slechtste plek
waar je de koters kan achterlaten voor anderhalf uur
escapisme.

Maar er zijn ook kosten aan deze introductie op wat een
animatiereeks van een honderdtal afleveringen moet worden. De
gedetailleerde achtergronden, ruimteschepen en massascènes ogen dan
wel indrukwekkend, van zodra de personages in close-up komen, krijg
je levensloze figuren die zich onnatuurlijk voortbewegen als
wassen beelden. Filoni gaat niet zo ver met de cartoony
karikaturen als Tartakovski (verantwoordelijk voor de
kickass 2D-animatiekortfilmpjes van de ‘Clone Wars’), maar
ook hier wordt een hoekige, strakke stijl gebruikt om de
legendarische personages uitvergroot in beeld te brengen. Dooku en
Palpatine krijgen een joekel van een haakneus, Kenobi’s baard lijkt
er wel als karton opgekleefd en Anakins jukbeenderen priemen bijna
door het scherm. Allemaal goed en wel om voor die stijl en textuur
te kiezen, maar dat is geen excuus om de CGI-mannetjes als
emotieloze zombie’s op te draven. Dan kroop er in de soortgelijke
expressionistische stijl van ‘The Corpse Bride’ toch
veel meer emotie, nuance en menselijkheid.

Ondanks een eenvoudige narratieve draad die het tempo en de
urgentie hoog houdt, sluipen ook de zwakke verhaaltechnieken van
Lucas in ‘Star Wars: the Clone Wars’. Het begint rommelig, de
schaarse dialogen die over de actie worden gestrooid zijn klungelig
(die ambetante broer-zusrelatie tussen Anakin en Ahsoka werkt op de
zenuwen) en de humor blijft op een kinderachtig niveau hangen. Het
is tof dat je naar deze prent kan kijken zonder volledig op de
hoogte te moeten zijn van de rest van de saga, maar iets meer
speelse knipogen of wat leuke inside jokes hadden gemogen.
Fijn om nog eens in het paleis van Jabba (wat heb ik zijn gebroebel
gemist) te vertoeven op Tatooïne, maar voor de rest wordt er niet
veel gedaan om de nostalgie even te prikkelen. Het is dan ook
jammer dat componist Kevin Kiner niet wat meer onmisbare muziek van
John Williams heeft geïntegreerd in zijn voor de rest degelijke en
met etnische invloeden gekruide soundtrack. Waar zit dat koortje
van ‘Duel of the Fates’ als je ze nodig hebt?

Maar Lucas bewijst ook dat hij nog altijd een beetje gevoel voor
humor heeft door één verrassend personage te introduceren. Ziro the
Hutt, neef van Jabba, wordt voorgesteld als een nichterige pooier
met blacklight-henna op zijn slakkenlijf, een pluim achter zijn
oren en een zuiders accent dat wel heel hard op dat van Truman
Capote lijkt. Wellicht het enige momentje waar de kindertjes zich
zullen afvragen waarom de oudere nerds zo aan het gniffelen zijn.
Net zo met het plotse gefrunnik in de zaal wanneer het
intergalactisch strakke kontje van CGI-Padmé in beeld komt.

‘Star Wars: The Clone Wars’ zorgt niet voor de onverwachte
terugkeer naar de oude ‘Star Wars’-spirit die voor het laatst te
zien was tijdens het afscheidsfeestje in de bossen van Endor. Het
is wél een vakkundig en entertainend animatiefilmpje voor het
tienerpubliek geworden, niks meer, niks minder. En het moet gezegd,
met de zuivere klemtoon op de kletterende actie en het schrappen
van melodramatische toestanden en saaie politiek heeft deze
Star Toon eigenlijk een streep voor op twee derde van de
nieuwe trilogie. Of u er een tragische ‘Nooooo!’ of een
luidkeelse ‘Jippeee!‘ bij wil uitschreeuwen, zal echter
volledig afhangen van uw leeftijd, verwachtingen en affectie met de
saga die maar niet wil uitsterven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 10 =