Weezer :: Weezer

Hier hebben we Weezer weer. De ongecompliceerde rockers brengen hun derde titelloze plaat uit. Tegen alle verwachtingen in doet dit album zowat alle twijfels die rond de groep hingen moeiteloos verdwijnen.

Wat gebeurde er in Weezerland sinds het verschijnen van Make Believe, alweer drie jaar geleden? Gitarist Brian Bell en drummer Patrick Wilson wisten de rollen van Lou Reed en John Cale te versieren in de prent Factory Girl. Frontman Rivers Cuomo — momenteel toch al 38 — schreef zich in aan Harvard om eindelijk een diploma te halen, stapte in het huwelijksbootje en bracht vorig jaar onder eigen naam een collectie huisopnames uit.

Reken daar nog bij dat Make Believe niet bepaald het sterkste was dat Weezer al had uitgebracht en dat zelfs Cuomo toen de plaat verscheen liet uitschijnen dat de band wel eens zou opgedoekt kunnen worden, en er kan van een klein mirakel gesproken worden dat een nieuwe plaat alsnog het licht gezien heeft. Weezer, oftewel The Red Album, sluit opnieuw aan bij wat de band deed op The Green Album en Maladroit.

Een klassieke, solide Weezer is daarvan het resultaat, of toch ten dele. Dat zit zo: ditmaal gaf Cuomo zijn songschrijvermonopolie op en droegen ook de andere leden bij tot de totstandkoming van enkele songs. En het moet gezegd: met redelijk bedroevend resultaat. “Cold Dark World”, dat Cuomo samen met bassist Scott Shriner schreef, kan er nog redelijk mee door. Maar “Though I Knew”, van de hand van Bell, is simpelweg erbarmelijk. Ook Wilson droeg met “Automatic” zijn steentje bij, al is het resultaat niet veel meer dan een veredelde vingeroefening die hooguit op een debuutplaat getolereerd kan worden.

Drie stinkers dus, die bovendien de plaat splijten als was het een kinderkopje dat in aanraking komt met de hakbijl van een doldrieste viking. Laat dat u echter niet ontmoedigen: verder is The Red Album een dijk van een Weezerplaat. Ongein van het hoogste niveau, zeg maar, zoals “The Greatest Man That Ever Lived” ten volle laat horen. Als er één song is die bewijst dat Weezer meer in zijn mars heeft dan zomerse nerdrock, dan is het deze. Mochten er geen risico’s aan verbonden zijn, we zouden het nummer de “Bohemian Rhapsody” van de indierock noemen.

Verder niets dan Weezer pur sang: een smerig rockend “Everybody Get Dangerous”, de rauwe pop van opener “Troublemaker” en een snedig “Dreamin’”. Als Weezer wil, dan kan het nog uitermate scherp uit de hoek komen. Tel daar nog de heerlijke single “Pork And Beans” bij en het moge duidelijk wezen dat deze band, in tegenstelling tot wat gevreesd werd, nog niet afgeschreven moet worden.

In afsluiter “The Angel And One” overtreft de groep zichzelf bovendien nogmaals: wat zich in eerste instantie aandient als een slome song die schreeuwt om de omschrijving “zelfoverschatting”, ontpopt zich algauw tot een hippierocker met epische allures. En die omschrijving geldt als compliment, laat dat duidelijk zijn. In bonustrack “The Weight”, een zeer overtuigende cover van The Band, wordt op hetzelfde elan doorgegaan en slaagt het stelletje nerds van weleer er in hun poppy punk te verzoenen met folkrock van de bovenste plank. Een zeer riskante onderneming, maar Weezer komt er zowaar mee weg.

Kortom: drie stinkers, zeven kleppers en een heerlijke bonus. Wij hebben het ooit slechter gedaan op school, en onze mama ziet ons nog altijd graag. Waarom u Weezer dan niet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =