Leatherheads




Niet dat ik hem persoonlijk ken, maar volgens mij is George
Clooney een sympathieke pee. Hij gebruikt zijn populaire kop voor
politiek-sociaal relevante zaken, komt grappig en intelligent uit
de hoek tijdens interviews en loopt wekelijks weg met een riante
maaltijdcheque van Nespresso en Martini, zonder zijn respect of
geloofwaardigheid te verliezen. Een beetje zoals onze alom geliefde
Jean-Marie Pfaff dus. Maar Clooney is vooral een getalenteerd
acteur die zonder probleem het meer serieuze werk afwisselt met wat
lichtvoetiger vertier. Alsof dat allemaal al niet walgelijk
bewonderenswaardig genoeg was, blijkt de eeuwige vrijgezel ook te
kunnen regisseren. ‘Confessions of a Dangerous
Mind’
was een gesmaakt visitekaartje, ‘Good Night and Good
Luck’
was een ijzersterke opvolger. Dat Clooney met zijn derde
film koos voor een prententieloze, ouderwetse screwballkomedie,
getuigt van Clooneys bescheidenheid en oprechte liefde voor het
genre, maar het levert niet noodzakelijk een goede film op.
‘Leatherheads’, een romantische sportkomedie die doet denken aan
het komediewerk van Frank Capra, Howard Hawks en George Cukor, oogt
verrukkelijk retro, maar mist de magie, de speelsheid en de verbale
knetters van zijn legendarische voorbeelden uit de hoogdagen van
het genre. Vanop een afstand lijkt het op een likkenbaardend lekker
stukje aardbeientaart, maar zodra het kunstmatige ‘Leatherheads’
onder de neus verschijnt, blijft er alleen maar een knap ogende
maar teleurstellend plastieken imitatie van the real deal
over. Georgio toch…

Minnesota, 1925. Dodge Connelly (George Clooney) is de
sterspeler van The Duluth Bulldogs, een professioneel footballteam
dat zo professioneel is dat het nauwelijks genoeg geld heeft voor
één bal. Komt daar nog bij dat football alleen maar een
publiekstrekker is als universiteitssport en dat de sponsor van de
Bulldogs er de brui aan geeft. Om het voortbestaan van zijn ploeg
en de sport te verzekeren, maakt Connely een deal met Carter (John
Krasinsky), een beloftevolle speler én op handen gedragen
oorlogsheld, die de stadions vol moet krijgen. Maar wanneer Lexie,
een bijdehante journaliste (Rénee Zellweger), erop uit wordt
gestuurd om de heroïsche daden van Carter te weerleggen, dreigt
alles in duigen te vallen. De zaken worden er bovendien niet
eenvoudiger op wanneer zowel Connely als Carter hun oog laten
vallen op de reporter die niet op haar mondje is gevallen.

Iedereen die de martino- en espressomascotte aan het werk heeft
gezien in ‘O Brother
Where Art Thou?’
en ‘Intolerable Cruelty’
weet dat Clooney zowel screwballprins Cary Grant als flapoorkoning
Clark Gable perfect kan incarneren. Een in de jaren twintig
gesitueerde romantische komedie in combo met Clooneys komische
timing zou dus alleen maar een spervuur aan badabing-dialogen en
overdonderende slapstickgein moeten opleveren. Toch? Het in een
warme sepiagloed vertoevende ‘Leatherheads’ mag er dan wel uitzien
als een vintage screwball romp, op een handvol sappige
dialogen (‘you got some moxy!’) en een sporadisch grappig
momentje na (de slaaptreinscène prikkelt even ondeugend) valt er
teleurstellend weinig te lachen met een film die maar niet kan
beslissen of het een sportkomedie voor de jongens of een battle
of the sexes
-komedie voor de meisjes wil zijn. Niks dan lof
voor de gedetailleerde evocatie van de roaring twenties en
Clooney is alweer geweldig op dreef als vlotte grijnssmoel, maar
een komedie zonder goeie moppen is als een gladde Cary Grant zonder
een sassy Katharine Hepburn aan zijn been.

Het niet geheel ongenietbare ‘Leatherheads’ werkt zichzelf te
vaak en te slordig in de nesten met een onevenwichtige toon en de
pogingen om een serieuze thematiek (oorlogshelden als propaganda om
de moraal van het volk op te krikken, soms lijkt het wel een
humoristische versie van ‘Flags of Our Fathers’)
aan de onnozelheden vast te hangen. Alles wat screwballkomedies
(rep u zo snel mogelijk naar de klassiekersafdeling van de
videotheek om ‘It
Happened One Night’
, ‘His Girl Friday’ en
‘Bringing Up Baby’ te ontdekken als opwarming) zo smakelijk
aanstekelijk maakte is een koppel dat spat van de energie,
dubbelzinnige knipoogdialogen en een zelfrelativerende
silliness die aan een zodanig hoog tempo wordt vooruit
gedreven dat het nauwelijks nog opvalt dat het allemaal nonsens is.
‘Leatherheads’ heeft van al het voorgaande een ‘beetje’ (enkel bij
de wilde achtervolging met de flikken en het gecontroleerde
vuistgevecht is ‘Leatherheads’ echt lekker screwy), maar
haalt nooit het verschroeiende tempo of de narratieve compactheid
om de lachmachine te doen werken. Iets wat niet geholpen wordt door
de steeds verschuivende focus van footballkomedie naar romantische
komedie en de weinig sprankelende schemerzone ertussen. Een paar
vroege scènes op het veld zijn leuk, de eerste ontmoeting tussen
het bekvechtend koppel is sappig, maar de ondraaglijk lang
uitgesponnen finalewedstrijd sleept aan als een schildpad en de
vonk tussen George en Rénee is sneller uitgewerkt dan de
overenthousiaste pianodeuntjes van Randy Newman. Uiteindelijk zijn
de geslaagde momenten te schaars verdeeld over een rommelpotje van
een oninteressant verhaal dat alle kanten uitslingert (de flashback
tussen de loopgraven is toch niet je dat), behalve de juiste.

Aan George de acteur zal het nochtans niet gelegen hebben, die
met dezelfde easygoing zelfspottende kop als uit zijn
Coenskomedies zich zichtbaar staat te amuseren. Hem dingen als
‘You’re the kind of cocktail that comes on like sugar but gives
you a kick in the head’
tegen Rénee horen debiteren, is dan
ook een glimlachinducerend genot. Rénee Zellweger loopt er nog
altijd bij alsof ze net een kilo citroenen heeft uitgesabbeld, maar
doet het voor de rest niet slecht als de archetypische journaliste
(onmisbaar voor het genre) die haar mannetje staat in het macho
jongenswereldje. Dat gezegd zijnde is Jennifer Jason Leigh zoveel
keer beter in die andere moderne screwballkomedie ‘The Hudsucker Proxy’. De
derde partij in dit soort films is één van de meest ondankbare
rollen die je kan indenken en tv-ster (bekend van de Amerikaanse
versie van ‘The Office’) John Krasinsky komt dan ook nauwelijks uit
de verf met een futloos rolletje aan de zijlijn.

Iets meer screwballerij en minder footballerij hadden van
‘Leatherheads’ een evenwichtige en plezantere komedie kunnen maken.
Nu blijft het een frustrerende tegenvaller van onvervuld potentieel
die maar niet kan kiezen welke doelgroep hij het meest wil behagen.
Het is nog altijd zoveel keer beter dan de meeste romcomdrek die in
de zalen wordt gelost, maar gezien het talent van George voor en
achter de camera had hier zoveel meer moeten uitkomen. Geef die man
een potje Dapper Dan, en snel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =