Stop-Loss




De recente golf anti-Irakdrama’s (‘er begint precies wat sleet
op die formule te komen’ hoor je de cynici al fluisteren) is zo
omvangrijk aan het worden, dat er stilaan subcategorieën kunnen
gemaakt worden. ‘Stop-Loss’, de langverwachte opvolger van
indiedarling Kimberly Peirce (‘Boys Don’t Cry’) behandelt
dezelfde coming home-thematiek waar Paul Haggis zijn
handen aan verbrandde met ‘In the Valley of Elah’
en waar het tenenkrommende ‘Home of the Brave’ – met onder meer
Samuel L. Jackson en 50 ‘halve Euro’ Cent – zelfs niet tot mee in
onze bioscopen raakte. Met ‘Stop-Loss’ is het gelukkig iets beter
gesteld. Peirce heeft geen wereldschokkende nieuwe inzichten te
melden over de destructieve impact van een oorlog op het jonge
leven van een soldaat, maar creëert wel een intens en stevig drama
rondom de niet altijd even subtiele boodschap. ‘The Deer Hunter’ voor
de MTV-generatie, en ja, voor één keer is dat een compliment.

Na een helse tour of duty in Irak keert sergeant
Brandon King (Ryan Phillipe) terug naar zijn geboortedorp in Texas.
Samen met zijn vrienden Steve (Channing Tatum) en Tommy (Joseph
Gordon-Lovett) wordt hij als een echte oorlogsheld ontvangen. Maar
de wapperende stars and stripes en overdonderende
applaussalvo’s kunnen niet verbergen dat de jongens getekend uit
het oorlogsgebied zijn gekomen. Kameraden zijn gesneuveld, de
kogels fluiten nog na in de oren en de horrortaferelen zijn voor
eeuwig op de retina’s gebrand. Toch is Brandon, de meest stabiele
van de kliek, vastberaden om de draad terug op te pikken. Totdat
hij op de dag van zijn afzwaaien te horen krijgt dat hij terug naar
Irak moet: een verlenging van de dienstverplichting, ook wel een
‘stop-loss’ genoemd. Brandon voelt zich verraden en
deserteert…

Jonge mannen die naar de oorlog trekken en de oorlog mee naar
huis nemen: vanuit dat reeds meermaals aangeraakte (Travis Bickle
blijft onze favoriete posterboy voor het onderwerp) maar
nog altijd relevante gegeven vertrekt Kimberly Peirce om – na het
genderdrama ‘Boy’s Don’t Cry’ – nog eens diep in de ogen van haar
jonge subjecten te kijken. In tegenstelling tot een op exploitatie
beluste Larry Clark, verlaagt Peirce zich niet tot
prefabkarikaturen (een prestatie, want de jongens zijn
patriottistische Texas Rangers) en krijgt ze het voor mekaar om het
niet geheel originele onderwerp toch om te zetten in een boeiend
portret van jongens die met meer dan alleen zand in hun schoenen
uit Irak zijn teruggekeerd. Soms laat ze de greep op de realiteit
iets teveel los, maar dat is enkel in functie van het thema,
waarvan ze zoveel mogelijk aspecten wil belichten. Misschien iets
te ijverig, maar het levert wel een paar dramatische hoogtepunten
op (zowel grote als kleine). Probeer maar eens de pols onder
controle te krijgen tijdens de scène in het groezelige steegje met
de gauwdieven en aanschouw het even pijnlijke als poëtische
spelletje pool tussen het liefje van een GI en een zwaar verminkte
soldaat.

Na een beenharde proloog in Irak – waarin Peirce laat zien dat
ze een spannend stukje oorlogsactie kan orchestreren – worden de
voorgestelde jongens naar huis gestuurd om de slopende
aftermath te verwerken. Net zoals bij haar debuut, dringt
Peirce op een ongeforceerde manier in een subcultuur van de
Amerikaanse samenleving binnen – in dit geval het conservatieve
midwesten dat resoluut gelooft in de oorlog in Irak (‘we doden ze
ginds, zodat we ze hier niet moeten doden!’, brult de fanatieke
Steve). Ze doet dit bovendien met voldoende nuance en kampeert niet
al te gemakzuchtig in het extreemlinkse kamp. ‘Stop-Loss’ is een
anti-oorlogsfilm met het gefrustreerde hart op de tong (‘fuck
the president!’
brult Brandon nadat ze hem vakkundig in de
poep stoplossen) die zowel de vlaggendragers als de vlaggenspuwers
zal beroeren. Peirce is bovendien meer geïnteresseerd in de
getormenteerde blikken van de gebroken jongens en hun morele
keuzes, dan in het propageren van een politieke agenda. Een aanpak
die ‘Stop Loss’ minder zelfingenomen en prententieus maakt dan het
bittere pessimisme van Paul Haggis en zijn ‘Elah’.

Wat niet wegneemt dat Peirce af en toe lijkt te twijfelen welke
kant ze wil opgaan. Eenmaal Brandon de onvrijwillige
dienstverlenging aan zijn been krijgt, lijkt de film zich richting
rechtbankdrama te begeven, maar in plaats daarvan transformeert hij
in een soort mini-roadmovie dwars doorheen de onderbuik van Amerika
(deserteurs worden bijna letterlijk opgejaagd door de overheid, ‘t
is proper). Het verhaal splitst zich op, en ‘Stop-Loss’ krijgt een
te fragmentarische behandeling (van groezelige motels over
gevaarlijke steegjes tot op de schoot van de ouders van een
gesneuvelde kameraad) waardoor sommige personages (Tommy en Steve)
te veel naar de achtergrond verschuiven. Ook de pogingen om de
relatie tussen Brandon en zijn jeugdvriendin diepgang te
verschaffen, raakt niet echt van de grond. En zo laat Peirce steeds
meer steken vallen naarmate het verhaal vordert, tot ze komt
aanzetten met een confronterend slot dat ongetwijfeld op
verschillende appreciaties zal kunnen rekenen.

De cast is goed zonder dat de superlatieven uit de kast moeten
gehaald worden. Gladde jongen Ryan Phillipe kweekt na ‘Crash’ en ‘Breach’ nog wat
acteerspieren bij en zit goed in zijn rol, maar mist toch wat
broeierig charisma om zijn wandelende tijdbompersonage écht
dreigend te maken. Channing Tatum is overtuigend als de agressieve
legerpatser (zie hem een put graven in zijn eigen voortuin,
hallucinant), maar het is de getalenteerde Joseph Gordon-Levitt
(‘Brick’,
Mysterious
Skin’
) die de grootste indruk maakt als de labiele Tommy, wiens
leven in duigen valt aan het thuisfront. Zo straf dat je achteraf
een beetje spijt hebt dat zijn personage niet op het voorplan
stond.

‘Stop-Loss’ is een krachtig drama dat erin slaagt om zinnige
dingen te vertellen zonder daarom al te nadrukkelijk op de
preekstoel te kruipen. Soms maakt Peirce een misstap (huilende
moeders in slowmotion, tssk) en af en toe laat ze de boodschap iets
te luid weerklinken, maar de intense onder-de-huid-benadering werpt
zijn vruchten af en laat uiteindelijk een grotere emotionele impact
achter dan al de recente anti-Irakfilms samen. Of had u liever de
drammerige ‘Lions
for Lambs’
-monologen nog eens gehoord?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 8 =