3:10 to Yuma




122

Na de seksueel verwarde cowboys uit ‘Brokeback Mountain’ en
de existentiële bekommernissen van ‘Jesse James’, kan de
échte westernliefhebber (ze wandelen als John Wayne, praten als
Clint Eastwood en dragen een stoere Lee Van Cleef-snor) nog eens
genieten van een échte western. ‘3:10 to Yuma’, een remake van de
semi-klassieker met dezelfde naam uit 1957, is een potente
actiefilm met alle ingrediënten die de Amerikaanse western ooit zo
populair maakten. Mannen grommen vanachter hun behaarde smoelen
(mannelijker dan Russell Crowe en Peter Fonda komen ze niet),
vrouwen smachten passief in de prairie en schietgrage outlaws – die
nog altijd even pissig lopen van al die tumbleweeds tussen hun
bilspleet – knallen alles overhoop wat hen maar een beetje verkeerd
aankijkt. ‘3:10 to Yuma’ van James Mangold (‘Walk the Line’) keert
terug naar de rauwe wild wild west en springt even
gewiekst om met de oerconventies van het genre als met een subtiele
injectie van een moderne dynamiek en subtekst. Op een drafje naar
de bioscoop, en vlug.

Het boerengat Bisbee, de wilde westenjaren. Christian Bale
sleept zijn moegetergde lijf in de rol van Dan Evans, een
verbitterde rancher die al mankend uit de burgeroorlog is gekomen.
Hij is niet alleen het respect van zijn zoon en zijn vrouw
(Gretchen Mol) kwijt, maar zit ook diep in de schulden bij de
landeigenaar. Evans krijgt de kans om zich te bewijzen wanneer de
beruchte overvaller Ben Wade (Russell Crowe) gevat wordt na een
gewelddadige overval op een postkoets. De flamboyante moordenaar
(hoor hem quoten uit Shakespeare) moet van Bisbee naar het station
van Contention gebracht worden zodat hij op tijd in Yuma arriveert
voor zijn terechtstelling en strop. In ruil voor een beloning biedt
Evans zich aan mee te gaan met de niet bepaald indrukwekkende
escorte die Wade moet begeleiden naar zijn final
destination
. Op hun pad wachten nijdige indianen, de
hondstrouwe bende van Wade onder leiding van Charlie Prince (een
geweldige Ben Foster), persoonlijke demonen en de duivelse
manipulaties van een uitgekookte Wade. En de trein, die vertrekt
even over drie.

James Mangold is goed bezig. Hij heeft nog maar net de suffe
biopic nieuw leven ingeblazen met de energieke Cash-biografie
‘Walk the Line’,
of hij haalt al een ander Amerikaans oergenre vanonder de
mottenballen. De western was onmisbaar voor de filmindustrie
tijdens de jaren vijftig en zestig, maar na het revisionistische
afscheid van Eastwoods ‘Unforgiven’ en de
lyrische lofbetuiging van Kevin Costners ‘Dances With Wolves’ begin
jaren negentig, werd het dodelijk stil op de prairie. Het is pas
sinds het begin van de nieuwe eeuw dat er terug oprechte interesse
wordt getoond voor de western, waarvoor ik met veel plezier het
lichtjes fantastische ‘Deadwood’ aanhaal als voorbeeld bij uitstek.
‘3:10 to Yuma’ keert terug naar de roots van het genre (wat kan een
ouderwetse overval op paard en koets deugd doen), maar maakt ook
plaats voor een moraal (wat maakt een mens goed en wat maakt hem
slecht?) die zo uit de moderne maatschappij kan gepikt worden. Het
resultaat is een entertainende brok actie, ondersteund door een
intelligente en complexe karakterstudie. Het bewijs dat er wel
degelijk nog leven zit in het oubollige westerngenre, zonder dat er
een te nadrukkelijke revisionistische of postmoderne draai bij moet
horen om het interessant te maken.

De reden waarom ‘3:10 to Yuma’ zo vlotjes marcheert, is Mangolds
uitstekende inschatting en dosering van de actie en de aandacht aan
de personages die zich in die actie bevinden. Er wordt een
spanningsveld (zeg maar mijnenveld) gecreëerd tussen Bale en Crowe
en doorheen de hele film, waarvan het tempo als een locomotief
wordt opgedreven door de tijdsurgentie, wordt alles clever
uitgespeeld om de dynamiek en intensiteit te verhogen. Bale’s
personage Evans heeft absoluut niks te verliezen (‘no one can
think less of me
‘ zegt hij bitter) en alles te bewijzen (zijn
zoon kijkt meer op naar de rebelse psychopaat Wade, pijnlijk),
terwijl grijnssmoel Wade als een onverstoorde en relaxte killer
steeds op zoek gaat naar de zwakste plek van zijn tegenstanders. En
toch groeit er een soort onuitgesproken wederzijds respect tussen
beide heren, dat subtiel en aannemelijk wordt aangebracht en
uitgewerkt tijdens en tussen de set-pieces. Enkel in de grote
shootout-finale verliest de film iets te veel van zijn
geloofwaardigheid. In ieder geval, de aandacht ligt op de karakters
(de avondmaalscène ten huize Evans is schitterend geladen), en
wanneer die zich in hachelijke toestanden bevinden, zit je op het
puntje van de stoel om te zien of ze het halen. Iets wat van niet
veel hedendaagse actiefilms kan gezegd worden.

Komt daar nog bij dat Mangold de settings en decors (de
saloondeuren kletteren enthousiast) met enorm veel detail (clever
om de Civil War in de backstory te verwerken) behandelt
zodat de evocatie van dat schieten-om-te-overleven-universum van
cowboy en indiaantje overtuigend overkomt, ook al is het niet meer
dan een fantasierijke fictie tegen een pseudo-historische
achtergrond. Als kers op de taart is doorprikt Mangold de mythe van
de cowboy (Bale is niet de routineuze antiheld, net zoals Crowe
niet de archetypische slechterik is, ook al vermoordt hij iemand
brutaal met een vleesvork, wieee!) met wat modern en diep
snijdend cynisme. Het maakt ‘3:10 to Yuma’ frisser, krachtiger en
betekenisvoller.

Uiteraard valt of staat de film met mannen die niet compleet
belachelijk staan in een strak lederen cowboypakje. Vechtjas Crowe
is geboren om dit soort viriele, mannelijke machomannen te spelen
(het genot sijpelt van zijn bakkes) en Bale, één van de meest
intense method actors van zijn generatie, zorgt voor
perfect tegenwerk met een meer ingetogen vertolking, waarin hij
meer zegt met de tanende fonkeling in zijn ogen dan met het
schietijzer aan zijn zij. Om het eens met een geweldig flauwe
Michel Follet te zeggen: deze heren hebben geen buskruit nodig om
het te laten knallen. Daarnaast mag Peter Fonda nog eens het oude
ros bestijgen als een badass premiejager en steelt de
jonge Ben Foster de show als de supercool geklede (ik wil zijn
dandy vestje!) maar sadistische compagnon van Crowe, die bovendien
wat latente homoseksualiteit in het pathosrijpe stuk laat sijpelen.
Yep…

‘3:10 to Yuma’ is een geslaagde hommage aan de oldskool
western
, net omdat het zich niet gedraagt als een hommage,
maar als een volledig op zichzelf staande genreoefening. De twee
hoofdrolspelers zijn aan elkaar gewaagd, regisseur Mangold weet hoe
hij een strakke actiescène in elkaar moet boksen en de onderhuidse
psychologische spanningen in functie van de in de grijze zone
gesitueerde moraal is scherp, voldoende uitgewerkt en fascinerend
om te zien ontplooien. Een must voor de liefhebbers, een aangename
verrassing voor wie nooit verder is geraakt dan ‘Cowboy Henk’ en
‘Lucky Luke’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 2 =