The Bellrays :: Hard Sweet And Sticky

Er was een tijd waarin The Bellrays bij hoog en laag trouw zwoer aan de charmes van de rock ’n roll. Begrijpelijk, want met de unieke combinatie van garagerock en Kekaula’s soulvolle negerinnenstem had de groep het publiek in zijn zak. Met Hard Sweet And Sticky gaat The Bellrays nog iets verder en probeert de groep langzaam maar zeker de wereld van de pop in te palmen.

Het was na het vorige album Have A Little Faith al duidelijk dat The Bellrays goed besefte dat er meer in de band zat dan alleen maar een ruige rock-’n-roll-groep. Met de titeltrack bracht het combo een opvallend zacht nummer en met nog meer liedjes in een dergelijke stijl ("Third Time’s The Charm", "Tell The Lie") bleek zelfs dat The Bellrays er heel wat zin in had om zijn soulkantje meer uit te buiten. Wat ten tijde van The Red, White & Black nog een plotse uitspatting van soul tussen een hoopje lekker ongeregeld gitaarwerk was, werd op Have A Little Faith met andere woorden veeleer part of the plan.

Deze twee uitersten zijn op Hard Sweet And Sticky eveneens aanwezig en dat heeft zeker zijn voordelen: met een goede dosering van beide kanten is het immers gemakkelijker om een plaat te maken waarmee je van het begin tot het einde kan blijven boeien. "The Same Way" is in dat opzicht zeker een geschikt nummer om Hard Sweet And Sticky mee af te trappen: het liedje laat meteen kennis maken met Kekaula’s soulvolle stem, terwijl er toch nog net genoeg gitaren aanwezig zijn. "Infection" doet het nog net iets beter en laat de oude tijden herleven door af te wisselen tussen ruige gitaarsolo’s en plotse uitbarstingen van vocaal geweld.

Tot daartoe niets nieuws tegenover het vorige plaatje. Met "Footprints On Water" komt daar echter verandering in. Het nummer bevat totaal geen wilde gitaren meer en nadat Kekaula een minuut haar tijd heeft genomen om zachtjes ingezongen te geraken, volgt er een refrein dat Morcheeba-gewijs openbloeit om in een soort kloon van "Rome Wasn’t Built In A Day" te ontaarden. Bloedmooi, maar het is wel een beetje vreemd om een dergelijk nummer op een plaat van The Bellrays aan te treffen. Dat blijkt echter nog klein bier te zijn in vergelijking met het triphopachtige "The Fire Next Time", dat alleen electronica en een minimalistische drum als begeleiding heeft. Het nummer doet zelfs meer denken aan Tricky en Massive Attack dan aan The Bellrays zelf.

Met catchy punknummers als "That’s Not The Way It Should Be" en "Pinball City" mikt de groep dan weer op een heel andere kant van de popmuziek: "That’s Not The Way It Should Be" klinkt met zijn intelligente protestlyrics als een soulvolle garageversie van Bad Religion, terwijl "Pinball City" voor de coole soundtrack van Grand Theft Auto geschreven zou kunnen zijn.

Dat The Bellrays tegenwoordig al lang niet meer de moeilijk verteerbare groep uit de beginperiode is, is het logische gevolg van zoveel matiging. Het enige nummer dat echt nog een beetje aan het oude The Bellrays doet denken, is "Psychotic Hate Man", waarin Kekaula haar klep nog eens heel wijd openzet om haar frustraties à la Tina Turner weg te brullen.

Komen deze frustraties voort uit het feit dat The Bellrays vandaag een minder originele groep is dan vroeger, is daarbij de hamvraag. Hoewel The Bellrays zich met Hard Sweet And Sticky aan nieuwe experimentjes waagt, is alles op het plaatje ooit al eens door iemand gedaan. Dat kon van het oude werk moeilijker gezegd worden. Hard Sweet And Sticky is fijne popmuziek, maar daarmee is het wel een beetje gezegd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 17 =