The Brian Jonestown Massacre :: My Bloody Underground

Op het einde van de jaren negentig vervaardigde The Brian Jonestown Massacre een drietal platen per jaar. Daarna werd het plots rustig en intussen is het al vijf jaar geleden dat de groep zijn laatste wapenfeit And This Is Our Music uitbracht.

Een paar jaar geleden kwam The Brian Jonestown Massacre plots in de belangstelling dankzij een documentaire over zijn link met The Dandy Warhols. De film maakte duidelijk waar The Dandys hun vet vandaan hadden: uit de kleine scene rond Anton Newcombe met zijn imponerende neosixtiesgeluid. De documentaire verklaarde eveneens waarom The Dandy Warhols en niet The Brian Jonestown Massacre met het succes was gaan lopen: Anton Newcombe was gewoon niet in staat om zich salonfähig te gedragen en iedere keer dat zijn muzikale carrière een klein beetje naar succes begon te ruiken, kon hij er niet aan weerstaan om het publiek of de pers openlijk te beledigen. Ook vandaag ondertekent hij zijn platen nog steeds met Keep Music Evil.

Op dankbaarheid hoeven The Dandy Warhols intussen niet te rekenen: volgens Anton Newcombe is de documentaire Dig! — waarin je hem bijvoorbeeld heroïne zag nuttigen — volledig uit zijn context gerukt en bijgevolg wil hij er niets over horen. Dat het na de film een lange tijd uitzonderlijk rustig was rond The Brian Jonestown Massacre leidde echter meteen weer tot een nieuwe stroom van geruchten: had Anton Newcombe het niet meer in zich om platen als Thank God For Mental Illness, Give It Back! en Take It From The Man! te maken? Was hij het muziekwereldje misschien gewoon beu? Hadden de drugs zijn hersenen onherstelbaar beschadigd?

Op al deze vragen geeft My Bloody Underground maar één antwoord: neen! Opener “Bring Me The Head Of Paul McCartney On Heather Mill’s Wooden Peg (Dropping Bombs On The White House)” maakt immers duidelijk dat Newcombe nog steeds even scherp staat en muzikaal geen millimeter heeft toegegeven. Het nummer dweept met buitengewone instrumenten als een mondharp, een didgeridoo en weird fuckin’ chinese shit zoals Newcombe het zelf pleegt te noemen, en daar heeft hij zelfs zijn eigen vocalen ondergeschikt aan gemaakt. Newcombs kille, aan Robert Smith verwante stem is weliswaar nog steeds duidelijk aanwezig, maar maakt nu toch een minder belangrijke pilaar van The Brian Jonestown Massacres geluid uit.

De andere belangrijke pilaar is The Brian Jonestown Massacres psychedelische neosixtiesmuziek of zoals Newcombe het zelf beschrijft: wat de mystieke sitarspeler Brian Jones eventueel nog allemaal had kunnen maken als men hem in 1969 niet had vermoord. Deze kant van The Brian Jonestown Massacre viert al van bij het begin van het plaatje hoogtij met nummers als “Bring Me The Head Of Paul McCartney On Heather Mill’s Wooden Peg (Dropping Bombs On The White House)” en “Infinite Wisdom Tooth/My Last Night In Bed With You”, maar komt pas helemaal tot bloei in “Who Pissed In My Fucking Well?”, waarin er zelfs helemaal niet meer gezongen wordt. Dat de muziek in zo’n nummers onverantwoord interessant kan blijven, is te wijten aan de tientallen vreemde instrumenten waarmee Newcombe uitgebreide klanktapijten weeft, waardoor je de zang nooit hoeft te missen.

Dat Newcombe zich heel creatief en veelzijdig toont in het maken van zo’n instrumentale nummers, zorgt ervoor dat My Bloody Underground — ondanks de redelijk lange duur van de plaat — nooit hoeft te vervelen. In “Darkwave Driver/Big Drill Car” flirt hij bijvoorbeeld met Ennio Morricone-achtige westernmuziek, terwijl “Ljosmyndir” overduidelijk door IJsland — waar My Bloody Underground trouwens gedeeltelijk is opgenomen — en zijn vreemde muziek geïnspireerd is. Met “We Are The Niggers Of The World” heeft de plaat zelfs een pianonummer in de stijl van onze eigen Wim Mertens.

Dat The Brian Jonestown Massacre bovendien zo vrij is geweest om in zijn niet instrumentale nummers met zijn vocalen te experimenteren, tilt My Bloody Underground naar een nog hoger niveau. Zo pakt de groep in “Golden – Frost” uit met schreeuwerige fucked up vocals zoals u ze normaal gezien alleen van Jay Reatard of Black Lips kent, terwijl het hypnotiserende “Who Cares Why” met echo’s in plaats van zang verrijkt is.

Het gevolg van een plaat met zo veel ingrediënten is uiteraard dat de bodem ervan allesbehalve vlug in zicht is. Voor niet-ingewijden mag het plaatje dan nog zware kost zijn; wie reeds enkele van The Brian Jonestown Massacres platen beluisterd heeft, kan er alleen maar respect voor opbrengen dat de groep na maar liefst elf albums nog steeds zoveel moeite blijft doen om zichzelf heruit te vinden. En laat My Bloody Underground nu toevallig zijn meest succesvolle poging sinds de jaren negentig zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 15 =