Peter Morén :: The Last Tycoon

Peter Wie? Peter van Peter, Bjorn And John. Van het aanstekelijke hitje “Young Folks” en bijhorende fijne platen als Writers’s Block en Falling Out. Die Peter gaat nu solo en daar zijn we -jammer genoeg- slechts matig enthousiast over.

Heel eerlijk: de eerste keer dat The Last Tycoon opstond, leek het niet alsof het album tien nummers in zowat veertig minuten omvatte. Er leek geen einde te komen aan de plaat en geboeid waren we zelden of nooit. En zeggen dat de drie Peter, Bjorn & John-platen er ingingen als zoete koek. Die drie Zweden leken immers de formule in handen te hebben voor uitermate aanstekelijke indiepop. Volgens het begeleidend briefje dat zijn platenlabel samen met The Last Tycoon onze richting uitschoof, is dat allemaal de verdienste van Morén. En zouden we bij het beluisteren van diens eerste plaat aan artiesten als Cat Stevens moeten denken. Dat ietwat voldane toontje en de bijhorende referentie zouden op een kwade dag al voldoende zijn de plaat zondermeer terzijde te schuiven ten voordele van “Amsterdam” uit de laatste Peter, Bjorn And John, maar soms kan een mens niet aan zijn eigen nieuwsgierigheid weerstaan.

En de eerste luisterbeurten van Peter Moréns solodebuut zijn geen lolletje, maar na een tijdje krijg je vat op de plaat en vallen er conclusies te trekken, zoals: eigenlijk niet slecht, maar goed kan het evenmin genoemd worden. Zonder Bjorn en John moddert Peter hoorbaar wat aan en blijkt de spoeling net te dun om tot het einde van de rit te blijven boeien. Peter Morén mag dan wel de man zijn achter het fraais van zijn bandje, wanneer zijn knappe songschrijfinspanningen geen degelijke omkadering krijgen, blijken ze ten onder te gaan aan een te hoog Jose Gonzales-gehalte. En laat dat het laatste zijn waar wij op zaten te wachten.

Akoestische probeersels, die zijn op dit album in overvloed te vinden, maar vaak leidt het helemaal nergens toe, zoals “This Is What I Came For”, dat eigenlijk klinkt als een demo die nog heel wat schaafwerk en aankleding nodig heeft. Idem dito voor “Twisted”, al lijkt die song net iets verder gevorderd in het ontwikkelingsproces. Een niet onaardige pianomelodie en enkele leuke gitaarriedels verraden enig potentieel, al wordt het ook hier niet ten volle benut.

Zijn wél helemaal af en verdienen het om uren aan een stuk gedraaid te worden: “Social Competence”, “My Match” en “Le Petit Coeur”. Deze drie, typisch sixties-aandoende popsongs lopen over van vreugdevolle melancholie en zijn de ideale soundtrack voor een prille verliefdheid. Deze nummers alleen al zouden moeten volstaan als reden om The Last Tycoon in huis te halen, maar daar staan dan die zeven slabakkende andere songs tegenover. Kortom, Peter Morén heeft een plaat gemaakt voor de diehard fans. De rest van de wereldbevolking raden we eerst de aanschaf van de drie Peter, Bjorn And John-platen aan alvorens tot het solowerk door te dringen. Kwestie van de prioriteiten juist te stellen.

Peter Morén speelt op 14 april in de Belle Vue Club in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + achttien =