The Black Keys :: Attack & Release

V2, 2008

Blanke waters, ebbenhouten gronden: als Amy Winehouse een
zwarte souldiva is die bezit genomen heeft van een tenger lichaam
met de kleur van het witte poeder dat de neus te verwerken krijgt,
dan huizen er onder de blanke huid van The Black Keys twee zwarte
slaven die al jaren onder het bewind van een despoot met bloedhond
bij de hand de katoenplantages bewerken. Op het geweldige
‘Thickfreakness’ bezworen Patrick Carney en Dan Auerbach de zware
tol van hun lot met gestriemde blues waar de geschiedenis van het
genre in dieprode bloedstromen van droop, en hoewel het Amerikaanse
duo op hun vijfde release veelzijdiger klinkt dan ooit, waaien er
nog steeds helende negrospirituals door hun sound. Toch gooien The
Black Keys op ‘Attack & Release’ de blueskettingen van hun
vroege materiaal van zich af en daar zit producer Danger Mouse voor
heel wat tussen. De ene helft van Gnarls Barkley
bevrijdt Carney en Auerbach van hun ijzeren bol aan het been en de
twee profiteren op deze plaat optimaal van hun herwonnen vrijheid
door ook te schuinmarcheren met genres als country, southern soul
en rechttoe rechtaan rock. Een kleurrijke hybride zonder het
brandmerk van de blues als grootste gemene deler te verliezen, is
het resultaat.

Net zoals Jef
Neve
al bewees dat je niet over de huidskleur van Horace Silver
moet beschikken om met sierlijke pianojazz voor de dag te komen,
onderstreepten The Black Keys met platen als ‘Thickfreakness’ en
Magic Potion
de stelling dat muziek futiliteiten als blank of zwart overstijgt
wanneer er vanuit het hart gespeeld wordt. De bluesstamper ‘I Got
Mine’ is zo’n song die schijnargumenten als ras of afkomst
overboord gooit: Auerbach puurt een met modderspatten bedekte
bluesriff uit z’n besnaarde metgezel en vuurt een tussen
zelfzekerheid en wanhoop twijfelende kreet af op de meeslepende
manier waarop Ruben Block ook zijn
finger stevig om de trigger houdt. In ‘Strange Times’ is het dan
weer Carney die mag schitteren met een betonnen drumfundament
waarover Auerbach zanglijnen gooit over het kaartenhuis van het
menselijke bestaan. Zoals we van The Black Keys gewend zijn, vormen
tekst en muziek alweer een harmonieuze tandem met een stevig
geoliede ketting.

De fans kunnen dus op hun beide oren slapen: ook ‘Attack &
Release’ klinkt zo vettig als een mengsel van vaseline en
motorolie. Toch is deze plaat hun meest gevarieerde release tot nu
toe. ‘Remember When (Side B)’ is schuimbekkende trashblues die als
aanstekervloeistof in je gezicht ontploft terwijl opener ‘All You
Ever Wanted’ met zijn huilende orgel op de achterste wagon van de
trein van Drive-By Truckers
springt. In afsluiter ‘Things Ain’t Like They Used To Be’
profileert Auerbach zich, samen met de 18-jarige countryzangeres
Jessica Lea Mayfield, dan weer als een verjongde uitgave van
Robert Plant en
Alison Krauss
die ondanks hun leeftijd al melancholisch
achterom kijken naar vervlogen dagen.

Hoewel Auerbach en Carney aan het kneden gaan met stokoude
Amerikaanse genres, staat elke vrees voor oubolligheid op losse
schroeven. De keuze voor Danger Mouse als producer werpt namelijk
zijn vruchten af, want de geluidsgoochelaar laat een frisse wind
door de songs waaien die het vergaarde stof naar de stratosfeer
blaast. Zo wordt Auerbach in ‘Psychotic Girl’ belaagd door de
spookachtige stemmen van zijn mentale Ku Klux Klan en mag in ‘Same
Old Thing’ een panfluit zowaar herinneringen oproepen aan J Lo’s
‘Jenny From The Block’, evenwel zonder de song in een comateuze
toestand te doen belanden. Voor de rest blinkt de man de sound van
The Black Keys op zonder de rauwe essentie met de voeten te treden,
een prestatie die kan tellen!

In navolging van The White Stripes en
The Kills
bewijzen The Black Keys dat een duo niet zo snel uitverteld raakt
als de meesten zouden denken. Het ziet er ook niet naar uit dat de
echtscheidingsprocedure zal worden opgestart, want Carney en
Auerbach klinken bezielder en geïnspireerder dan ooit. ‘Attack
& Release’ is geen bluespurisme voor verstarde hokjesdenkers,
maar een bezem waarmee het stof van de Amerikaanse
muziekgeschiedenis wordt weggeveegd. Daardoor zwelgt de plaat deels
in nostalgie, maar ze is tevens ontegensprekelijk geworteld in het
hic et hoc, deels courtesy of Danger Mouse! Wat
een ménage à trois al niet vermag!

http://www.myspace.com/theblackkeys

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =